- Info
Tijdens het planten
Tips om op de plantdag zelf goed georganiseerd tewerk te gaan.
- Maak er een feestelijke gebeurtenis van!
- Maak er ook een voldoende speelse gebeurtenis van! Bijvoorbeeld via opdrachten kan de groep “geld” verdienen waarmee ze de te planten boompjes kunnen aankopen.
- Laat iemand met kennis van zaken eerst een demonstratie geven:
- De boom mag niet te diep zitten maar ook niet te ondiep. Je kan meestal goed zien waar de stam begint en waar de wortels (zie pijl op de foto). Dat is de grens tot waar de aarde mag komen.
- Het plantgat moet groot genoeg zijn
- Verkruimel de aarde rondom het gat eerst en vul dan het gat gelijkmatig op. Voorzie eventueel daarbovenop wat compost rond de stam.
- Stamp de grond rondom goed aan en controleer of er niet teveel of te weinig grond is aangebracht.
- Werk na de demonstratie per twee: één iemand houdt het plantje rechtop. De andere werkt met de spade. Wissel nadien om. Ook je voeten zijn nuttige instrumenten bij het planten.
- Verdeel het plangoed en het werk over de groepjes. Groepsgewijs aanplanten van dezelfde boom- of struiksoort geeft de beste resultaten om alle soorten een kans te geven zich volledig te kunnen ontplooien. De in linten afgebakende zones helpen je het werk te verdelen.
- Koppel het uitzoeken van de eigen plantzone aan een oriëntatie -activiteit of aan een zoekopdracht. Competitie-element kan ook, maar biedt wel het gevaar dat men minder kwalitatief de aanplanting verricht.
- Controleer op het einde de aanplanting nog eens plant per plant: is de diepte juist, is de grond rondom de bomen goed aangestampt en is er voldoende grond aangebracht? Herhaal na een eerstkomende regenperiode deze controle nog eens: soms is er dan grond rondom de wortels weggezakt. Deze controles kunnen veel uitval, door afstervende plantjes nadien, vermijden. Je kan eventueel deze controles samen doen en op basis van de controles de groepen per correct geplant boompje een extra punt geven.
- Geef op zeer droge grond de jonge planten na het planten een paar keer regenwater. Bij normale grond is dit niet nodig.
- Geef water bij het verplanten van grotere bomen. Vaak zijn wortels (in een wortelkluit en niet in blote wortel) beschadigd om de kluit niet te groot te maken. Langs deze beschadigingen kan de boom gemakkelijk uitdrogen. Ook bij (niet aan te raden) verplantingen buiten het plantseizoen moet er overvloedig en regelmatig water gegeven worden.
- Zorg voor variatie in werkvormen. De 6 tot 8- jarigen kan je hooguit een half uurtje laten aanplanten en vervolgens moet je met hen een aantal actieve spelletjes doen. Om eventueel nadien af te sluiten met een tweede plantsessie. Ook voor de ouderen is een hele namiddag aanplanten te eentonig. Voorzie ook voor hen een leuk afwisselend spel. Het spel moet zo gekozen zijn dat de aanplantingzones “verboden zones” zijn tijdens het spel. Anders worden de eerste dag al een aantal boompjes onopzettelijk stuk getrapt.
- Voorzie een versnapering voor tijdens de pauzes tussen aanplanten en spel. Bij guur herfst- of voorjaarsweer is verse soep of warme chocomelk een goedkoop maar zeer gewaardeerd tussendoortje.