Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
  Over onze organisatie  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Milieu en Gezondheid Wat onderzoekt de overheid? Verkennend onderzoek naar de binnenmilieukwaliteit van duurzame gebouwen: invloed van buitenmilieu en ventilatie

Verkennend onderzoek naar de binnenmilieukwaliteit van duurzame gebouwen: invloed van buitenmilieu en ventilatie

Doelstelling

Bepalen van de binnenmilieukwaliteit van duurzame gebouwen (woningen, scholen, ...) en gebouwen met nieuwe ventilatiesystemen.

Dit omvat onderzoek naar zowel de invloed van het buitenmilieu als van de ventilatievoorzieningen (type, onderhoud, …) op de kwaliteit van het binnenmilieu.

Dit onderzoek gebeurt in opdracht van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie en het Vlaams Energieagentschap.

Projectbeschrijving

  1. De eerste fase bestaat uit een literatuuronderzoek naar bestaande studies en publicaties met betrekking tot oorzaak-gevolg-oplossing onderzoeken in duurzame geventileerde gebouwen. Dit overzicht zal de kritieke aspecten van ventilatie in duurzame gebouwen oplijsten. Op basis van dit overzicht wordt een gedetailleerde meetstrategie uitgewerkt. Prioritaire selectiecriteria voor gebouwen worden onderscheiden van parameters die tijdens het veldwerk gemeten moeten worden of in enquêtes bevraagd moeten worden.
  2. Het veldwerk is de tweede fase. In totaal worden 50 gebouwen (woningen & scholen/klaslokalen) geselecteerd. De meetcampagne focust op zowel chemische, fysische als biologische karakterisering van het binnenmilieu. Dit omvat een milieuchemisch onderzoek van het binnenmilieu en het corresponderend buitenmilieu, de identificatie van schimmels en bacteriën van ventilatievoorzieningen, metingen van geluidshinder ten gevolge van ventileren, en metingen van de effectieve gebouwventilatie ten opzichte van de theoretische ventilatie en de luchtinfiltratie.
  3. De resultaten van de meetgegevens zullen een gedetailleerde karakterisering opleveren van het binnenmilieu in verschillende gebouwtypes, de impact van het buitenmilieu en van verschillende ventilatiesystemen. De gemeten concentraties worden getoetst aan bestaande normen, richtlijnen en blootstellingscriteria, en vergeleken met onderzoeksresultaten uit andere studies en onderzoeken. Knelpunten en positieve aspecten zullen geïdentificeerd worden en vertaald worden naar beleidsaanbevelingen.

Achtergrond

Gemiddeld brengen we 85 % van ons leven binnenshuis door (op het werk, op school, thuis, sportzalen,…). De binnenlucht blijkt vaak ook meer vervuild dan de buitenlucht.

Hierdoor speelt de kwaliteit van het binnenhuismilieu een zeer belangrijke rol in het ontstaan of verergeren van een aantal aandoeningen zoals allergieën, astma en andere gezondheidsklachten.

De binnenluchtkwaliteit en de concentratie aan polluenten in het binnenmilieu worden niet enkel beïnvloed door binnenbronnen, maar zijn tevens afhankelijk van de buitenluchtkwaliteit door de infiltratie van buitenaf en van de manier en mate van ventilatie.

Een gezonde ventilatie is een continu proces van binnenbrengen van verse buitenlucht en afvoeren van vervuilde binnenlucht zodat ziekterisico’s van verontreinigigen (afkomstig van buiten- en binnenbronnen) zoveel mogelijk verminderen en bovendien geen extra ziekterisico’s ontstaan. Een goed ventilatiesysteem dient hiervoor te zorgen.

Onvoldoende ventilatie vormt één van de belangrijkste oorzaken van binnenmilieuproblemen: vocht en schadelijke stoffen kunnen zich ophopen en kunnen gezondheidsklachten zoals hoofdpijn, keelpijn, allergieën en ademhalingsproblemen veroorzaken.

Ventilatie is bijgevolg een zeer belangrijke parameter die een grote invloed heeft op de polluentconcentraties in het binnenmilieu, en dus ook op de blootstelling van de bewoners en het inschatten van de daaraan gekoppelde mogelijke gezondheidsrisico’s.

Energiezuinig bouwen wordt steeds belangrijker gezien de huidige energieproblematiek: een hoog energieverbruik is niet alleen duur, maar draagt ook bij aan de ‘broeikasproblematiek’ en de luchtverontreiniging.

De laatste jaren wordt daarom veel aandacht besteed aan het terugschroeven van het energieverbruik van gebouwen, waarvoor onder andere de bouwstijl wordt aangepast. Dit zal impact hebben op de concentraties en accumulatie van polluenten in de binnenlucht. Metingen en interpretaties van polluentconcentraties in ‘gewone’ gebouwen zijn niet noodzakelijk relevant in bv. laag-energie-woningen en passief huizen.

Als gevolg van de toenemende aandacht voor energiebesparing en verplichtingen in het kader van de EPB-regelgeving (EnergiePrestatie en Binnenklimaat) is de luchtdichtheid van de woningen/gebouwen sterk gestegen waardoor het deel ventilatie afkomstig van infiltratie afneemt. Bewuste en actieve ventilatie speelt hierdoor een steeds belangrijker rol voor het handhaven van een gezonde binnenlucht.

Ventilatie maakt daarom een wezenlijk deel uit van de sinds 2006 in voege getreden EPB-regelgeving. Deze verplicht te voldoen aan een aantal paragrafen uit de Belgische ventilatienorm voor residentiële gebouwen (NBN D 50-001, 1991). Deze norm bepaalt hoe snel een bepaalde hoeveelheid lucht in een ruimte ververst moet worden.

Het is nodig te anticiperen op de toekomst en rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen in bouwcultuur om het samengaan van duurzaamheid en gezondheid te verzekeren.

De manier en mate van ventilatie is sterk afhankelijk van de gebouweigenschappen en zal dus de komende jaren wijzigen naarmate nieuwe, duurzame bouwwijzen meer ingang vinden. Het is momenteel nog onduidelijk wat hiervan de invloed zal zijn op polluentconcentraties in het binnenmilieu. Er worden vaker mechanische (balans)ventilatiesystemen geïnstalleerd, die zorgen voor een betere ventilatie en dus afvoer van polluenten maar waarvan eventuele tekortkomingen in het ontwerp, aanleg, gebruik en onderhoud ook een negatieve weerslag kunnen hebben op de binnenmilieukwaliteit. Vervuilde ventilatiesystemen, in het bijzonder airconditioningeenheden, kunnen in dat geval een bron zijn van (microbiële) verontreinigen. Ook een correcte berekening van de benodigde ventilatiecapaciteit, de plaats van aanzuiging van de buitenlucht en de juiste installatie en inregeling van het systeem zijn belangrijk.

In woningen wordt er meestal te weinig geventileerd, onder andere vanwege geluidsoverlast (van de buitenwereld of van het ventilatiesysteem) of uit het oogpunt van energiebesparing.

Op dit ogenblik is het onduidelijk of er in de Vlaamse woningen voldoende wordt geventileerd, welk type ventilatie aanwezig is en of deze ook op een goede manier worden gebruikt en onderhouden. Er is weinig geweten over de binnenluchtkwaliteit in huizen met verschillende types ventilatiesystemen en in passief en laag-energie gebouwen.

Begin 2007 werd de studie ‘Onderzoek naar de invloed van het voorkomen van milieugevaarlijke stoffen in de buitenlucht op de kwaliteit van de binnenomgeving, deel 1: kinderen’, afgerond. De binnenmilieublootstelling werd in kaart gebracht voor een set prioritaire polluenten en de fractie van deze polluenten die infiltreert van buiten naar binnen werd bepaald. Dit gebeurde in 50 eengezinswoningen, 23 publieke plaatsen waaronder 7 scholen. Het bleek dat de Vlaamse richtwaarden voor benzeen, formaldehyde en TVOS (totaal vluchtige organische stoffen) frequent tot heel frequent werden overschreden. Uit dit onderzoek bleek ook de noodzaak aan bijkomend onderzoek naar de infiltratie van polluenten uit de buitenlucht en naar de (manuele) ventilatie van huizen.

In de vervolgstudie ‘Onderzoek naar de kwaliteit van de binnenlucht in scholen: invloed van het buitenmilieu, van ventilatie en van klasinrichting’ (BiBa: Binnenmilieu in Basisscholen), lag de nadruk op de kwaliteit van het binnenmilieu in scholen. In deze studie werden zowel de invloed van verschillende types buitenmilieu, van het type ventilatie als van aanwezige materialen/producten onderzocht.

Ook in deze studie kwamen een aantal ‘knelpunt chemische factoren’ in de BiBa-klassen aan het licht: PM, formaldehyde, totaal andere aldehydes, benzeen, TVOS en CO2. Concentraties van deze polluenten overschreden in een substantieel deel van de 90 klaslokalen de richtwaardesvan het Vlaams Binnenmilieubesluit en/of internationale richtwaarden, limieten of blootstellingcriteria.

Luchtkwaliteit in laag-energie gebouwen en daarmee gepaard het gezondheidsaspect moet, naast de focus op energiebesparing, een aandachtspunt worden. Het is daarbij essentieel dat wordt gezocht naar een goed evenwicht tussen isoleren/energiebesparing – ventileren/luchtkwaliteit.