Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
  Gegevensverzameling en onderzoek ondergrond  
     
  Diepe ondergrond  
     
  Oppervlaktedelfstoffen  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Natuurlijke rijkdommen Het oppervlaktedelfstoffenbeleid Het Algemeen Oppervlaktedelfstoffenplan

Het Algemeen Oppervlaktedelfstoffenplan

Op voorstel van Vlaams minister Hilde CREVITS, bevoegd voor de natuur­lijke rijk­dommen, heeft de Vlaamse Regering op 10 juli 2008 het Algemeen Opper­vlakte­delf­stoffen­plan definitief vast­gesteld.

Het algemeen opper­vlakte­delf­stoffen­plan bevat alle aspecten die de bijzondere opper­vlakte­delf­stof­fen­plannen overschrijden en noodzakelijk zijn in het licht van de basisdoelstelling van het Opper­vlakte­delf­stoffen­decreet om op een duurzame wijze te voorzien in de behoefte aan (primaire) opper­vlaktedelf­stoffen (klei, leem, zanden,….) ten behoeve van de huidige en de toekomstige generaties.

Het algemene plan reikt vooreerst een aantal doelstellingen en indicatoren aan van een duurzaam oppervlakte­delfstoffen- en ontginnings­beleid. Een belangrijk deel van het plan heeft vervolgens betrekking op de analyse van de behoefte aan oppervlakte­delfstoffen voor de volgende vijf jaar. Op basis van studies, onderzoeken, bevragingen en overleg wordt o.a. nagegaan hoeveel delfstoffen ontgonnen werden, de vraag- en aanbodzijde geanalyseerd, import- en export­ramingen opgemaakt, de inzet van alternatieven opgelijst,…. Op basis van deze verzamelde gegevens wordt dan de totale behoefte en het totale aanbod aan oppervlakte­delf­stoffen vastgesteld. Vervolgens kunnen de nodige conclusies getrokken worden voor de oppervlakte­delstoffen­planning. Voor iedere oppervlakte­delfstof worden de te verwachten ontwikkelingen voor de komende jaren besproken.

Het  algemeen opper­vlakte­delf­stoffen­plan geeft ook een oplijsting van de knelpunten in verband met ontginningen en bevat een ‘Actieplan duurzaam ontginnen 2007-2011’. Dit plan bevat tal van acties die ondernomen zullen worden om uitvoering te geven aan een duurzaam ontginningsbeleid. Tot slot bespreekt het algemene plan de financiĆ«le implicaties en de impact van het plan op het milieu, de landbouw en het socio-economische vlak.

Belangrijk om te benadrukken is dat het algemene plan ook een ‘Actieplan alternatieve materialen’ bevat waarin een uitvoerige beschrijving wordt gegeven van de actuele inzet van alternatieve materialen, evenals een inschatting van het groeipotentieel voor de komende jaren. Tevens worden een aantal acties beschreven die het gebruik van volwaardige alternatieven en het maximale hergebruik van afvalstoffen aanmoedigen zodat bespaard kan worden op de inzet van oppervlaktedelfstoffen.

Met de definitieve vaststelling van het plan komt een einde aan een lange procedure. Op 19 juli 2007 werd het voor­ontwerp van algemeen oppervlakte­delf­stof­fenplan door de Vlaamse Regering principieel goedgekeurd. Van 20 augustus 2007 tot 8 oktober 2007 werd een raadpleging van de bevolking georganiseerd. Hiertoe werd het ontwerp­plan naar alle gemeente­besturen in Vlaanderen opgestuurd en was het ontwerp­plan raadpleegbaar op de website. Het advies van de SERV en de MINA-raad werd gevraagd. Na het verwerken van de bezwaren van de raad­pleging van de bevolking en het advies van de SERV en de MINA-raad kon het plan dan aangepast worden en voorgelegd worden aan de Vlaamse Regering voor definitieve goedkeuring.

 

Het Algemeen Oppervlaktedelfstoffenplan bestaat uit 10 delen en bevat ook een samenvatting:

Bijlagen

 

 

 

In de kijker

sfeerfoto landschap