|
|
||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||
|
Opvolgstudie naar ontwikkeling van astma en allergie bij opgroeiende kinderen bij biomonitoringsprogramma deel pasgeborenen
Achtergrond & doelstellingOmdat astma en allergie in de Westerse wereld meer en meer voorkomen, is het belangrijk een duidelijker zicht te krijgen op de factoren die een rol kunnen spelen in het ontstaan ervan. Een opvolgstudie astma en allergie werd daarom, op vraag van de Vlaamse overheid, gekoppeld aan de biomonitoringscampagne van het Steunpunt Milieu en Gezondheid, met als doelstelling een duidelijker zicht te krijgen op astma en allergie en de factoren die een rol kunnen spelen in het ontstaan ervan. We zijn daarbij vooral geïnteresseerd in het effect van blootstelling aan verontreinigende stoffen tijdens de zwangerschap en de rol van darmbacteriën bij het optreden van astma en allergie. De studie onderzoekt de relatie tussen verontreinigende stoffen in de omgeving en luchtweg problemen/allergie bij kinderen van 1 tot 3 jaar. Het onderzoek startte met 158 kinderen die woonden in de Antwerpse agglomeratie of in landelijk Vlaanderen. 120 kinderen doorliepen de studie tot ze drie jaar waren. De ouders vulden gedurende drie jaar op regelmatige tijdstippen vragenlijsten in. Op vaste tijdstippen (3 weken, 6 maanden en 1 jaar) werden stoelgangstalen genomen en op 3 jaar werden de kinderen onderzocht met longfunctie en allergietests. De onderdelen van dit onderzoek zijn:
Resultaten
Uit vroeger onderzoek bleek al dat een aantal factoren een invloed hebben op het ontwikkelen van astma en allergie:
Uit de vragenlijst bleek dat 43% van de moeders ooit gerookt heeft en dat 15% rookte tijdens deze zwangerschap. 13 % van de kinderen werd blootgesteld aan tabaksrook na de geboorte. Bij de geboorte kreeg 69% van de kinderen borstvoeding, op 3 weken was dit 51% en op 6 maanden nog 10%. Op de leeftijd van 3 weken kwam 29% van de kinderen regelmatig in contact met een kat. Bij 12% van de kinderen lag vast tapijt in de slaapkamer. Ongeveer 15% van de kinderen had contact met boerderijdieren. In de eerste 6 levensmaanden had 59% van de kinderen een periode van koorts doorgemaakt. Op 2 jaar had 54% ooit één of meerdere antibioticakuren gekregen. Tussen 6 en 24 maanden ging 63% naar een kinderopvang. Dertien kinderen (8%) reageerden bij de huidtest tegen minstens 1 allergeen, meestal ging het om huisstofmijtallergie. Relatie darmflora - symptomenHet al dan niet voorkomen van bepaalde bacteriën in de darmflora van een drie weken oude zuigeling lijkt een rol te spelen in de ontwikkeling van astmatische klachten bij het driejarige kind. Het verhoogd voorkomen van astma in de Westerse wereld zou kunnen verklaard worden door veranderingen in onze omgeving, ons dieet of onze Westerse levensstijl voor zover die een effect hebben op de samenstelling van de darmflora. Relatie vervuilende stoffen in navelstrengbloed – symptomenHet risico op piepen tijdens de eerste 3 levensjaren was slechts licht verhoogd bij kinderen die tijdens de zwangerschap aan een hoger gehalte aan DDE werden blootgesteld. DDE is een afbraakproduct van het pesticide DDT. Het risico op piepen was hoger als de ouders astma hebben, bij jongens en bij kinderen van moeders die ooit of tijdens de zwangerschap rookten. Antibioticagebruik bij het kind bleek in verband te staan met een verhoogde kans op piepen tijdens het 1ste levensjaar. Om te onderzoeken of antibioticagebruik een oorzaak of gevolg was van het piepen werden verdere analyses uitgevoerd. Hieruit bleek dat de antibiotica werden voorgeschreven wegens astmatische klachten veroorzaakt door luchtweginfecties. Antibioticagebruik kan dus niet gezien worden als oorzaak voor het meer voorkomen van piepen bij jonge kinderen. Bij meer blootstelling aan verontreinigende stoffen in de lucht nam de kans op piepende ademhaling op de leeftijd van 1 jaar toe. Dit effect was niet meer merkbaar op de leeftijd van 2 of 3 jaar. De kinderen hadden meer kans op hoesten op de leeftijd van 3 jaar, als ze de eerste drie levensmaanden aan hogere concentraties van fijn stof werden blootgesteld. De kans op reactie op een allergietest, uitgevoerd op de leeftijd van 3 jaar, nam ook toe als het kind opgroeide in een verstedelijkt milieu. Relatie vervuilende stoffen in navelstrengbloed – darmfloraUit ons onderzoek blijkt dat PCB’s en DDE in navelstrengbloed een remmende invloed hebben op de groei van bepaalde bacteriën in de stoelgang. Het waren echter niet deze bacteriën die een verband vertoonden met de astma predictie index en een rol spelen in het ontstaan van astma. Ook het gebruik van antibiotica, de leeftijd van de moeder en borstvoeding hebben een invloed op de groei van de darmbacteriën. RapportenDownload de samenvatting van de studie "Opvolgstudie Astma en Allergie (pdf)" De digitale versies van de eindrapporten van de "Opvolgstudie Astma en Allergie" en van de "Uitbreiding Opvolgstudie pasgeborenen: Ontwikkeling van astma en allergie bij opgroeiende kinderen" kunnen aangevraagd worden bij de dienst Milieu & Gezondheid. |
||||||||||||||||||||||||||||