Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
U bent hier: www.lne.be Thema's Milieu en Gezondheid Zendantennes Voor lokaal bestuur

Voor lokaal bestuur

 

Draaiboek 'zendantennes, een hot item'

Het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie onwikkelde in 2011 samen met het departement LNE, Toezicht Volkgsgezondheid en de Vlaamse Logo's het draaiboek 'zendantennes, een hot item'. Doel van dat draaiboek is lokale besturen informeren over de technologie, de wetenschappelijke stand van zaken met betrekking tot gezondheidseffecten van elektromagnetische straling, de wetgeving rond vast opgestelde zendantennes en draadloze toepassingen en om mogelijkheden aan te rijken om te communiceren over de verschillende aspecten van elektromagnetische straling.

draaiboek 'zendantennes, een hot item' (pdf, 3,5 Mb)

 

Aflevering conformiteitsattest

Het lokaal bestuur ontvangt, na goedkeuring van het antennedossier, tegelijk met de antenne-eigenaar het conformiteitsattest. Dat attest geeft toestemming aan de antenne-eigenaar om de antenne in gebruik te nemen. Antenne-eigenaren kunnen gsm-operatoren, radio-amateurs, tv of radiostations, ... zijn.

Vast opgestelde zendantennes zijn opgenomen in titel II van VLAREM (Vlaams Reglement over milieuvergunningen) als niet-ingedeelde inrichting. Dat wil zeggen dat er geen vergunning nodig is en ook geen meldingsplicht bij de lokale besturen. Natuurlijk moeten de antennes wel voldoen aan een aantal milieuvoorwaarden. Daarom moet de antenne-eigenaar voor het in werking treden of bij een wijziging van een antenne-installatie een conformiteitsattest aanvragen bij de Vlaamse overheid.

toelichting aanvraag conformiteitsattest

 

Stedenbouwkundige vergunning en openbaar onderzoek

Voor de constructie van vast opgestelde zendantennes moet in principe een stedenbouwkundige vergunning (vroeger bouwvergunning genoemd) aangevraagd worden bij de Vlaamse overheid. Volgens de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zijn er uitzonderingen waardoor de plaatsing van antennes in heel wat gevallen zonder stedenbouwkundige vergunning kan gebeuren. Dat is meestal het geval bij het plaatsen van antennes op bestaande constructies zoals masten, gebouwen en watertorens. Als er bv. een volledige nieuwe pyloon voor antennes moet gebouwd worden, dan is een vergunning wel nodig. Bij sommige aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen is een openbaar onderzoek nodig, bij andere niet. In de Codex Ruimtelijke Ordening (artikel 3, paragraaf 3) wordt omschreven wanneer een openbaar onderzoek nodig is

Bij de beoordeling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning wordt rekening gehouden met de invloed op leefmilieu en gezondheid. Daarvoor wordt verwezen naar de normering die opgenomen is in titel II van VLAREM en het conformiteitsattest. Die normering staat los van de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning. Dat betekent dat een antenne-eigenaar wel de stedenbouwkundige vergunning en het conformiteitsattest moet hebben om een antenne in gebruik te kunnen nemen, maar dat de volgorde van aanvragen niet vastgelegd is in de wetgeving. De antenne-eigenaar kan dus ofwel eerst het attest of wel eerst de stedenbouwkundige vergunning aanvragen. Beide procedures zijn mogelijk.
 

Telecomcode

De telecomcode uit 1998 is een overeenkomst tussen de gsm operatoren en de Vlaamse overheid. De code bevat afspraken op het vlak van locatie, inplanting, inrichting en aankleding van antennesites. De principes worden door de operatoren toegepast bij stedenbouwkundige aanvragen en door de vlaamse overheid bij beoordeling van die aanvragen. Enkele afspraken zijn:

  • in eerste instantie antennes plaatsen op hoge gebouwen (niet bewoond)
  • site sharing (meerdere operatoren op een mast)
  • bij voorkeur kwetsbare plaatsen zoals natuurgebieden en beschermde landschappen vermijden

 

Toezicht en handhaving

Het milieuhandhavingsbesluit legt op dat het toezicht op de straling van vast opgestelde zendantennes zoals gsm-antennes uitgevoerd wordt door de Afdeling Milieu-inspectie. Metingen worden uitgevoerd als technische controles op de naleving van de normering.