|
|
||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||
|
Is onze binnenlucht wel gezond?
De Biomonitor, januari 2008 In Vlaanderen is er een uitgebreide wetgeving m.b.t. de beheersing van de buitenluchtvervuiling. Bij het bepalen van milieukwaliteitsnormen voor de buitenlucht wordt echter geen rekening gehouden met mogelijke opstapeling in het binnenmilieu. Schadelijke stoffen kunnen immers van buiten het huis binnendringen en er blijven hangen. Dit is eerder in studies aangetoond voor benzeen, stikstofoxiden en roetdeeltjes. Bovendien kan de betere isolatie in moderne woningen de luchtverversing afremmen zodat vervuiling die binnenshuis ontstaat niet of minder snel afgevoerd wordt. Men veronderstelt vaak dat de lucht binnenshuis zuiverder en gezonder is dan deze buitenshuis. Bij metingen is nochtans herhaaldelijk vastgesteld dat de concentraties aan bepaalde schadelijke stoffen binnenshuis hoger zijn dan buitenshuis. Bovendien brengen we gemiddeld meer dan 85% van ons leven door in een binnenmilieu en is de kwaliteit hiervan in belangrijke mate bepalend voor een goede gezondheid. Kim Constandt, Maja Mampaey Beleidsmedewerkers Milieu en Gezondheid, Afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu & Gezondheid Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
Sara Benoy, Gerrit Tilborghs Beleidsmedewerkers Gezondheid en Milieu, Afdeling Toezicht Volksgezondheid Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid
Kinderen en binnenmilieuOm te onderzoeken wat de impact is van milieugevaarlijke stoffen in de buitenlucht op de blootstelling van kinderen binnenshuis werd een studie uitgevoerd in opdracht van de dienst Milieu & Gezondheid van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE): de Flanders Indoor Exposure Survey (FLIES) (Goelen et. al., 2007). In een waaier van voor kinderen relevante binnen- (huizen, scholen, transport en ontspanningsruimten) en buitenomgevingen werden gedurende 7 dagen in de periode januari tot maart 2006 concentraties fijn stof (PM1, PM2,5, PM10 en TSP) en 14 gassen gemeten (Methyl tertiairbutyl ether (MTBE), benzeen, trichlooretheen, tolueen, tetrachlooretheen, ethylbenzeen, m+p xyleen, styreen, o-xyleen, 1,2,4-trimethylbenzeen, p-dichloorbenzeen, nitriet (NO2), formaldehyde en acetaldehyde).
Lekker fris
Zowel directie, leerkrachten als leerlingen worden bij het project betrokken. Door middel van een lespakket worden leerlingen met Buitenlucht en zijn vrienden Frisse Freddy, Leen, Karim en Emma. Ze leren over ventileren, verluchten, opruimen en de huisstofmijt. De CO2-meter met lichtjes laat duidelijk zien of in de klas genoeg geventileerd wordt. Het Lekker Fris-lied laat de kinderen zingen over het belang van verluchten en een gezond binnenklimaat. De website biedt extra informatie voor de directie en de leerkrachten. In het schooljaar 2006-2007 werd het Lekker Fris-project getest in vijftien Vlaamse basisscholen. Na een uitermate positieve evaluatie wordt het project vanaf dit schooljaar aan elke Vlaamse basisschool aangeboden. Begin december waren er al 500 scholen ingeschreven. Vanaf januari 2008 kan elke ingeschreven school van start gaan met een gratis pakket om Lekker Fris uit te voeren op school. Meer informatie vindt u op www.lekkerfris.be. Binnenmilieukwaliteit in scholen
Omdat ventilatie een belangrijke parameter is in de kwaliteit van het binnenmilieu wordt in een vervolgproject 'Onderzoek naar de kwaliteit van de binnenlucht in scholen: invloed van het buitenmilieu, van ventilatie en van klasinrichting' de nadruk gelegd op de kwaliteit van het binnenmilieu in scholen. De doelstelling van deze studie is de inventarisatie van de kwaliteit van het binnenmilieu in lagere scholen met focus op de impact van buitenmilieu. Zowel de invloed van verschillende types buitenmilieu als van het soort ventilatie zullen worden onderzocht. Ook de invloed van de gebruikte materialen voor de klasinrichting (meubilair, vloerbedekking, ...) en gebruikt schoolmateriaal (verven, lijmen, stiften, ...) zal worden meegenomen als belangrijke parameter.
Lagere scholen zullen worden gerekruteerd op zowel landelijke als stedelijke locaties. Voor beide types omgevingen zal de selectie oude, jongere en nieuwe schoolgebouwen omvatten. Een aantal (nieuwe) scholen met mechanische ventilatie worden in de studie ingesloten.De selectie van de te bepalen polluenten zal minimaal volgende bevatten:
Naast deze polluenten zijn mogelijks nog andere milieuvervuilende stoffen van belang. Bepaalde vervuilende stoffen zullen voor de betreffende doelgroep speciale aandacht verdienen. Bij de selectie van de te onderzoeken milieugevaarlijke stoffen zullen factoren als specifiek metabolisme en/of specifieke gevoeligheden van de leeftijdscategorie een belangrijke rol spelen. Gezondheidskwaliteit van Vlaamse woningenMensen worden steeds kritischer tegenover de kwaliteit van het milieu waarin zij leven. Mensen worden ook steeds mondiger en stellen eisen. In het Binnenmilieubesluit worden, naast de mogelijkheid tot informatie en advies, ook kwaliteitsnormen voor het binnenmilieu geïntroduceerd, richt- en interventiewaarden, waarden waaraan een woning moet voldoen om het kenmerk gezond opgeplakt te krijgen. Een aandachtspunt bij de interpretatie van de Vlaamse richtwaarden is het ontbreken van blootstellingsgegevens binnenshuis, de achtergrondwaarden, in Vlaanderen. De huidige normering gebeurde op gegevens uit de ons omringende landen, een uitstekende vertrekbasis, maar het kan beter. Het ontbreken van Vlaamse achtergrondwaarden of normaalwaarden van het Vlaamse woningbestand bemoeilijkt de toetsing van de meetwaarden aan de richtwaarden. Daarenboven kan ook moeilijk worden ingeschat of uitbreiding en/of verfijning van de huidige richt- en interventiewaarden nuttig of nodig is. Daarom start de Vlaamse overheid een studie die op termijn, een representatief beeld zal geven van de gezondheidskwaliteit van de woningen in Vlaanderen. Relevante parameters van deze meetcampagne zijn asbest, CO2, formaldehyde, aldehydes totaal, NO2, VOS totaal en een VOS selectie (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen, styreen, 1,2,3-trimethylbenzeen, p-dichlooretheen, trichloorethyleen, tetrachloorethyleen en MBTE). Dit naast meting van het thermisch comfort (temperatuur, tocht en luchtvochtigheid). Het onderzoek zal gefaseerd verlopen. Voor deze eerste fase van het onderzoek worden 90 woningen bemonsterd (3 woningen per maand per provincie gedurende zes maanden). Samenwerken met...Niet enkel in Vlaanderen, maar ook in de rest van België is er aandacht voor het binnenmilieu. Enkele jaren geleden startte de samenwerking rond milieu en gezondheid in het kader van het Nationaal Actieplan Milieu en Gezondheid (National Environmental Health Action Plan – NEHAP). Dit is een gezamenlijk plan van alle gewesten, gemeenschappen en de federale overheid. Het fungeert als referentiekader dat alle acties op gebied van milieu en gezondheid bundelt.
De tweede fase van het project bestaat uit de validatie van de vragenlijst door middel van binnenmilieuanalyses uit te voeren in 25 crèches, eveneens verdeeld over het grondgebied België. De crèches worden geselecteerd op basis van hun ligging en de resultaten van de vragenlijsten. De resultaten van deze analyses zullen eveneens tot sensibilisatie leiden door aan te tonen dat ook niet-zichtbare problemen kunnen voorkomen. Vanuit de dienst Productbeleid van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu wordt in het kader van het NEHAP de werkgroep “Productbeleid en binnenhuisvervuiling” georganiseerd evenals het opstellen van het federaal Strategisch Productplan. De dienst Milieu & Gezondheid neemt actief deel aan beide werkgroepen.
|
||||||||||||||||||||||||||||