|
|
||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||
|
Afstemmen van milieumeetnetten en –meetstrategieën op het biomonitoringsprogramma
Achtergrond & doelstellingHet Vlaams humaan biomonitoringsprogramma, dat liep van 2002 tot 2006 en onderverdeeld was in 3 deelstudies (pasgeborenen, adolescenten en volwassenen), leverde individuele waarden op bij telkens 1600 deelnemers uit 8 aandachtsgebieden over: persoonlijke concentraties aan polluenten in bloed/urine (blootstellingsbiomerkers), gezondheidseffecten/klachten gerelateerd aan milieublootstelling (effectbiomerkers) en gegevens omtrent: levensstijl, voedingsgewoonten, woonomstandigheden, hobby’s, beroepsblootstelling, enz. De resultaten zouden moeten toelaten vast te stellen (1) of er in Vlaanderen meetbare signalen zijn van milieuvervuiling in de mens (2) of deze signalen verschillen naargelang mensen van verschillende gebieden onderzocht worden en (3) of een relatie tussen de (interne) blootstellingsmerker en de effectmerker kan worden aangetoond. In dit kader is de doelstelling van deze opdracht milieugegevens te correleren met resultaten van biomerkers gemeten in deelstudie II (adolescenten) van de biomonitoringscampagne van 2003 en 2004. De studie heeft als doel de individuele blootstelling via buitenlucht te kunnen inschatten. Op die manier kan worden nagegaan in welke mate de resultaten van biomerkermetingen bij de mens kunnen verklaard worden vanuit buitenluchtkwaliteitsgegevens. Zo kunnen voor de eerste keer in verschillende streken in Vlaanderen individuele gegevens van respiratoire klachten en enkele relevante blootstellingsmerkers geassocieerd worden met verschillen in luchtkwaliteit. Meer specifiek wordt onderzocht of de regionale verschillen in biomerkers kunnen verklaard worden door regionale verschillen in luchtkwaliteit. ResultatenHet huidige rapport bestudeert het verband tussen gebiedsdekkende gemodelleerde atmosferische milieudata en biomonitoringsdata. Er werd uitgegaan van:
Door berekening van de associaties tussen de luchtkwaliteit en biomonitoringsgegevens werd nagegaan in welke mate de variabiliteit van de biomerkers door regionale emissiedrukken of atmosferische concentraties verklaard konden worden. Ook werden associaties berekend tussen de waargenomen concentraties van de VMM-meetposten en de gemeten biomerkers. Vlaamse jongeren zijn in hun leefomgeving aan relatief hoge jaargemiddelde concentraties van NO2, ozon en fijn stof blootgesteld (in buurt van EU grenswaarden). Via het linken met biomerkermetingen van de Humane biomonitoringscampagne (2002-2006) kon een associatie aangetoond worden tussen de luchtpolluenten en het optreden van herstelbare DNA-schade (milieudrukparameter) en astmasymptomen bij 14-15 jarige jongeren. Rapporten |
||||||||||||||||||||||||||||