Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home LNE | home MER | contact
  Raadplegen dossiers  
     
  Reageren  
     
  Deskundigen  
     
  Over milieueffectrapportage  
     
  Extra informatie  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Milieueffectrapportage Over milieueffectrapportage Ontheffing Doorstart ontheffing naar project-milieueffectrapportage

Doorstart ontheffing naar project-milieueffectrapportage

Voor projecten die opgesomd zijn onder de bijlage II van het project-mer-besluit van 10 december 2004 kan de initiatiefnemer een gemotiveerd verzoek tot ontheffing van de rapportageverplichting (een ontheffingsverzoek) indienen bij de dienst Mer.

Indien de ontheffingsaanvraag onvoldoende kan aantonen dat het voorgenomen project geen aanzienlijke gevolgen kan hebben voor het milieu en een project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zal de dienst Mer beslissen de ontheffing niet te verlenen. Een initiatiefnemer van een dergelijk project dient alsnog een project-MER op te stellen. In het verleden startte de initiatiefnemer vervolgens met opstellen van een kennisgeving en zo werd de MER-procedure gestart. De geweigerde ontheffingsnota verdween in het archief. Rekening houdend met de tijd nodig om de kennisgeving op te stellen en de eigenlijke procedure zorgt deze werkwijze voor een vertraging van enkele weken tot een paar maanden.

Met de mogelijkheid van doorstart van de ontheffingsnota naar het project-MER, wil de dienst Mer het tijdsverloop van achtereenvolgens een niet-verleende ontheffing en vervolgens het opstellen van een volledige project-MER inkorten. De dienst Mer wenst dit te verwezenlijken door in overleg te gaan met enerzijds initiatiefnemer/opstellers en anderzijds de adviesinstanties. Op deze wijze kan het reeds gevoerde milieuonderzoek, opgenomen in de ontheffing, waar nodig uitgediept worden tot op niveau van een project-MER en aangevuld en/of gewijzigd worden op basis van de opmerkingen van de adviesinstanties en de dienst Mer. Grote voordeel is dat verder gewerkt kan worden aan de reeds opgestelde ontheffingsnota, zonder de achterwaartse stap van een kennisgeving op te stellen die wel een methodologie van effectbeschrijving bevat maar niet de eigenlijke effectbeschrijving. Bijkomend voordeel is dat de richtlijnen kunnen worden gebaseerd op een kennisgeving die reeds een effectbespreking bevat. In tegenstelling tot een klassieke kennisgeving bevat een kennisgeving na doorstart uit de ontheffingsprocedure al een concrete uitwerking van de effectbeschrijving en is het dus ook mogelijk om in de richtlijnen concreter en dieper in te gaan op de aspecten die verder uitgediept dienen te worden.

Hoe verloopt de procedure… omtrent het al dan niet verlenen van de ontheffingsaanvraag?

Bij de beslissing van het al dan niet verlenen van een ontheffing van de rapportageverplichting, laat de dienst Mer zich bij staan door diverse adviesinstanties (de vergunningverlenende overheid, de bij de aan te vragen vergunningen betrokken instanties (eventueel aan te vullen naargelang de specificiteit van dossier/te verwachten effecten) en de gemeente(n) waar het project zal worden uitgevoerd). De betrokken instanties krijgen de mogelijkheid advies uit te brengen met betrekking tot het al dan niet kunnen optreden van aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu. In de uiteindelijke ontheffingsbeslissing die door de dienst Mer wordt genomen, zullen deze argumenten in rekening worden gebracht en tegenover elkaar afgewogen worden. Volgende situaties kunnen zich voordoen:

  • Indien de ontheffingsaanvraag duidelijk aantoont dat het voorgenomen project geen aanzienlijke gevolgen kan hebben voor het milieu en de adviezen van de geraadpleegde instanties zijn gunstig, zal de dienst Mer de ontheffing verlenen.
  • Indien de ontheffingsaanvraag duidelijk aantoont dat het voorgenomen project geen aanzienlijke gevolgen kan hebben voor het milieu en de adviezen van de geraadpleegde instanties zijn gunstig mits beperkte/kleinere opmerkingen, zal de dienst Milieueffectrapportage de ontheffing verlenen. De beperkte/kleinere opmerkingen kunnen opgenomen worden in de ontheffingsbeslissing.
  • De ontheffingsaanvraag toont onvoldoende aan dat het voorgenomen project geen aanzienlijke gevolgen kan hebben voor het milieu. Uit de adviezen en/of opmerkingen van de dienst Milieueffectrapportage volgen belangrijke opmerkingen inzake twijfel over aanzienlijkheid van de effecten. In overleg met de initiatiefnemer/de opstellers, de relevante adviserende instanties en de dienst Mer kan een van volgende beslissingen genomen worden:
  1. Er zijn aanpassingen/verduidelijkingen noodzakelijk aan de ontheffingsaanvraag. Na een eventuele tweede adviesronde kan de ontheffing in principe alsnog verleend worden. Of
  2. Aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen niet uitgesloten worden. De onderzoeksvragen blijken te groot, aanpassingen/verduidelijkingen volstaan niet. De ontheffing kan niet verleend worden. Tijdens een overlegvergadering m.b.t. het ontheffingsverzoek wordt in dergelijk geval meteen de scoping in functie van de verdere opmaak van het Milieueffectrapport besproken. Op die manier kan op basis van de ontheffingsnota bij negatieve beslissing (niet verlenen van de ontheffing) meteen worden doorgewerkt in functie van de opmaak van een project-milieueffectrapport.

… naar een doorstart van de ontheffing naar het project-MER ?

De kennisgeving na doorstart uit de ontheffingsprocedure (= kennisgeving) zal ter inzage gelegd worden van het publiek. De opmerkingen die hieruit voortvloeien, samen met de opmerkingen uit het overleg naar aanleiding van het niet verlenen van de ontheffing, vormen de basis van de bijzondere richtlijnen die door de dienst Mer worden opgesteld.

Aangezien de procedure van doorstart van een ontheffing naar het project-MER vergelijkbaar is met de procedure voor gebundelde kennisgeving/ ontwerp-MER verwijzen wij naar “Bundeling kennisgeving en ontwerptekst” . Net zoals bij een gebundelde kennisgeving/ontwerp-MER bevat een kennisgeving na doorstart uit de ontheffingsprocedure reeds een beschrijving van de milieueffecten. Zoals in de  procedure van gebundelde kennisgeving /ontwerp-MER kunnen in de richtlijnenfase reeds opmerkingen gegeven worden op het volledige document (m.a.w. zowel de projectbeschrijving/alternatieven, methodologie als op de effectbespreking).   Voordeel is dus dat de richtlijnen op de concrete uitwerking kunnen worden gebaseerd, waardoor een beter zicht wordt  verkregen op zowel de reikwijdte als het detailniveau dat verwacht wordt.

Na ontvangst van de bijzondere richtlijnen kan de kennisgeving verder worden aangepast en kan dus in principe meteen een definitief MER worden ingediend. Mocht uit de richtlijnenvergadering echter blijken dat de kennisgeving toch nog ingrijpend aangepast moet worden, dan kan de dienst Mer wel adviseren een aanvullende ontwerpversie in te dienen (vergelijkbaar met een tweede ontwerpversie van het MER in de huidige praktijk). Bij een grondige voorafgaande afweging door de initiatiefnemer (in samenspraak met coördinator / team van deskundigen) zou dit eigenlijk slechts uitzonderlijk het geval mogen zijn.
 

Wat dient er minimaal in een ‘doorstartbare’ ontheffingsaanvraag te staan?

  • Alle elementen die in een kennisgeving moeten staan zouden ook in de kennisgeving na doorstart uit de ontheffingsprocedure moeten staan. Hiervoor kan verwezen worden naar artikel 4.3.4 §1 van het D.A.B.M. Hoewel dit vanuit de praktijkervaring van de dienst Mer meestal het geval is bij de bestaande ontheffingsaanvragen, is dit toch een aandachtpunt.
  • De kennisgeving na doorstart uit de ontheffingsprocedure zal, zoals gebruikelijk voor een kennisgeving, ter inzage gelegd worden van het publiek. Een duidelijke inleiding en situering van het verloop van de procedure voor een project-MER is bijgevolg noodzakelijk.
  • De ontheffingsaanvraag dient tevens aangevuld en/of gewijzigd te worden op basis van de opmerkingen van de adviesinstanties en de dienst Mer.