|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
EDO en NME
Natuur- en Milieueducatie (NME) kan worden omschreven als “het organiseren van leersituaties om het inzicht in ecologische processen (in een kader van duurzame ontwikkeling) te vergroten en het ontwikkelen van attitudes en competenties om de opgedane kennis vrijwillig toe te passen” (Minaraad, advies van 4 juni 1998 over het NME-beleid in Vlaanderen). Niet alleen in de natuur- en milieueducatie, maar ook bij mondiale vorming, vredeseducatie, mensenrechtenedcuatie, ontwikkelingseducatie, gezondheidsopvoeding, verkeerseducatie, genderbewustzijn... kan gewerkt worden aan Educatie voor Duurzame Ontwikkeling. Dat gebeurt niet alleen in het onderwijs - van kleuterschool tot universiteit - maar ook in het jeugdwerk, het sociaal-cultureel volwassenenwerk... EDO is dan ook geen 'nieuwe educatie', maar eerder een richtinggevend en verbindend concept waaraan vanuit verschillende invalshoeken kan worden gewerkt. Toch zijn er een aantal principes relevant voor EDO over die diversiteit heen. Ze maken duidelijk wat educatie tot EDO maakt, los van de invalshoek die men kiest. Naar aanleiding van de NME Benelux Werkconferentie 2009 omschreef Paul Strijckers in "De NME van EDO" EDO als een puzzel bestaande uit verschillende puzzelstukjes.
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||