|
|
|
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | ||
Inhoud conformiteitsattest
Voor een antenne-eigenaar zendantennes in gebruik mag nemen, moet hij een conformiteitsattest krijgen van de Vlaamse overheid. Om dat aan te vragen moet de antenne-eigenaar een technisch dossier opmaken. Dat bevat de technische eigenschappen van de antennes zoals zendvermogen en de kenmerken van de omgeving zoals de hoogte van de gebouwen in de buurt van de antennes. Daarmee toont de antenne-eigenaar aan dat de antennes de norm respecteren. Het BIPT controleert vervolgens het technisch dossier in opdracht van de Vlaamse overheid. Als het dossier in orde is, rapporteren ze dit aan de Vlaamse overheid. Die bezorgt dan het conformiteitsattest aan de antenne-eigenaar en tegelijk ook aan de gemeente waar de antenne gelegen is. Hieronder kan je de verschillende onderdelen van het conformiteitsattest, waar ook het technisch dossier een onderdeel van is, terugvinden. De conformiteitsattesten van gsm-antennes en antennes voor draadloos internet kan je terugvinden op www.sites.bipt.be.
ConformiteitsattestDe eerste pagina van het conformiteitsattest geeft aan wie de antenne-eigenaar is en voor welke locatie het attest van toepassing is. Er wordt ook vermeld hoeveel antennes er in het dossier behandeld worden.
De tekst "De afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu en Gezondheid van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie certificeert dat, als de elementen in het technische dossier (bijlage) de werkelijke situatie weergeven, de vermelde vast opgestelde zendantennes voldoen aan de bepalingen van deel 2 (milieukwaliteitsnorm voor elektromagnetische golven) en, indien van toepassing, deel 6 (norm per vast opgestelde zendantenne) van titel II van het VLAREM." geeft aan de antennes die in dit dossier vermeld worden voldoen aan de normen. Op de tweede pagina kan je een tabel vinden waarin alle antennes van de antenne-eigenaar op deze locatie en hun eigenschappen worden opgesomd.
In dit voorbeeld zie je 9 antennes, 3 van 900 MHz, 3 van 1800 MHz en 3 van 2100 MHz. Om het gebied rond een antennesite te bedienen, gebruiken operatoren drie antennes die elk uitzenden in een hoek van 120° dus ongeveer één derde van dat gebied. De azimut wordt uitgedrukt in graden (°) en geeft aan hoe de antenne gericht is ten opzichte van het noorden. Dit komt overeen met de kompasrichting. De hoogte (m) en breedte (m) zijn de afmeting van de antenne zelf. Een zendantenne zendt uit met een bepaald vermogen in Watt (W). Dat is eigenlijk de kracht waarmee de elektromagnetische straling wordt uitgezonden. De meeste zendantennes hebben een vermogen tussen 10 en 40 W (sommige antennes kunnen ook een hoger vermogen hebben). De 900 MHz zendantennes hebben in dit voorbeeld een vermogen van 20 W, de 2100 MHz zendantennes 10 W. De tilt in graden (°) geeft aan of de stralingsrichting van de antenne hoger of lager is dan het horizontale vlak. Een negatieve tilt komt overeen met een antenne die meer naar beneden is gericht, een positieve geeft aan dat de antenne meer naar boven is gericht. De mechanische tilt kan je zien, omdat de antenne dan echt overhelt. De elektrische tilt is een eigenschap van de antenne zelf en kan je aan de buitenkant niet zien. De totale tilt is de combinatie van de mechanische en elektrische tilt en geeft de stralingsrichting in de praktijk. In het voorbeeld zendt de antenne in het horizontale vlak uit. De tilt is gelijk aan 0° of aan -2°. De horizontale openingshoek en verticale openingshoek in graden (°) beschrijven in welke hoek in het verticale of horizontale vlak het meeste vermogen wordt uitgezonden. Iedere antenne bestrijkt ongeveer 120°, maar binnen deze horizontale openingshoeken wordt het meeste vermogen uitgezonden. De verticale openingshoek is heel klein omdat de antennes zeer gericht uitzenden. Om aan te duiden dat een antenne vooral in één richting uitzendt, gebruikt men de term winst (dB(i)), uitgedrukt in decibel. De term decibel is vooral bekend voor geluidsmetingen, maar wordt ook gebruikt om een verhouding aan te duiden. Bij zendantennes gaat het om de verhouding tussen het zendvermogen dat een isotrope antenne nodig heeft om bijvoorbeeld 100 meter ver te stralen ten opzichte van het vermogen dat een gsm-zendantenne nodig heeft om 100 meter te stralen. Een isotrope antenne zendt in elke richting even sterk uit. Omdat een gsm-zendantenne voornamelijk in één richting uitzendt, heeft die een veel lager vermogen nodig om die 100 meter te bereiken dan de isotrope antenne. Je kan dit vergelijken met een zaklamp en een gewone lamp. De zaklamp zendt het licht vooral in één richting uit zodat je er ver mee kan schijnen. Een gewone lamp zendt in alle richtingen uit, maar kan je niet gebruiken om verder af gelegen locaties te verlichten. De volgende pagina's in het conformiteitsattest omschrijven de regelgeving. Allereerst wordt vermeld dat de straling van alle mogelijke bronnen samen (tv, radio, gsm, draadloos internet, ...) niet hoger mag zijn dan de waarden in de tabel. Die waarden zijn afhankelijk van de frequentie van de straling. Dat is omdat straling met een hogere frequentie minder diep kan doordringen in het lichaam. Voor de gsm-antennes van 900, 1800 en 2200 MHz wordt de norm dus 20,6 V/m, 29 V/m en 30,7 V/m.
De onderstaande formule wordt gebruikt om de straling van alle bronnen op te tellen. Als de uitkomst kleiner is dan 1, dan wordt de norm gerespecteerd.
Bijkomend aan deze norm is er een extra norm die enkel van toepassing is voor gsm-antennes en antennes voor draadloos internet en enkel binnenshuis (en speelplaatsen van scholen). Die norm is ook afhankelijk van de frequentie. Voor de gsm-antennes van 900, 1800 en 2200 MHz wordt de norm dus 3 V/m, 4,2 V/m en 4,5 V/m. Verder staat vermeld dat: " De exploitatie of verandering van een vast opgestelde zendantenne is verboden zonder conformiteitsattest. Dit conformiteitsattest wordt aangevraagd bij de Vlaamse overheid (https://www.milieuinfo.be/zendantennes/). Bij de aanvraag voor een conformiteitsattest wordt een technisch dossier gevoegd. Aan de hand van dit technische dossier wordt beoordeeld of voor de in het dossier vermelde vast opgestelde zendantennes de milieukwaliteitsnorm en de norm per vast opgestelde zendantenne gerespecteerd worden. De Vlaamse overheid laat zich bijstaan door het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie om de nodige berekeningen uit te voeren m.b.t. het technische dossier. Aan de hand van het ingediende technische dossier en eventuele aanvullingen maakt het BIPT per installatie een rapport op dat als bijlage bij dit conformiteitsattest gevoegd wordt. Het verslag bevat de resultaten van de analyses van het BIPT, gebaseerd op de ingediende gegevens. De administratieve elementen worden eveneens overgenomen."
Technisch dossierHet technisch dossier bevat heel wat gegevens die het mogelijk maken te controleren of de antennes op deze locatie de norm zal respecteren: Administratieve gegevensHieronder kan je de gegevens van de antenne-eigenaar vinden die de aanvraag ingediend heeft, de locatie van de antenne-installatie en het aantal antennes die behandeld worden in het dossier. Verder vind je ook nog de tabel met de technische eigenschappen van de antennes. Die gegevens kon je ook al terugvinden in het conformiteitsattest. PlannenHier vind je een plattegrond, luchtfoto en detailtekeningen (bovenaanzicht en zijaanzichten waarop de geplande antennes aangeduid zijn. Die plannen maken het mogelijk om te controleren of de gegevens die in de volgende delen gebruikt worden overeenstemmen met de werkelijke toestand. Plannen met zonesOm duidelijk te maken hoeveel straling er door de antennes in de omgeving terecht komt, worden plannen met zones opgenomen in het dossier (per antenne is er één plan - in dit voorbeeld met 9 antennes vind je in het dossier dus 9 plannen met zones). De rode pijlen geven de stralingsrichting van de antennes weer. Op die plannen staan groene, blauwe en magenda punten aangeduid. In de zones aangeduid met blauwe punten kan er 5 % van de norm bereikt worden, in de zones met magenta punten kan er 2 % van de norm bereikt worden. Let op, die 5 of 2 % van de norm wordt bereikt op een bepaalde hoogte (meestal niet op een hoogte waar mensen kunnen komen, maar wel op de hoogte waar de stralingsbundel zich bevindt).
Onderaan elk plan met zones kan je vinden, hoe groot de afstand tussen 2 punten in de zone is, welke norm van toepassing is en voor welke antenne dit plan van toepassing is. In dit voorbeeld is de norm 4,5 V/m (dus een antenne van 2100 MHz) en het gaat om de antenne uit de tabel met nummer 9.
Plannen met controlepuntenDe plannen met zones geven de zone aan waar er meer dan 2 % of meer dan 5 % van de norm kan bereikt worden. Die zones zijn echter meestal niet bereikbaar voor mensen (vanwege de hoogte). Daarom vind je in het antennedossier ook plannen met controlepunten. In die punten wordt de maximale blootstelling berekend op plaatsen waar mensen wel kunnen komen zoals woningen, kantoren en bedrijven. Voor gsm-antennes zijn er altijd 2 berekeningen *. De eerste berekening 'controlepunten - in % ten opzichte van de milieukwaliteitsnorm' kijkt na of de antenne-installatie voldoet aan de norm voor straling van alle antennes samen. De tweede berekening 'controlepunten - veldsterkte per antenne' kijkt na of de antennes voldoen aan de norm per antenne. De tweede berekening is enkel nodig voor gsm-antennes en antennes voor draadloos internet. Andere antennes moeten niet aan die norm voldoen.
Donkergroene punten zijn punten waar geen enkele zendantenne 2% van de norm overschrijdt (in de afbeelding komen enkel donkergroene punten voor). Lichtgroene punten zijn punten waar geen enkele zendantenne 5% van de milieukwaliteitsnorm overschrijdt. Gele punten zijn punten waar één of meer zendantennes boven 5% van de norm uitkomen, maar waar de totale norm gerespecteerd wordt. Als die punten voorkomen gebruikt het BIPT extra informatie zoals metingen en consultatie databanken met sterke zenders om met zekerheid te bepalen dat de norm gerespecteerd wordt. De rode pijlen geven de stralingsrichting van de antennes aan. De berekende waarden in de controlepunten kan je telkens terugvinden in de bijgevoegde tabellen. Indit voorbeeld vind je de tabel met de controlepunten die toelaten de norm per antenne te controleren. In dit geval is de hoogste waarde die mogelijk is 1,7 V/m, dat is lager dan de norm die voor deze antenne van 2100 MHz gelijk is aan 4,5 V/m.
* In de attesten die in het verleden werden afgeleverd door het BIPT (Vlaanderen is sinds 2009 bevoegd) vind je maar één tabel. De vroegere norm was immers gelijk aan de huidige norm voor de straling van alle bronnen samen. De norm per antenne is een nieuwe strengere norm die vroeger niet bestond. Bestaande antennes moeten eind 2012 wel voldoen aan de nieuwe norm en voor eind 2015 moet er voor die antennes een nieuw attest aangevraagd worden. Die overgangsperiode is noodzakelijk omdat er erg veel attesten gemaakt moeten worden. Verticale projectieDe volgende pagina's tonen de vertikale projectie waarop de hoeveelheid straling wordt aangeduid bij maximaal vermogen. Die projecties worden ook per zendantenne opgesteld. De vertikale as geeft de hoogte boven de grond, de horizontale as geeft de afstand tot de antenne. Magenta punten geven aan dat daar de norm per zendantenne wordt bereikt. Dat gebeurt meestal op een hoogte waar niemand kan komen (in het voorbeeld op minimaal 16 meter hoogte en op 25 meter afstand van de antenne. Om te controleren dat in omliggende gebouwen (bv. appartementsgebouwen) de norm niet overschreden wordt, worden controlepunten berekend.
Voor meer informatie kan je terecht op milieu.gezondheid@lne.vlaanderen.be of 02 553 11 31 |
||