Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Algemeen  
     
  NME-evenementen  
     
  Doelgroepen  
     
  Thema's  
     
  Educatieve centra  
     

Slotwoord

EDO-Symposium (20/01/09)
Brussel, Hendrik Consciencegebouw

 

 

Dames en heren,

 

Het streven naar een duurzame samenleving krijgt over de hele wereld meer en meer aandacht want we zijn er ons steeds beter van bewust dat het tijd wordt om op een andere manier met onze planeet om te gaan.

Moeder aarde geeft ons dan ook meer dan genoeg signalen dat het de verkeerde kant op gaat: de biodiversiteit blijft afnemen, de gevolgen van de klimaatverandering worden steeds duidelijker, onze energie- en andere hulpbronnen staan onder druk, fijn stof bedreigt onze gezondheid, enzovoort.

Het valt niet langer te ontkennen: met onze huidige, onduurzame manier van leven, zetten we de thuis van de hele wereldbevolking op het spel. Maar daar stopt het niet mee. Als we één ding geleerd hebben uit alles dat al gezegd en geschreven is over duurzame ontwikkeling, dan is het wel dat die milieufactoren onlosmakelijk samenhangen met sociale en economische aspecten. Denk maar eens aan de economische kosten waarmee de klimaatverandering ons zal confronteren, of bijvoorbeeld aan wat het de samenleving kost om afval te verwerken, om water te zuiveren en om de alsmaar schaarsere fossiele brandstoffen aan te spreken. Denk nog maar aan de recente gascrisis in Oekraïne.

Ook de sociale gevolgen zijn niet te overzien: ook hier bij ons hebben steeds meer mensen te maken met energiearmoede, de kloof tussen arm en rijk groeit en bevolkingsgroepen die het minst hebben bijgedragen aan de uitstoot van broeikasgassen ervaren nu als eerste en het ergst de gevolgen van de klimaatverandering.

Om het tij te keren, moeten we echt werk maken van een duurzame ontwikkeling van onze samenleving. En dat gebeurt niet zomaar van vandaag op morgen. Om te komen tot resultaten is allereerst een sociaal leerproces nodig. Educatie voor Duurzame Ontwikkeling voor allen, van consument tot producent, van werknemer tot ondernemer, is daarbij cruciaal.

Gelukkig raken steeds meer mensen hiervan overtuigd. Ook vandaag, tijdens dit symposium, werd dat duidelijk: hier zijn meer dan 200 deelnemers om zich nog verder in EDO te verdiepen. Maar we hebben ook gezien dat reeds heel wat scholen en organisaties zeer waardevolle inspanningen leveren om kinderen en jongeren uit te rusten met kennis, attitudes en vaardigheden om de uitdagingen van de toekomst aan te gaan.

De kinderen van basisschool De Belhamel houden aan de uitwisseling met een partnerschool in Benin ongetwijfeld ervaringen over die ze in hun verdere leven meedragen. Leerlingen van het Sint-Jozefsinstituut in Ternat slaagden er in de eigen school heel wat oerbosvriendelijker te maken, maar konden ook de gemeente overtuigen om haar beleid aan te passen. En de middelbare Steinerschool in Lier heeft sinds dit schooljaar een opleiding ‘duurzaam wonen’, waarmee men leerlingen helemaal voorbereidt om duurzaamheid ook in hun latere beroepsloopbaan te integreren. Dit zijn maar enkele van de vele, mooie voorbeelden die hier vandaag aan bod kwamen. Dat belooft dus voor de toekomst!

Mijn departement Leefmilieu, Natuur en Energie doet al jaren inspanningen om scholen bij dit soort initiatieven te ondersteunen.

En we zijn van plan dit te blijven doen: eind dit jaar is het bijvoorbeeld precies 10 jaar geleden dat de eerste MOS-logo’s werden toegekend. MOS staat, zoals u weet, voor Milieuzorg Op School. Scholen die zo’n logo verdienen, hebben aangetoond dat zij samen met hun leerlingen milieuzorg op school een plaats hebben gegeven. Op dit moment zijn de voorbereidingen aan de gang om het MOS-project ook na 2010 te laten voortbestaan.

Zoiets is altijd een gelegenheid om eens terug te blikken op wat de voorbije jaren gerealiseerd werd én om een aantal richtingen voor de toekomst uit te tekenen. Wat die toekomst betreft, zijn alle betrokkenen het erover eens dat EDO daarin een belangrijke rol te spelen heeft. MOS wil heel nadrukkelijk duurzame ontwikkeling naar voor schuiven als richtinggevend principe. Werken aan milieuzorg op school houdt dan in dat men samen streeft naar een leefbare wereld, nu én in de toekomst, hier bij ons én elders op de planeet.

Om alle inspanningen van het kleuter-, lager en secundair onderwijs verder te verduurzamen - wanneer hun jongeren dan het leerplichtonderwijs verlaten, werd vorig jaar het project Ecocampus in het leven geroepen: zo zijn in de verschillende associaties van het hoger onderwijs inmiddels al Ecocampus-begeleiders aan de slag. Zij ondersteunen de hoger onderwijsinstellingen op 3 gebieden. Ten eerste wil men milieuzorg stevig integreren in het curriculum van de verschillende opleidingen. Daarnaast worden de instellingen begeleid om milieuzorg op de eigen campus verder uit te bouwen. En, als derde pijler, worden initiatieven genomen om milieuzorg een plaats te geven in het studentenleven.

De nadruk van het project ligt sterk op de ecologische aspecten van duurzame ontwikkeling. Daar situeert zich dan ook de expertise van het departement LNE.

Maar dit neemt niet weg dat ook hier een duurzame samenleving het uiteindelijke streefdoel is. We beseffen dat milieuzorg maar een deel van het EDO-verhaal is en zijn dan ook heel tevreden dat we met andere partners mogen samenwerken in het project Duurzaam Hoger Onderwijs.

De periode van 2005 tot 2014 werd door de Verenigde Naties uitgeroepen tot Decennium van Educatie voor Duurzame Ontwikkeling (EDO).

Ook in Vlaanderen geven we vorm aan dit decennium: zo werd er reeds een ontwerp van Vlaams EDO-implementatieplan opgemaakt. De Vlaamse Overheid deed dit uiteraard niet alleen: Duurzame Ontwikkeling belangt immers iedereen aan. Een meer duurzame samenleving is pas mogelijk als die kan steunen op de inzet en betrokkenheid van alle burgers.

Ook Educatie voor Duurzame Ontwikkeling kan maar slagen dankzij de inbreng van alle betrokkenen. Er is daarom bewust gekozen om het EDO-implementatieplan tot stand te laten komen met de medewerking van zoveel mogelijk betrokken actoren. Concreet gebeurde dit via het EDO-overlegplatform, waarin vertegenwoordigers zitten van verschillende beleidsdomeinen van de Vlaamse Overheid, van de provincies, ngo’s, vakbonden, onderwijskoepels, instellingen voor hoger onderwijs, enzovoort.

Het implementatieplan dat door dit platform werd opgemaakt, staat niet op zich. Het sluit aan bij de Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO), waarbij educatie gezien wordt als één van de pijlers om duurzame ontwikkeling te realiseren. EDO is namelijk één van de ‘operationele projecten’ van deze strategie, en het is de bedoeling van de hele Vlaamse Regering om hieraan nog tijdens de lopende legislatuur nog haar goedkeuring te geven. Op die manier creëren we reeds de beleidskaders die nodig zijn om EDO nog sterker dan nu in de praktijk te brengen.

Het uitvoeren van zo’n EDO-implementatieplan is uiteraard niet het werk voor het departement Leefmilieu alleen. Vandaar dat het ook wordt voorgelegd aan de hele Vlaamse Regering.

In heel wat landen die meewerken aan het EDO-decennium van de Verenigde Naties, nemen de ministers van Leefmilieu en van Onderwijs samen het voortouw.

In Vlaanderen is dat niet anders.

Het departement Leefmilieu én het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming werken al sinds de jaren ‘90 heel nauw samen om eerst natuur- en milieueducatie en nu ook EDO meer ingang te laten vinden. Met dit symposium komen we nu voor het eerst samen naar buiten met een gezamenlijk EDO-initiatief.

Laat het meteen ook de voorbode zijn van nog heel wat andere verwezenlijkingen in de toekomst.

De afgelopen maanden is er veel geïnvesteerd in het uittekenen van de krijtlijnen voor een goed EDO-beleid. Met het symposium van vandaag, wilden we vooral focussen op de praktijk. Deze dag is wat mij betreft pas geslaagd als jullie naar huis terugkeren met een bredere visie op EDO maar vooral wanneer jullie uit de lezingen en werksessies een aantal suggesties, ideeën en werkpunten kunnen meenemen of aanbieden voor de eigen werking. Ik hoop dat jullie vandaag reeds veel inspiratie opdeden om duurzame ontwikkeling in de eigen klas, school of organisatie een plaats te geven. Iedereen die met EDO te maken heeft, krijgt zo hopelijk ook de kans om elkaar wat beter te leren kennen zodat vraag en aanbod optimaal op elkaar kunnen inspelen.

En personeelsleden van de Vlaamse overheid hebben hier ongetwijfeld ook heel wat opgestoken, dat het toekomstige beleid alleen maar succesvoller kan maken.

De inspanningen van de Vlaamse overheid – en wat mij betreft van het beleidsdomein Leefmilieu in het bijzonder – om EDO de plaats te geven die het toekomt, houden niet op na vandaag.

Ik maak dan ook graag van deze gelegenheid gebruik om enkele initiatieven onder de aandacht te brengen waarmee we het werkveld ook in de toekomst willen ondersteunen om EDO in de praktijk te brengen.

In het voorbije jaar lieten we onderzoeksopdrachten uitvoeren over de mogelijkheden voor educatie voor duurzaam bouwen en wonen. De resultaten van deze studies, maar ook concrete praktijkvoorbeelden op dit terrein, worden voorgesteld op een studiedag op 10 februari aanstaande.

Drie dagen later organiseert de Vlaamse overheid alweer Dikke-truiendag. Op vrijdag 13 februari roepen we scholen, maar ook bedrijven, overheden en gezinnen op om de verwarming een graadje lager te zetten. Op die manier willen we het Kyoto-verdrag symbolisch onder de aandacht brengen.

Het project MOS ontwikkelde educatief materiaal speciaal voor deze campagne. Zo kunnen scholen die acties plannen, deze in de klas ook educatief omkaderen. Op de campagnewebsite vind je een lespakket waarin o.a. aandacht gaat naar de Noord-Zuid-aspecten van klimaatverandering.

In de komende jaren willen we verder werk maken van een uitgebreid en kwaliteitsvol aanbod van educatief materiaal voor EDO. We willen de bestaande producten en projecten beter bekendmaken, maar we zullen ook een aantal nieuwe materialen ontwikkelen. Enkele daarvan worden voorgesteld op de Benelux conferentie over natuur- en milieueducatie die het Vlaams gewest in november organiseert. EDO is het centrale thema van deze conferentie, waar collega’s uit de hele Benelux ervaringen uitwisselen en samen bijleren.

Nu rest me nog jullie heel veel succes te wensen bij wat u zelf onderneemt om EDO in de praktijk te brengen, u te danken voor uw inzet vandaag en u nog uit te nodigen op de  receptie waarop - met een glas, een hapje en veel interessante babbels - volgens goede Vlaamse gewoonte, dikwijls nog het meeste wordt geregeld.

Bedankt voor jullie aandacht.

 

edo-symposium (20/01/09)