|
|
||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||
|
Geboortecohortestudie betreffende milieu en gezondheid in Vlaanderen: onderzoek van de haalbaarheid met de opmaak van een plan van aanpak en kostenanalyse van dergelijke werkwijze
Achtergrond & doelstellingEr zijn voldoende aanwijzingen dat milieugebonden blootstelling een rol speelt in de ontwikkeling en verergering van verschillende aandoeningen. Voorgaand en lopend onderzoek naar milieu-invloed op de gezondheid in Vlaanderen betrof hoofdzakelijk cross-sectioneel onderzoek (cfr. Vlaams Humaan Biomonitoringprogramma). Met dergelijke studieopzet kunnen echter geen oorzakelijke verbanden vastgesteld worden. Complementair werden er reeds verschillende registratiekanalen en databanken opgericht waaruit in sommige gevallen prevalentiecijfers of incidentiecijfers, in het geval van kankerregister, kunnen verkregen worden. Bij deze gegevens beschikken we echter niet over prenatale blootstellingsgegevens en blootstellingsgegevens in de vroege kinderjaren. Op basis van een geboorte-cohorteonderzoek is het berekenen van de graad van associatie tussen mogelijke oorzakelijke factoren en gezondheidsaandoeningen bij moeder en kind wel mogelijk. Een dergelijke cohorteonderzoek werd gestart in 1997 in het PIPO onderzoek (Pasgeborenen en de Invloed van Perinatale factoren op Overgevoeligheid). Naast de klassiek beschreven determinanten van astma en allergie werd in deze studie aandacht besteed aan omgevingsfactoren. De klemtoon was hierbij in eerste instantie vooral gericht op indoorpolluenten (via vragenlijsten, stofbemonstering en biomonitoring). Blootstelling aan outdoorpolluenten werd uitsluitend gepeild via de vragenlijsten. Er zijn hierbij geen biomerkers van blootstelling aan buitenmilieupolluenten ter beschikking. Blootstellings-effectrelaties, verkregen uit een eventueel nieuwe Vlaamse geboortecohorteonderzoek in overeenstemming met de lopende en toekomstige gelijkaardige Europese initiatieven, kunnen als basis gebruikt worden voor verdere onderbouwing van het Vlaamse beleid inzake o.a. volksgezondheid en milieu. Als mogelijk voorbeeld onder de milieugebonden aandoeningen behoren astma en allergie. De toename in het voorkomen van astma en allergie kan niet verklaard worden door genetische predisponerende factoren. Levenstijl, milieugebonden blootstellingen en de invloed van de omgeving op de genetische factoren spelen waarschijnlijk een rol in het ontstaan van astma. Voor het uitlokken van astma-aanvallen werd die invloed van levenstijl en milieugebonden blootstellingen reeds aangetoond. Bovenop de grote prevalentie van deze aandoeningen, zeker in geïndustrialiseerde landen, is de socio-economische belasting van deze aandoeningen zeer groot. Volgens een rapport van het Belgisch Instituut voor de Gezondheidseconomie heeft België in 1992 een bedrag uitgegeven van 58,9 miljoen € voor de behandeling van astma. Astma is de voornaamste oorzaak van hospitalisatie van kinderen en één van de hoofdoorzaken voor schoolverzuim. Gezien het uitvoeren van een cohorteonderzoek veel financiële en logistieke middelen vergt, kan het nuttiger zijn om een cohorte ruimer te laten uitvoeren naar milieugebonden of zelfs naar diverse aandoeningen. Met deze haalbaarheidsstudie willen we o.a. de toegevoegde waarde voor beleidsondersteuning op korte en lange termijn in kaart brengen van een Vlaamse geboortecohorte. Een aanbeveling van hoe best af te stemmen met andere geboortecohortes in Europa vormt hierbij een essentieel onderdeel. De doelstelling van deze studie is om op basis van lopende en afgeronde Vlaamse en Europese cohortestudies, internationale literatuur en aanbevelingen een haalbaarheidstudie uit te voeren voor volgende alternatieven van een geboortecohortestudie aangepast aan de Vlaamse situatie:
Hierbij moet voor de drie alternatieven een analyse gebeuren naar haalbaarheid, kost, wetenschappelijke en beleidsmeerwaarde met beschrijving van de inhoudelijke, technische, ethische als financiële aspecten. Een afweging van de verschillende alternatieven tegenover elkaar moet ook gebeuren. Rapporten |
||||||||||||||||||||||||||||