Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
  Over onze organisatie  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Milieu en Mobiliteit Milieuvriendelijke voertuigen Ecoscore en Euronormen Euronormen voor voertuigen

Euronormen voor voertuigen

 

 

Op deze pagina vindt u informatie over het Europese proces en de hierin opgenomen limietwaarden:

In de jaren zeventig werden de eerste richtlijnen goedgekeurd om de luchtverontreiniging veroorzaakt door mobiele bronnen tegen te gaan. Met Richtlijn 70/220/EEG werden grenswaarden ingesteld voor emissies van CO en koolwaterstoffen van motoren van personenwagens met elektrische ontsteking (benzinemotoren). Richtlijn 72/306/EEG bevatte de specificaties waaraan dieselmotoren dienden te voldoen. Richtlijn 77/102/EEG werd aangevuld met grenswaarden voor NOx. De grenswaarden voor CO, koolwaterstoffen en NOx werden verder verlaagd in verschillende richtlijnen. Met richtlijn 88/436/EEG werden grenswaarden voor de emissie van deeltjes ingevoerd voor dieselmotoren. Vanaf 1 januari 1993 werd de katalysator verplicht. 

In 1992 organiseerde de Europese Commissie in samenwerking met de Europese vereniging voor autofabrikanten (ACEA) en de Europese vereniging voor de aardolie-industrie (Europia) een conferentie waar de emissienormen voor het jaar 2000 besproken werden. Conclusie was dat toekomstige emissienormen moesten gebaseerd zijn op een geïntegreerde aanpak en dat de verbetering van de luchtkwaliteit het centrale uitgangspunt moest zijn. Gevolg hiervan was een grootschalig onderzoek – het Auto-Oil I Programma - met als doel te komen tot de meest kosten/baten effectieve maatregelen ter reductie van voertuigemissies op gebied van motortechnologie, brandstofeigenschappen en niet-technische maatregelen. De atmosferische polluenten koolmonoxyde, fijn stof (PM10), benzeen en stifstofdioxide in steden en ozon werden onderzocht.

Het Auto-Oil I programma was een technisch programma en leverde input aan het politieke proces. De eerste resultaten werden in 1994 gepubliceerd in het rapport "Effect of Fuel Qualities and Related Vehicle Technologies on European Vehicle Emissions". Om de hiaten in de kennis op te vullen werden bijkomende onderzoeken en schattingen uitgevoerd. Naast brandstofkwaliteit en voertuigtechnologie speelt duurzaamheid van emissiecontrolesystemen een rol. Naarmate een voertuig ouder wordt, gaat zowel het voertuig zelf als het emissiecontrolesysteem minder goed functioneren. Mogelijk te nemen maatregelen zijn: strengere voorschriften voor een hogere frequentie van de verplichte inspecties en onderhoudsbeurten, aansprakelijkheidslimiet van de fabrikant optrekken, elektronische sensoren aanbrengen die op het functioneren van het emissiecontrolesysteem moeten toezien (on-board diagnostics), betere mechanismen gebruiken voor het opsporen van voertuigen (langs de weg) met een onaanvaardbaar hoge emissie en het uit de handel nemen van modellen indien het systeem onaanvaardbaar slecht begint te functioneren. 

Om de gevolgde aanpak nog te verdiepen werd in 1997 een Auto-Oil II programma opgezet. Hierin werden de gevolgde pistes rond voertuigtechnologie, brandstoffen en luchtkwaliteit verder gevolgd en werden bijkomend andere pistes zoals alternatieve aandrijfsystemen, niet technische maatregelen mobiliteitsproblematiek) en economische instrumenten geëxploreerd. Het Auto-Oil programma ging over in het uitgebreider programma Clean Air for Europe (CAFE) waarin tevens andere sectoren werden opgenomen. De ontwikkelde tools en expertise uit Auto-Oil werden opgenomen in het nieuwe programma. Aansluitend op het kader dat de Auto-Oil Programma's boden, deed de Europese Commissie voorstellen van Richtlijnen die besproken werden in het Europees Parlement en in de Raad van de Europese Gemeenschappen.

 

Emissienormen voor personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen

Personenwagens

g/km

 

benzine

diesel

 

 

CO

KWS

NOx

PM

Aantal deeltjes

CO

KWS

NOx

PM

Aantal deeltjes

Euro 1

1/7/92

2,72

0,5335

0,4365

 

 

2,72

0,097

0,873

0,14

 

Euro 2

1/1/96

2,2

0,275

0,225

 

 

1

0,07

0,63

0,08

 

Euro 3

1/1/2000

1/1/2001

2,3

0,2

0,15

 

 

0,64

0,56

0,500

0,05

 

Euro 4

1/1/2005

1/1/2006

1,0

0,1

0,08

 

 

0,5

0,3

0,250

0,025

 

Euro 5a

1/9/2009

1/1/2011

1,0

0,1

0,06

0,005 (DI)

 

0,5

0,23

0,180

0,005 / 0,0045

6x1011

Euro 6

1/9/2014

1/9/2015

1,0

0,1

0,06

0,005 (DI)

 

0,5

0,17

0,080

0,005 / 0,0045

6x1011

a. De norm voor het aantal deeltjes en 4,5 mg/km gaat in vanaf 1.1.2013.

De eerste datum geldt voor nieuwe types voertuigen, de tweede datum geldt voor alle nieuwe voertuigen.  

 

Lichte bedrijfswagens (N1 klasse I, II en III (*))

 

 

 

Benzine

diesel

 

 

 

CO

KWS

NOx

PM

Aantal deeltjes

CO

KWS

NOx

PM

Aantal deeltjes

Euro 1

1/10/94

I

2,72

0,97

 

 

2,72

0,97

0,14

 

 

 

II

5,17

1,4

 

 

5,17

1,4

0,19

 

 

 

III

6,9

1,7

 

 

6,9

1,7

0,25

 

Euro 2

1/1/98

I

2,2

0,5

 

 

1

0,6

0,1

 

 

 

II

4

0,65

 

 

1,2

1,1

0,15

 

 

 

III

5

0,8

 

 

1,35

1,3

0,2

 

Euro 3

1/1/2001

I

2,3

0,2

0,15

 

 

0,64

0,06

0,5

0,05

 

 

1/1/2002

II

4,17

0,25

0,18

 

 

0,8

0,07

0,65

0,07

 

 

1/1/2002

III

5,22

0,29

0,21

 

 

0,95

0,08

0,78

0,1

 

Euro 4

1/1/2006

I

1

0,1

0,08

 

 

0,5

0,05

0,25

0,025

 

 

 

II

1,81

0,13

0,1

 

 

0,63

0,06

0,33

0,04

 

 

 

III

2,27

0,16

0,11

 

 

0,74

0,07

0,39

0,06

 

Euro 5a

1/9/2009

1/1/2011

I

1,0

0,1

0,06

0,005 (DI)

 

0,5

0,230

 

0,180

 

0,005 / 0,0045

6x1011

 

1/9/2010

1/9/2012

II

1,81

0,13

0,075

0,005 (DI)

 

0,63

0,295

0,235

0,005 / 0,0045

6x1011

 

1/9/2010

1/9/2012

III

2,27

0,16

0,082

0,005 (DI)

 

0,74

0,350

0,280

0,005 / 0,0045

6x1011

Euro 6

1/9/2014

1/9/2015

I

1,0

0,1

0,06

0,005 (DI)

 

0,5

0,170

0,08

0,005 / 0,0045

6x1011

 

1/9/2015

1/9/2016

II

1,81

0,13

0,075

0,005 (DI)

 

0,63

0,195

0,105

0,005 / 0,0045

6x1011

 

1/9/2015

1/9/2016

III

2,27

0,16

0,082

0,005 (DI)

 

0,74

0,215

0,125

0,005 / 0,0045

 

(*)- Euro 1 en 2 gewichtsklassen: I < 1250 kg, II: 1250-1700, III: > 1700 kg

    - Euro 3 tem 6 gewichtsklassen: I < 1350 kg, II: 1350-1760 kg; III > 1760 kg

a. De norm voor het aantal deeltjes en 4,5 mg/km gaat in vanaf 1.1.2013.

De eerste datum geldt voor nieuwe types voertuigen, de tweede datum geldt voor alle nieuwe voertuigen. Voor Euro 3 en 4 wordt enkel de datum voor nieuwe types vermeldt. De datum voor alle nieuwe voertuigen is steeds één jaar later.

 

Emissienormen voor vrachtwagens

Voor zware voertuigen worden, in tegenstelling tot lichte voertuigen, de emissies van de motor en niet van het voertuig gereglementeerd. De Europese wetgevende basis voor de emissienormering van zware voertuigen is Richtlijn 88/77/EEC, die geamendeerd is door Richtlijn 1999/96/EC betreffende de Euro 3,4 en 5 standaard voor de jaren 2000 tot 2008. In de richtlijn zijn tevens emissienormen vastgelegd voor lage emissievoertuigen (EEV, enhanced environmentally friendly vehicle).

Sinds de Euro3 standaard is de oude ECE R-49 testcyclus vervangen door twee testcycli: ESC (European Stationary Cycle) en de meer dynamische ETC (European Transient Cycle). Voor de type-goedkeuring van nieuwe voertuigen met dieselmotor van de Euro3 standaard heeft de fabrikant de keuze tussen beide testcycli. Voor de typegoedkeuring van Euro4 en EEV zijn de emissies verplicht genormeerd volgens de twee cycli. 

De volgende  tabel bevat de emissiewaarden voor de verschillende Euronormen en hun implementatiedata volgens de beide testcycli.

 

 

EU Emissie Standaarden Zwaar Vervoer Diesel motoren, ESC test, g/kWh

Tier

Date & Category

Test Cycle

CO

HC

NOx

NH3

(ppm)

PM

Aantal deeltjes

Smoke

Euro

I

1992, <85 kW

ECE R-49

4.5

1.1

8.0

 

0.612

 

 

1992, >85 kW

4.5

1.1

8.0

 

0.36

 

 

Euro II

1996.10

4.0

1.1

7.0

 

0.25

 

 

1998.10

4.0

1.1

7.0

 

0.15

 

 

Euro III

1999.10, EEVs only

ESC & ELR

1.5

0.25

2.0

 

0.02

 

0.15

2000.10

ESC&ELR

2.1

0.66

5.0

 

0.10
0.13*

 

0.8

Euro IV

2005.10

1.5

0.46

3.5

 

0.02

 

0.5

Euro V

2008.10

1.5

0.46

2.0

 

0.02

 

0.5

Euro VI

2013.01

WHSC

1.5

0.13

0.4

0.01

0.01

8x1011

 

 

 

* - for engines of less than 0.75 dm3 swept volume per cylinder and a rated power speed of more than 3000 min-1

 

Emissie Standaarden Diesel and Gas motoren, ETC Test, g/kWh

 

Tier

Date

Test Cycle

CO

NMHC

CH4a

NOx

NH3

PMb

Aantal deeltjes

Euro III

1999.10, EEVs only

ETC

3.0

0.40

0.65

2.0

 

0.02

 

2000.10

ETC

5.45

0.78

1.6

5.0

 

0.16
0.21c

 

Euro IV

2005.10

4.0

0.55

1.1

3.5

 

0.03

 

Euro V

2008.10

4.0

0.55

1.1

2.0

 

0.03

 

Euro VI

2013.01

WHTC

4.0

0.16

0.5

0.46

0.01

0.01

6x1011

 

a - for natural gas engines only
b - not applicable for gas fueled engines at the year 2000 and 2005 stages
c - for engines of less than 0.75 dm3 swept volume per cylinder and a rated power speed of more than 3000 min-1

 

 

Voor bromfietsen en motorfietsen worden eveneens emissiegrenswaarden opgelegd. Bromfietsen en motorfietsen stoten vooral vluchtige organische stoffen uit (VOS) en dragen zo bij tot de ozonvorming.

Volgens Richtlijn 97/24/EG van 17 juni 1997 (omgezet in het Koninklijk Besluit van 8 november 1998) dienen alle nieuwe EU-typegoedkeuringen voor twee- en driewielers te voldoen aan volgende grenswaarden:

 
 
 
CO
KWS
NOx
KWS+ NOx
 
 
 
g/km
g/km
g/km
g/km
>50 cm³
17/06/99
2-cylinder
8
4
0,1
-
 
17/06/99
4-cylinder
13
3
0,3
-
<50 cm³
17/06/99
 
6
-
-
3
 
17/06/02
 
1
-
-
1,2
 

Richtlijn 2002/51/EG bevatte een tweede reeks Euronormen voor twee- en driewielers.

 
 
CO
KWS
NOx
 
 
g/km
g/km
g/km
1/07/04
I (<150cc)
5,5
1,2
0,3
 
II (>150cc)
5,5
1
0,3
1/01/07
I (<150cc)
2
0,8
0,15
 
II (>150cc)
2
0,3
0,15

 

Emissienormen voor niet voor de weg bestemde mobiele machines

 

Richtlijn 97/68/EG

 
Vermogen (Kw)
CO
(g/kWh)
KWS
(g/kWh)
NOx
(g/kWh)
PM
(g/kWh)
31/12/1998
130-560
5
1,3
9,2
0,54
31/12/1998
75-130
5
1,3
9,2
0,7
31/03/1999
37-75
6,5
1,3
9,2
0,85
31/12/2001
130-560
3,5
1
6
0,2
31/12/2002
75-130
5
1
6
0,3
31/12/2003
37-75
5
1,3
7
0,4
31/12/2000
18-37
5,5
1,5
8
0,8
 

Richtlijn 2000/25/EG

 
 
Vermogen (kW)
CO
(g/kWh)
KWS
(g/kWh)
NOx
(g/kWh)
PM
(g/kWh)
NRMM
Land- en bosbouw
 
 
 
 
 
Eerste fase
31/12/98
30/06/2001
130-560
5
1,3
9,2
0,54
31/12/98
30/06/2001
75-130
5
1,3
9,2
0,7
31/03/99
30/06/2001
37-75
6,5
1,3
9,2
0,85
Tweede fase
31/12/2001
31/12/2001
130-560
3,5
1
6
0,2
31/12/2002
31/12/2002
75-130
5
1
6
0,3
31/12/2003
31/12/2003
37-75
5
1,3
7
0,4
31/12/2000
31/12/2001
18-37
5,5
1,5
8
0,8
 

Richtlijn 2002/88/EG

 
Klasse
HC + NOx
NMHC + NOx
HC
NOx
CO
Deeltjes
 
Fase I
 
 
 
 
 
 
11 augustus 2004
SH:1
-
-
295
5,36
805
-
SH:2
-
-
241
5,36
805
-
SH:3
-
-
161
5,36
603
-
SN:1
50
-
-
-
519
-
SN:2
40
-
-
-
519
-
SN:3
16,1
-
-
-
519
-
SN:4
13,4
-
-
-
519
-
 
Fase II
 
 
 
 
 
 
01/08/07
SH:1
50
-
-
-
805
 
01/08/07
SH:2
50
-
-
-
805
 
01/08/08
SH:3
72
-
-
-
603
 
01/08/04
SN:1
50
-
-
-
610
 
01/08/04
SN:2
40
-
-
-
610
 
01/08/07
SN:3
16,1
14,8
-
-
610
 
01/08/06
SN:4
12,1
-
-
-
610
 
 
CCR-I en CCR-II
 
Tot voor kort bestonden er voor binnenschepen geen emissienormen. De Centrale Commissie van de Rijnvaart nam het initiatief om emissienormen op te leggen. Deze normen gelden in de Rijnoeverstaten en in België. De CCR voorziet verschillende fasen. De CCR-I norm is sinds 1 januari 2003 van kracht voor nieuwe motoren. De CCR-II norm is sinds januari 2008 verplicht.
 
De normen zien er als volgt uit (in g/kWh):
 
Vermogen (kW)
CO
NOx
HC
PM
CCR-I
 
 
 
 
37<Pn<75
6,5
9,2
1,3
0,85
75<Pn<130
6,5
9,2
1,3
0,70
Pn>130
5
9,2
1,3
0,54
 
 
 
 
 
CCR-II
 
 
 
 
18<Pn<37
5,5
8
1,5
0,8
37<Pn<75
5,5
7
1,3
0,4
75<Pn<130
5,0
6
1
0,3
130<Pn<560
3,5
6
1
0,2
Pn>560
3,5
6
0,2
0,2
 
Schepen moeten regelmatig (om de 5 à 10 jaar, en ook bij ombouw) een certifikaat aanvragen. Het certificaat wordt slechts verleend als de motor in het schip voldoet aan aan de CCR-normen of de EU-normen (zie verder richtlijn 2004/26/EG).
 

Richtlijn 2004/26/EG

Aandrijfmotoren voor andere toepassingen dan voor binnenschepen, locomotieven en treinstellen:

vermogen
CO
HC + NOx
deeltjes
datum
Fase III A
 
 
 
 
130 < P < 560
3,5
4
0,2
01.01.2006
75 < P < 130
5
4
0,3
01.01.2007
37 < P <75
5
4,7
0,4
01.01.2008
19 < P < 37
5,5
7,5
0,6
01.01.2007
Fase III B
 
HC
NOx
 
 
130 < P < 560
3,5
0,19
2
0,025
01.01.2011
75 < P < 130
5
0,19
3,3
0,025
01.01.2012
56 < P <75
5
0,19
3,3
0,025
01.01.2012
37 < P < 56
5
4,7
0,025
01.01.2013
Fase IV
 
 
 
 
130 < P < 560
3,5
0,19
0,4
0,025
01.01.2014
56 < P < 130
5
0,19
0,4
0,025
01.10.2014
 

Aandrijfmotoren voor toepassing in binnenschepen:

Cilinderinhoud SV en vermogen P
CO
HC + NOx
deeltjes
Datum
SV < 0,9 en P > 37
5
7,5
0,40
01.01.2007
0,9 < SV < 1,2
5
7,2
0,30
01.01.2007
1,2 < SV < 2,5
5
7,2
0,20
01.01.2007
2,5 < SV < 5
5
7,2
0,20
01.01.2009
5 < SV < 15
5
7,8
0,27
01.01.2009
15 < SV < 20 en P < 3300
5
8,7
0,5
01.01.2009
15 < SV < 20 en P > 3300
5
9,8
0,5
01.01.2009
20 < SV < 25
5
9,8
0,5
01.01.2009
25 < SV <30
5
11
0,5
01.01.2009
 

Motoren voor het aandrijven van locomotieven:

Vermogen
CO
HC + NOx
Deeltjes
Datum
Fase III A
 
 
 
 
130 < P < 560
3,5
4
0,2
01.01.2007
 
CO
HC
NOx
deeltjes
 
P > 560
3,5
0,5
6
0,2
01.01.2009
P > 2000
3,5
0,4
7,4
0,2
01.01.2009
Fase III B
 
 
 
 
 
130 < P
3,5
4
0,025
01.01.2012
 

Motoren voor treinstellen:

Vermogen
CO
HC + NOx
Deeltjes
Datum
Fase III A
 
 
 
 
130 < P
3,5
4
0,2
01.01.2006
Fase III B
 
 
 
 
130 < P
3,5
0,19
2
0,025
01.01.2012
 

Richtlijn 2005/13/EG

Richtlijn 2005/13/EG van 21 februari 2005 is een aanpassing van richtlijn 2000/25/EG en van 2003/37/EG ivm de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door motoren bestemd voor het aandrijven van landbouw- en bosbouwtrekkers. 

vermogen
CO
HC + NOx
deeltjes
Datum
Fase III A
 
 
 
 
130 < P < 560
3,5
4
0,2
01.01.2006
75 < P < 130
5
4
0,3
01.01.2007
37 < P <75
5
4,7
0,4
01.01.2008
19 < P < 37
5,5
7,5
0,6
01.01.2007
Fase III B
 
HC
NOx
 
 
130 < P < 560
3,5
0,19
2
0,025
01.01.2011
75 < P < 130
5
0,19
3,3
0,025
01.01.2012
56 < P <75
5
0,19
3,3
0,025
01.01.2012
37 < P < 56
5
4,7
0,025
01.01.2013
Fase IV
 
 
 
 
130 < P < 560
3,5
0,19
0,4
0,025
01.01.2014
56 < P < 130
5
0,19
0,4
0,025
01.10.2014

De samenstelling van de brandstof heeft vooral een grote invloed op de emissies van SO2, lood en benzeen.

 

Benzine en diesel

Sinds 1 januari 2000 mag er geen loodhoudende benzine meer op de markt gebracht worden. Het zwavelgehalte van zowel benzine als diesel werd in fasen verminderd:

 
2000
2005
2009
 
ppm S
ppm S
 
Benzine
150
50
10
Diesel
350
50
10

 

Gasolie en zware stookolie

Ook voor niet voor de weg bestemde voertuigen zoals landbouwmachines, werden specificaties voor brandstoffen opgenomen. Het zwavelgehalte voor niet voor de weg bestemde voertuigen wordt eveneens in fasen verminderd:

 
normen
aanvangsdatum
zware stookolie
Max 1% S
1/01/03
gasolie (ook voor de scheepvaart)
Max 0,2% S
1/07/00
gasolie (ook voor de scheepvaart)
Max 0,1% S
1/01/08
 

Gasolie wordt gebruikt voor landbouwtrekkers en bosbouwmachines, dieseltreinen en korte afstand scheepsvaart. Zware stookolie wordt voor scheepvaart voor lange afstanden gebruikt. De in richtlijn 1999/32/EG opgenomen vereisten gelden echter niet voor de zware stookolie in de scheepvaart. Zware stookolie in de scheepvaart heeft wereldwijd gemiddeld 2,7% zwavel, mag volgens de huidige internationale norm maximaal 4,5% zwavel bevatten volgens Annex VI van het MARPOL-Verdrag.

Het zwavelgehalte in scheepsbrandstoffen wordt op internationaal en Europees niveau geregeld door het Marpol-verdrag Annex VI en in de richtlijnen 1999/32/EG en 2005/33/EG. De zwavelrichtlijn zal vermoedelijk herzien worden tussen 2008 en 2010.
 
Het Marpolverdrag in het kader van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) stelt zich tot doel zeeverontreiniging door schepen te beperken en te voorkomen. In de jaren negentig werd Annex VI ontwikkeld. Het werd in 1997 aangenomen tijdens een Diplomatieke Conferentie. Annex VI zou in werking treden 1 jaar nadat 15 landen die 50% van de brutotonnage van de wereldkoopvaardijvloot vertegenwoordigen dit Protocol geratificeerd hadden. Daardoor werd Marpol Annex VI op 19 mei 2005 van kracht.
 
Annex VI van Marpol bevat voorschriften voor de preventie van luchtverontreiniging door schepen. De maatregelen zijn niet alleen gericht op de uitstoot van SOx, maar ook op de emissies van NOx, VOS en ozonaantastende stoffen. Annex VI wijst speciale gebieden voor beheersing van SO2-emissies in de Oostzee of de Baltische Zee, de Noordzee en het Kanaal. Annex VI stelt met betrekking tot het zwavelgehalte van zware stookolie voor schepen een wereldwijde limiet van 4,5% en een limiet van 1,5% in de speciale gebieden. Andere maatregelen zijn NOx-normen voor dieselmotoren, vrijwillige normen voor VOS en verbod op opzettelijke emissies van ozonaantastende stoffen.
 
In april 2008 werd Annex VI herzien. Vanaf 2020 is er een wereldwijde limiet van 0,5% zwavelgehalte in de scheepsbrandstoffen, in 2012 3,5%. Voor de speciale gebieden geldt een strengere limiet, namelijk 1% zwavel in 2010 en 0,1% zwavel in 2015. De NOx-emissies voor nieuwe schepen zullen . 16 tot 22% gereduceerd worden in 2011 ten opzichte van 2000, en 80% in 2016.