|
|
||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||
|
Geologische opslag van koolstofdioxide
Het tweede deel van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond vormt de omzetting van richtlijn 2009/31/EG van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van koolstofdioxide (CO2). Mede doordat de geologische opslag van CO2 nog een relatief nieuwe techniek is, voorziet het decreet in een uitgebreid arsenaal aan maatregelen die de milieurisico’s tot een minimum moeten beperken. Dit is relevant gezien de potentiële impact van geïnjecteerd CO2 op de structuur, de opslagcapaciteit, de doordringbaarheid en de injecteerbaarheid van mogelijk beschikbare geologische opslagformaties. Ook de invloed van injecties op watervoerende lagen is een aandachtspunt. Met het oog op het vermijden van deze risico’s wordt een duidelijke doelstelling geformuleerd en wordt het toepassingsgebied nauwkeurig afgelijnd. Bovengrondse eigenaars, vruchtgebruikers, huurders, pachters, … moeten dulden dat de houder van een vergunning CO2-opslagcomplexen opspoort of CO2 opslaat in de diepe ondergrond. Dit doet echter geen enkel afbreuk aan hun recht op vergoeding van de door deze activiteiten veroorzaakte schade. Bovendien kunnen de vergunninghouders onder welbepaalde voorwaarden tijdelijk gronden van de bovengrondeigenaars bezetten om gebouwen en bovengrondse installaties op te richten die noodzakelijk zijn voor het opsporen van CO2-opslagcomplexen of het geologisch opslaan van CO2. Dit doet echter evenmin afbreuk aan het recht op vergoeding van het genotsverlies dat geleden wordt ingevolge de bezetting van de gronden. Via een verplicht systeem van voorafgaande opsporingsvergunningen worden potentiële opslagcomplexen in Vlaanderen nauwkeurig in kaart gebracht. Potentiële opslagcomplexen zullen aan een zeer verregaande selectie onderworpen worden vooraleer ze daadwerkelijk in aanmerking kunnen komen als opslaglocatie. De geologische opslag van CO2 is bovendien onderworpen aan de MER-regelgeving, en is milieuvergunningsplichtig. Daarnaast worden voorwaarden gesteld inzake de samenstelling van de CO2-stroom, en wordt een aanvaardingsprocedure uitgewerkt. Het decreet voorziet uitgebreide monitorings- en rapportageverplichtingen voor de exploitant. Via een systeem van routinematige en niet-routinematige inspecties worden de opslaglocaties grondig gecontroleerd. Bij lekkages of significante onregelmatigheden worden onmiddellijk corrigerende maatregelen getroffen op basis van een vooraf goedgekeurd plan. Voordat een aanvraag voor een opslagvergunning wordt ingediend, moet de potentiële exploitant bovendien via een financiële zekerheid of een gelijkwaardige voorziening waarborgen dat voldaan kan worden aan alle verplichtingen die voortvloeien uit de geologische opslag van CO2. De verplichtingen van de exploitant bij afsluiting van de opslaglocatie en in de periode na afsluiting worden duidelijk omschreven in het decreet. Nadat een opslaglocatie is afgesloten, blijft de exploitant verantwoordelijk voor het onderhoud, de monitoring, het toezicht, de rapportering en de corrigerende maatregelen. Uiteindelijk wordt de verantwoordelijkheid voor een afgesloten opslaglocatie overgedragen aan het Vlaamse Gewest, maar enkel wanneer uit alle beschikbare gegevens blijkt dat het opgeslagen CO2 voor onbeperkte tijd volledig ingesloten blijft. Ten slotte wordt een kader uitgewerkt waarbinnen derden onder welbepaalde voorwaarden toegang kunnen krijgen tot CO2-transportnetwerken en -opslaglocaties, met het oog op de geologische opslag van door hen geproduceerd en afgevangen CO2. De geologische opslag van CO2 wordt momenteel gezien als een belangrijke overbruggingstechnologie die kan meehelpen om de klimaatverandering te beperken, in afwachting van de realisatie van een koolstofarme energievoorziening en economie. De ontwikkeling ervan mag natuurlijk niet leiden tot minder inspanningen op het terrein van energiebesparing en hernieuwbare energie, zowel wat betreft onderzoek als financiering. Het is met andere woorden geen of-of-verhaal, maar integendeel een en-en-verhaal. In het komende decennium zullen verschillende grootschalige demonstratieprojecten worden opgestart in de Europese Unie, met als doel de haalbaarheid van CCS op industriële schaal aan te tonen. Deze demonstratieprojecten zullen in belangrijke mate met EU-geld gefinancierd worden. In ruil voor deze gedeeltelijke EU-financiering zal de opgedane kennis toegankelijk zijn voor alle EU-lidstaten. Het opdoen van bijkomende kennis over deze nieuwe technologie, onder meer op basis van demonstratieprojecten, is om verschillende redenen belangrijk:
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||