|
|
||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||
|
BiBa-studie: Onderzoek naar de kwaliteit van de binnenlucht in basisscholen: invloed van het buitenmilieu, van ventilatie en van klasinrichting
Achtergrond & doelstellingIn de studie ‘Onderzoek naar de invloed van het voorkomen van milieugevaarlijke stoffen in de buitenlucht op de kwaliteit van de binnenomgeving, deel 1: kinderen’ werd voor een gevoelige groep van de bevolking, kinderen, de blootstelling in binnenmilieus veroorzaakt door milieugevaarlijke stoffen uit buiten- en binnenlucht bepaald. De binnenmilieublootstelling werd in kaart gebracht voor een set prioritaire polluenten en de fractie van deze polluenten die infiltreert van buiten naar binnen werd bepaald. De Vlaamse richtwaarden voor benzeen, formaldehyde en TVOS (totaal vluchtige organische stoffen) werden frequent tot heel frequent overschreden. In navolging van deze studie werd een vervolgstudie opgestart, waarbij de nadruk lag op de kwaliteit van het binnenmilieu in scholen. Het project kreeg de naam BiBa: Binnenlucht in Basisscholen Een gezond binnenmilieu in de klas is erg belangrijk, een goede luchtkwaliteit draagt bij tot een gunstige leeromgeving en geeft een gevoel van comfort, gezondheid en welbevinden. Een slechtere kwaliteit van het binnenmilieu kan naast fysieke gezondheidsklachten en discomfort ook leiden tot onrust, onoplettendheid en prikkelbaarheid, met als gevolg een nadelige invloed op het prestatievermogen. Kinderen brengen tijdens het schooljaar veel tijd door op school (bijna 1/3 tijdens het schooljaar of dus bijna 1/6 over een heel jaar gezien), de blootstelling aan eventuele vervuilende stoffen aanwezig in de school kan dus groot zijn. Bovendien zijn kinderen gevoeliger voor pollenten uit de omgeving dan volwassenen. Daarom werd in BiBa (Binnenlucht in Basisscholen) onderzoek uitgevoerd naar de invloed van het buitenmilieu, van ventilatie en klasinrichting op de kwaliteit van de binnenlucht in klaslokalen. In de meetcampagne werd de luchtkwaliteit in 90 klaslokalen uit 30 lagere scholen in Vlaanderen bepaald. Na de voorstudie werd een basisset aan relevante componenten samengesteld, die gemeten werd in elk van de geselecteerde klaslokalen en in de buitenlucht. De resultaten werden geanalyseerd in functie van klaslokaalventilatie, van de invloed van de buitenlucht, van de ligging van de school, de inrichting van de klaslokalen en de resultaten van vragenlijsten. Ook de samenstelling van PM2.5 in de binnen- en de buitenlucht, en eventuele veranderingen hiervan ten gevolge van remediëringsacties, werden bestudeerd. In elke school werden 3 klaslokalen geselecteerd, 1 klaslokaal in elke graad. Aanvullend bij het luchtkwaliteitsonderzoek werd voor elk kind van elke geselecteerde klas gevraagd naar zijn/haar respiratoire gezondheidstoestand. Dit gebeurde aan de hand van een vragenlijst die door de ouders van de kinderen werd ingevuld. De luchtvervuilende stoffen die werden gemeten zijn: ![]()
Ook de temperatuur, relatieve vochtigheid en het ventilatievoud van de klaslokalen werden bepaald. Er werden lagere scholen gerekruteerd op zowel landelijke als stedelijke lokaties, ook met de afstand tot de nabije verkeerswegen zal worden rekening gehouden. Voor beide types omgevingen omvat de selectie oude, jongere en nieuwe schoolgebouwen. De invloed van gebruikte materialen voor de klasinrichting (meubilair, vloerbedekking, ...) en gebruikt schoolmateriaal (verven, lijmen, krijt, stiften, printer, computer, ...) op de binnenluchtkwaliteit werd onderzocht. BiBa is opgebouwd uit een hoofdstudie en een aantal nevenstudies. In de nevenstudies werd aandacht besteed aan specifieke deelaspecten van de onderzoeksvragen en aan het effect van remediëring, zoals bijvoorbeeld een studie van het effect van een sensibilisatie over ventilatie op de luchtkwaliteit in de klas en de gezondheid van de kinderen. Nevenstudies
ResultatenEr was een heel grote spreiding in binnenluchtkwaliteit tussen de 90 BiBa-klaslokalen. Voor sommige polluenten (MTBE, ethylbenzeen, xylenen en 1,2,4 trimethylbenzeen) bedroeg het verschil tussen de laagste en hoogste concentratie van de 90 klaslokalen een factor 100. De toetsing van de binnenluchtconcentraties in de BiBa-klaslokalen aan de richt- en interventiewaarden van het Vlaams binnenmilieubesluit, en aan internationale blootstellingscriteria bracht een aantal ‘knelpunt chemische factoren’ in de BiBa-klassen aan het licht: PM, formaldehyde, totaal andere aldehydes, benzeen, TVOS en CO2. Concentraties van deze polluenten overschreden in een substantieel deel van de 90 scholen de richtwaarden van het Vlaams binnenmilieubesluit en/of internationale richtwaarden, limieten of blootstellingcriteria. In geen enkele klas werd de interventiewaarde voor formaldehyde of benzeen overschreden. Voor PM, TVOS, totaal andere aldehydes en CO2 geeft het Vlaams binnenmilieubesluit geen interventiewaarden. Voor de volgende polluenten lagen de concentraties in alle 90 klaslokalen beneden de richtwaarden van het Vlaams binnenmilieubesluit, en/of beneden internationale richtwaarden, limieten of blootstellingcriteria: MTBE, tolueen, tetrachlooretheen, ethylbenzeen en 1,2,4-trimethylbenzeen. Acetaldehydeconcentraties in alle 90 klassen lagen beneden de richtwaarden van het Vlaams binnenmilieubesluit; in 2 klassen werd wel de strengste internationale blootstellingslimiet overschreden. In 1 klas werd de blootstellingsgrens van US-EPA voor xylenen overschreden. De luchtkwaliteit in de klaslokalen was voor de meeste polluenten in de meeste scholen slechter dan de buitenluchtkwaliteit op de speelplaats. De luchtkwaliteit op de speelplaats was in de meeste gevallen gelijkaardig aan de luchtkwaliteit aan de straatkant. Invloed van buitenlucht op luchtkwaliteit in de klaslokalenVoor verkeersgerelateerde polluenten (MTBE, benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en PM) was er een sterke invloed van de buitenluchtkwaliteit en van de verkeersdrukte op de luchtkwaliteit in de klaslokalen. Invloed van ventilatie op de luchtkwaliteit in de klaslokalenGeen enkel BiBa-klaslokaal was voorzien van een mechanisch ventilatiesysteem. Alle klassen werden manueel verlucht. De luchtverversing was in de meeste BiBa-klaslokalen ondermaats. In op één na alle klassen lag de 24-h gemiddelde CO2-concentratie boven de richtwaarde van 900 mg/m³ van het Vlaams binnenmilieubesluit, en tijdens de aanwezigheid van de kinderen in de klaslokalen liepen de CO2-concentraties in de klaslokalen op tot boven de limietwaarde van 1000 ppm (ASHRAE). Invloed van klasinrichting en binnenbronnen op luchtkwaliteit in de klaslokalenIn tegenstelling tot de duidelijke, significante effecten van buitenluchtkwaliteit en ventilatie op binnenluchtconcentraties in de BiBa-klaslokalen, is de invloed van binnenbronnen op de binnenluchtkwaliteit veel minder uitgesproken in de BiBa-dataset. Nevenstudie schimmelvormingGezien de erkende gezondheidseffecten van schimmelvorming in het binnenmilieu (WHO guidelines for indoor air quality: dampness and mould, 2009), werd in deze nevenstudie bijzondere aandacht besteed aan het voorkomen van schimmel- of vochtproblemen in klaslokalen en de relatie met relatieve vochtigheid en temperatuur. Nevenstudie Lekker FrisBij het beschouwen van het CO2-gehalte tijdens de lesuren op school (8u tot 16u), was een effect van de sensibiliseringscampagne merkbaar. Gemiddeld daalde het CO2-gehalte tot 73 ± 12 % van de concentraties voor de sensibilisatie, met een grootste daling tot 61% en een kleinste daling tot 90%. De grote spreiding schreven we toe aan de opvolging door de leerkracht. De juiste opvolging door de klastitularis, ook na de uitvoering van het lessenpakket, is waarschijnlijk een erg belangrijke parameter, die het succes van Lekker Fris bepaalt. Verder wordt het resultaat van Lekker Fris ook bepaald door de ventilatiemogelijkheden van een klaslokaal (bijvoorbeeld kleine vensters in één muur van het lokaal versus grote vensters in meerdere muren). Nevenstudie zuiveren van binnenlucht en elementconcentraties in PM2.5Het plaatsen van een luchtzuiverend toestel had een meetbaar effect op de I/O ratio in de klaslokalen. Gemiddeld werd de I/O ratio van PM2.5 in de klaslokalen gereduceerd tot 58 ± 19% van de I/O ratio voor de interventie. In deze beperkte steekproef was ook te zien dat het effect van het gebruik van een luchtzuiveraar meer uitgesproken is in klaslokalen die initieel een hogere I/O ratio hadden. Het effect van de interventie bleek in deze gevalsstudie ook duidelijker voor de kleinere PM-fracties dan voor de grotere PM10 fracties. Nevenstudie ademhalingsgezondheid leerlingen voor en na de ingrepenOm na te gaan of de ingrepen ook een positief effect hadden op de gezondheid van de kinderen in de klas werd nasale stikstofmonoxide (NO), uitgeademd door de kinderen, gemeten. Nevenstudie TVOS samenstellingOnderzoek naar de samenstelling van TVOS wees uit dat in de binnenlucht componenten voorkomen die niet in de buitenlucht aangetroffen worden, of daar slechts in erg lage concentraties voorkomen. Voorbeelden zijn onder meer d-limoneen en cyclohexaan. Andersom, werden weinig tot geen componenten in de buitenlucht aangetroffen die niet voorkwamen in de binnenlucht. De variatie aan TVOS-componenten in de binnenlucht is aanzienlijk, sommige componenten komen slechts voor in één of enkele klaslokalen, zoals -pineen, menthol of eucaliptol. d-Limoneen werd gekenmerkt door de hoogste gemiddelde procentuele bijdrage tot TVOS in de onderzochte stalen. RapportenMeer informatie over het praktische verloop van deze studie is te vinden op: wwwb.vito.be/flies/flies_nl_class.aspx
|
||||||||||||||||||||||||||||