Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Algemeen  
     
  NME-evenementen  
     
  Doelgroepen  
     
  Thema's  
     
  Educatieve centra  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Natuur- en milieueducatie Thema's Natuurbeleving Voor jongeren

Natuurbeleving voor jongeren

Belang van natuurbeleving

Natuurbeleving heeft een sterke emotionele kant. Daarnaast heeft beleving ook te maken met betekenisverlening en waardetoekenning. Deze laatste zijn onmogelijk zonder gevoelens te verwerken. Gevoelens, betekenisverlening en waardetoekenning hebben op hun beurt te maken met kennis en ervaringen omtrent die natuur.

Onder natuurbeelden verstaan we het complexe geheel van opvattingen, kennis, functies, belangen, gevoelens, belevingen en waarden van, over en bij natuur.
Het natuurbeeld van elk individu wordt bepaald door de woonomgeving, het gezin, de vrienden, culturele achtergrond, de persoonlijke interesses, de gemoedstoestand … Het natuurbeeld verandert met de leeftijd, verandert door nieuwe ervaringen, door nieuwe vrienden …

De toenemende diversiteit van onze maatschappij vraagt van kinderen, jongeren en volwassenen dat zij bewust en respectvol met verschillen omgaan. Begrip van en respect voor de veelvormigheid van natuur en de verschillende betekenissen die mensen verbinden aan natuur is fundamenteel. Op die manier kunnen we allemaal samen streven naar een meer democratische, leefbare en duurzame samenleving.

Kennis van de natuurbeelden is essentieel om een ruim draagvlak te creĆ«ren voor natuur, om op een efficiĆ«nte wijze te communiceren en overleggen, om op een doeltreffende wijze samen naar oplossingen te zoeken van milieuproblemen …

 

Natuurbeelden bij kinderen en jongeren

Professor Margadant voerde in de jaren ’90 onderzoeken naar natuurbeelden bij kinderen en jongeren. Hieronder worden kort de resultaten weergegeven:

4- tot 8-jarigen
Groene natuur is voor jonge kinderen doe-natuur: hutten bouwen, verstoppertje spelen, veertjes verzamelen, beukennootjes rapen, een sterke stok zoeken, een mooie picknickplaats maken, in boompjes klimmen … Groene natuur nodigt jonge kinderen uit tot activiteiten. Kleuters gebruiken daarenboven de begrippen leven en dood op een eigen wijze: wat niet beweegt, is dood; wat wel beweegt, leeft.

8- tot 12-jarigen
Onder ‘natuur’ verstaan zij bijna altijd in eerste instantie ‘bomen, bos en planten’, die eigenlijk ‘groene natuur’ symboliseren. Dieren symboliseren bij uitstek de ‘levende natuur’; en dat is op haar beurt een typerend kenmerk bij deze leeftijdsgroep. In tegenstelling tot kleuters wordt de groene natuur nu ook als levend gezien. Ten aanzien van de niet-levende of abiotische natuur (water, bergen, stenen …) heerst onder kinderen grote verwarring of dit nu wel of niet tot de natuur behoort. Als iets (uit zichzelf) kan bewegen, of als iets veel levende planten en dieren bevat (bv. een vijver), wordt het als natuur gezien. Als mensen en menselijk handelen goed zijn voor natuur (bv. boswachter, brandtoren, Greenpeace …) behoort het wel bij natuur, maar als het slecht is voor de natuur absoluut niet. Ook de begrippen natuur en milieu zijn niet scherp gescheiden. In hun opsommingen van natuur vermelden ze makkelijk milieuproblemen, al begint bij sommige kinderen reeds twijfel te ontstaan of milieuproblemen wel bij natuur horen.

13- tot 18-jarigen
Uit de antwoorden van deze groep zijn drie types natuurbeelden te destilleren: een beperkt natuurbeeld, een uitgesproken romantisch natuurbeeld en een ruimer natuurbeeld. Een beperkt natuurbeeld is het meest voorkomende natuurbeeld. Het omvat de levende, ongerepte, zichzelf regulerende natuur zonder mensen: bomen, bossen, groen, dieren, alles wat leeft. Ten aanzien van planten zijn de begrippen leven en dood niet altijd helder omlijnd. Ook vragen sommigen zich af of water en bodem nu wel of niet tot natuur behoren. Binnen de grote groep jongeren met een beperkt natuurbeeld valt een kleinere groep met een uitgesproken romantisch natuurbeeld, dat gekarakteriseerd wordt door het benadrukken van het idyllische, het idealiseren van vroeger en het uitfilteren van verstorende aspecten. Dat natuur en milieu alles met elkaar te maken hebben, is voor jongeren met een beperkt natuurbeeld moeilijk voorstelbaar. Zij maken een groot onderscheid tussen natuur en milieu. Het is voor hen niet duidelijk dat verbetering van het abiotische milieu goed is voor de levende natuur en dat omgekeerd natuur van een hoge kwaliteit gunstige gevolgen kan hebben voor abiotische aspecten. De groep met een ruimer natuurbeeld is klein. Kenmerkend is dat water en bodem in voorwaardelijke zin, in zoverre zij van belang zijn voor de levende natuur, tot natuur behoren. Ook landbouw rekenen deze jongeren tot natuur. In dit ruimere natuurbeeld behoren mensen slechts als zoogdieren tot natuur. Maar mensen die beroepsmatig veel met natuur te maken hebben, zoals boswachters en boeren, kunnen ook tot natuur behoren evenals de zogenaamde natuurvolkeren die ‘in het plaatje van de natuur leven’. In het algemeen is ook voor jongeren het begrip milieu synoniem met ‘milieuproblemen’. En ze spreken daarenboven vooral over de zichtbare vervuiling. Onzichtbare vervuiling heeft bij jongeren uitsluitend een mentale representatie, die nogal vaag en gefragmentariseerd is. De kennis en vaardigheden om de zichtbare gevolgen van ‘onzichtbare vervuiling’ te onderkennen is uiterst gering.

Uit tekst ‘Levensechte natuur- en milieueducatie’ van Margadant, bijdrage aan de cursus ‘duurzaam leren voor natuur en milieu, 2003.

Publicaties Margadant:
- Dierenjuf. Natuureducatie en de relatie tussen jonge kinderen en dieren (1988)
- Groen Verschiet. Natuurbeleving en natuuronderwijs bij acht- tot twaalfjarige kinderen (1990)
- Natuur in kinderhanden. Bevordering en integratie van natuurbeleving in het basisonderwijs (1991)
- Natuur en milieu uit de eerste hand. Denkbeelden, belevingen en leerwensen van dertien- tot achttienjarigen (1994)
- Quick Scan natuurbeelden in lesmethoden aardrijkskunde en biologie voor het basis- en voortgezet onderwijs (1998)