|
|
||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||
|
Inschatten van de binnenmilieublootstelling aan en ontwikkeling van humane biomerkers voor PAK en afgeleiden in Vlaanderen
Achtergrond & DoelstellingPolycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) ontstaan bij onvolledige verbranding van organisch materiaal. Omwille van hun carcinogene, mutagene en endocrien verstorende eigenschappen behoren ze tot de groep van milieugevaarlijke stoffen met hoge prioriteit in de milieu- en gezondheidsproblematiek. PAK zijn wijdverspreid in het milieu. Daarom kan de mens worden blootgesteld via een grote verscheidenheid aan bronnen, waaronder uitlaatgassen van het verkeer, sigarettenrook, uitstoot door industrie, verbranding van hout en ook door inname via voeding of via huidcontact met petroleumproducten. Onderzoek naar aard en omvang van de externe humane blootstelling aan PAK in Vlaanderen werd uitgevoerd in opdracht van de dienst Milieu & Gezondheid (Evaluatie van de blootstelling aan PAK – inventarisatiestudie). Op basis van de in de studie verkregen informatie werd een schatting gemaakt van de blootstelling van de Vlaamse bevolking aan PAK via het milieu. Tevens werd aandacht geschonken aan de blootstelling via niet-milieugerelateerde bronnen. Detailevaluatie van de resultaten toonde het belang aan van het binnenmilieu in de blootstelling. Ondanks de niet hoger veronderstelde concentraties, levert het binnenmilieu (vooral inademing, maar ook stofinname) een significante bijdrage omwille van de langere tijdsduur binnenshuis dan buitenshuis (tot 85% van de tijd wordt binnen besteed). Ook de blootstelling in voertuigen verdient aandacht, maar dan vooral omwille van de hoger veronderstelde concentraties ten opzichte van het buitenmilieu. De binnenhuisblootstelling aan PAK, afhankelijk van het congeneer, kan een belangrijke bijdrage leveren aan de totale blootstelling. Binnenhuisconcentraties aan PAK zijn echter zeer schaars. Momenteel zijn er geen wettelijke grens- en richtwaarden voor PAK in de omgevingslucht van kracht in Vlaanderen. Binnen de Europese kaderrichtlijn inzake de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit (96/62/EG) definieert de 4e dochterrichtlijn 2004/107/EG een streefwaarde van 1 ng/m3 voor benzo(a)pyreen (B(a)P). Deze streefwaarde is een over het kalenderjaar berekend gemiddelde van het totale gehalte in de deeltjesfractie (PM10). De globale doelstellingen van deze onderzoeksopdracht waren het bepalen van de binnenmilieublootstelling van de bevolking aan PAK en afgeleiden in Vlaanderen en de ontwikkeling van geschikte humane blootstellings- en effectbiomerkers voor de blootstelling aan PAK en afgeleiden. Zowel de invloed van verschillende types buitenmilieu als de invloed van binnenhuisbronnen op de concentraties aan PAK en afgeleiden in het binnenmilieu werden daarbij onderzocht. Verder werden, rekening houdend met de specifieke milieu- en blootstellingsgegevens verkregen in de inventarisatiestudie “Evaluatie van de blootstelling aan PAK”, de meest geschikte humane biomerkers in Vlaanderen bepaald, om de gezondheidsimpact van deze blootstelling in te schatten. Onderzoek naar de invloed van type buitenmilieu en binnenhuisbronnen op de concentratie aan PAK en afgeleiden in het binnenmilieuUit de inventarisatiestudie bleek dat concrete gegevens over binnenhuisconcentraties aan parentale PAK en afgeleide PAK in Vlaanderen ontbreken, zowel wat betreft de concentratie in de lucht (deeltjes en gas) als wat betreft afgezet stof. Ook de relatie tussen buiten- en binnenmilieu en de invloed van binnenhuisbronnen is onduidelijk. Deze gegevens vormen een essentiële input bij de blootstellingsmodellering. Uit de voorgaande inventarisatiestudie bleek het belang van de binnenhuisomgeving. De verblijftijd binnenshuis is immers hoger dan deze buitenshuis en kan, zeker voor de gevoelige groep die kinderen vormen, een belangrijke bijdrage leveren tot de blootstelling aan PAK en afgeleiden. Binnenhuisstof wordt gekarakteriseerd door fijnere fracties. Contaminanten zoals PAK rijken vaak aan op deze fijnere fracties, zodat een verhoogde concentratie binnenshuis mogelijk is. Door de sterke neiging tot vasthechten aan vaste oppervlakten, zouden de concentraties in de binnenlucht de aanwezigheid van zwaardere PAK in woningen onderschatten. Daarom worden de concentraties aan relevante PAK niet enkel in de lucht (gas- en partikelfase) maar ook in afgezet stof gemeten. Dit onderzoeksonderdeel bestond uit volgende fasen:
Er werd gemeten in 25 woningen. De woningen werden bemonsterd in de winter en in de zomer om de invloed van de seizoenen mee te nemen. De bekomen resultaten werden geïnterpreteerd met de bedoeling na te gaan welke factoren of bronnen de niveaus in het binnenmilieu beïnvloeden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van gegevens uit vragenlijsten die werden afgenomen van de bewoners van de woningen. Er wordt vergeleken met metingen in het buitenmilieu (VMM) om het belang van het buitenmilieu op de PAK-niveaus in het binnenmilieu te duiden. Ontwikkeling en toepassing van biomerkersHet tweede deel van het onderzoek richtte zich op de ontwikkeling van geschikte humane blootstellings- en effect-biomerkers voor de blootstelling aan PAK en afgeleiden. Deze biomerkers worden uitgetest op een steekproefpopulatie en kunnen dan nadien worden toegepast bv. in het Vlaams humaan biomonitoringprogramma. Dit onderzoeksonderdeel bestaat uit volgende fasen:
Rapport |
||||||||||||||||||||||||||||