|
|
|||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | ||||||||||||||
Studiedag 2/2/2010: Chemische stoffen in de Vlaamse bevolking
Humane biomonitoring kent de laatste jaren een belangrijke opgang binnen het milieu- en gezondheidsonderzoek. Het daadwerkelijk includeren van humane biomonitoring in het milieu- en gezondheidsbeleid is echter een stap die slechts in een beperkt aantal landen wordt gezet. Vlaanderen bekleedt hierin een voortrekkersrol. De open en transparante communicatie van de resultaten van het humaan biomonitoringsonderzoek naar zowel de deelnemers als naar het brede publiek en de consequente en gefaseerde doorwerking van de resultaten in het beleid (het faseplan) maken de Vlaamse aanpak uniek. Het faseplan bestaat uit een voorfase en vier opeenvolgende fasen:
Elke fase doorloopt achtereenvolgens een aantal stappen. Eerst wordt door een onderzoeksteam van het Steunpunt Milieu en Gezondheid “desk research” gedaan met betrekking tot de vraag die in de betreffende fase voorligt. Op basis hiervan worden aan experten een aantal vragen voorgelegd samen met documentatie over het vraagstuk. Naast medisch milieukundige aspecten, wordt hierbij ook steeds naar beleidsmatige en maatschappelijke aspecten gekeken. Vervolgens komen in een jurydiscussie maatschappelijke actoren aan het woord om hun inzichten en meningen over het vraagstuk te geven. Het onderzoeksteam maakt van de “desk research”, de expertronde en de jurydiscussie een synthese op basis waarvan de bevoegde minister(s) op een onderbouwde en afgewogen wijze kunnen beslissen en communiceren of er, en zo ja welke, verdere stappen gezet moeten worden. In 2006 werd van start gegaan met een pilootproject rond de verhoogde p,p’-DDE-gehaltes gemeten in de landelijke gebieden en in de Albertkanaalzone. P,p’-DDE is een restproduct van DDT, een bestrijdingsmiddel dat in België al ruim dertig jaar verboden is. Dit pilootproject had niet enkel tot doel de oorzaak en de bron van de p,p’-DDE-afwijkingen te achterhalen maar ook het ‘concept’ faseplan te evalueren en indien nodig aan te passen. Experten- en juryrondes werden doorlopen, waarna een samenvattend beleidsdocument aan de bevoegde ministers werd voorgelegd. Dit document bevatte een aantal beleidsaanbevelingen en voorstellen voor concrete beleidsacties; twee hiervan werden door de toenmalige minister voor leefmilieu Hilde Crevits goedgekeurd voor uitvoering: (i) organiseren van een inzamel- en sensibiliseringsactie m.b.t. pesticiden, (ii) verder onderzoek naar de huidige en historische opnameroute van DDT. Op basis van de ervaring opgedaan via het DDE-pilootproject werd begin 2008 gestart met de beleidsvertaling van de overige humane biomonitoringresultaten. Hierbij werden in het kader van fase I (evalueren van geselecteerde overschrijdingen naar ernst en prioriteiten) twee gevalstudies door beide inhoudelijk bevoegde ministers prioritair voor verdere aanpak in fase II bevonden, namelijk de verhoogde gehaltes aan gechloreerde verbindingen in de landelijke gebieden en de verhoogde astma-incidentie in stedelijke agglomeraties. De problematiek van gechloreerde verbindingen en van het toenemen van de astma-incidentie in stedelijke omgeving is uiteraard niet nieuw in Vlaanderen. De toegevoegde waarde van de humane biomonitoring en het bijhorende faseplan ligt in het feit dat specifieke aandachtspunten en -gebieden werden geïdentificeerd, de beschikbare meetresultaten grondig werden bestudeerd en in dit kader de reeds bestaande maatregelen werden geïnventariseerd en bestudeerd. Het onderzoek in het kader van het faseplan betekent bovendien een stimulans voor het verder uitvoeren of opnieuw organiseren of het in het daglicht brengen van bestaande beleidsacties zodat de effectiviteit, draagkracht en draagwijdte ervan kunnen gestimuleerd worden. Meer infohttp://www.lne.be/themas/milieu-en-gezondheid/acties/faseplan |
||||||||||||||