Een gezond binnenmilieu in de klas is erg belangrijk. Een goede luchtkwaliteit draagt bij tot een gunstige leeromgeving en geeft een gevoel van comfort, gezondheid en welbevinden.
Een slechtere kwaliteit van het binnenmilieu kan naast fysieke gezondheidsklachten en discomfort ook leiden tot onrust, onoplettendheid en prikkelbaarheid, met nadelige gevolgen voor het prestatievermogen.
Kinderen brengen tijdens het schooljaar veel tijd door op school (bijna 1/3 tijdens het schooljaar of dus bijna 1/6 over een heel jaar gezien). De blootstelling aan eventuele vervuilende stoffen aanwezig in de school kan dus groot zijn. Bovendien zijn kinderen gevoeliger voor pollenten uit de omgeving dan volwassenen.
Daarom werd in het project BiBa (Binnenlucht in Basisscholen) onderzocht wat de invloed is van het buitenmilieu, van ventilatie en klasinrichting op de kwaliteit van de binnenlucht in klaslokalen.
De doelstellingen
Een eerste studie: de Flanders Indoor Exposure Survey (FLIES) onderzocht de impact van milieugevaarlijke stoffen in de buitenlucht op de blootstelling van kinderen binnenshuis. In een waaier van voor kinderen relevante binnen- (huizen, scholen, transport en ontspanningsruimten) en buitenomgevingen werden concentraties fijn stof en 14 gassen gemeten.
De vervolgstudie BiBa legt de nadruk op de kwaliteit van het binnenmilieu in scholen:
- bepalen van de invloed van het verschillende types buitenmilieu, van het type ventilatie en van aanwezige materialen/producten op de kwaliteit van de binnenlucht in scholen;
- nagaan van het effect van remediëringsacties in het binnenmilieu (inclusief sensibilisatie);
- formuleren van concrete aanbevelingen voor het milieubeleid en andere beleidsentiteiten.
In de meetcampagne werd de luchtkwaliteit in 90 klaslokalen uit 30 lagere scholen in Vlaanderen bepaald.
BiBa is opgebouwd uit een hoofdstudie en een aantal nevenstudies. In de nevenstudies werd aandacht besteed aan specifieke deelaspecten van de onderzoeksvragen en aan het effect van remediëring, zoals een studie van het effect van een sensibilisatie over ventilatie op de luchtkwaliteit in de klas en de gezondheid van de kinderen.
Nevenstudies
- Nevenstudie 1: Relatieve vochtigheid, temperatuur en schimmelvorming
- Nevenstudie 2a: Invloed van het project ‘Lekker Fris’ op de CO2-concentratie in klassen (ventilatie/verluchting)
- Nevenstudie 2b Gezondheidstoestand van de leerlingen voor en na de ingreep
- Nevenstudie 3a Interventie lucht zuiveren op de luchtkwaliteit in het klaslokaal
- Nevenstudie 3b Interventie lucht zuiveren op de samenstelling van fijn stof
- Nevenstudie3c Gezondheidstoestand van de leerlingen voor en na ingreep
Hoofdstudie: de resultaten
Er was een heel grote spreiding in binnenluchtkwaliteit tussen de 90 BiBa-klaslokalen. Voor sommige polluenten bedroeg het verschil tussen de laagste en hoogste concentratie een factor 100.
De binnenluchtconcentraties in de BiBa-klaslokalen werden getoetst aan de richt- en interventiewaarden van het Vlaams binnenmilieubesluit, en aan internationale blootstellingscriteria. Dit bracht een aantal ‘knelpunt chemische factoren’ in de BiBa-klassen aan het licht. De concentraties PM, formaldehyde, totaal andere aldehydes, benzeen, TVOS en CO2 overschrijden regelmatig de richtwaarden uit het Binnenmilieubesluit.
In geen enkele klas werd de interventiewaarde voor formaldehyde of benzeen overschreden. Voor PM, TVOS, totaal andere aldehydes en CO2 geeft het Vlaams binnenmilieubesluit geen interventiewaarden.
De luchtkwaliteit in de klaslokalen was voor de meeste polluenten in de meeste scholen slechter dan de buitenluchtkwaliteit op de speelplaats. De luchtkwaliteit op de speelplaats was in de meeste gevallen gelijkaardig aan de luchtkwaliteit aan de straatkant.
Invloed van buitenlucht op luchtkwaliteit in de klaslokalen
Voor polluenten afkomstig van het verkeer (MTBE, benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en PM) was er een sterke invloed van de buitenluchtkwaliteit en van de verkeersdrukte op de luchtkwaliteit in de klaslokalen. Er werden geen significante verschillen gevonden in binnenluchtkwaliteit tussen scholen gelegen in landelijke en stedelijke omgeving. In beide groepen was er een heel grote spreiding in binnenluchtkwaliteit. Mogelijk was het verschil tussen landelijke en stedelijke omgeving niet zichtbaar omdat de totale meetcampagne over 5 maanden liep (begin november – begin april), met sterke variaties in weersomstandigheden.
Invloed van ventilatie op de luchtkwaliteit in de klaslokalen
Geen enkel BiBa-klaslokaal was voorzien van een mechanisch ventilatiesysteem. Alle klassen werden manueel verlucht. De luchtverversing was in de meeste BiBa-klaslokalen ondermaats.
Er bleek voor alle polluenten (behalve TVOS) een positief effect te zijn van luchtverversing op de binnenluchtconcentraties. Dit was niet alleen het geval voor polluenten die voornamelijk door binnenbronnen in het binnenmilieu terechtkomen (bvb. aldehydes), maar ook voor polluenten die voornamelijk buitenbronnen hebben (MTBE, benzeen). Niet-ventileren beschermt immers niet tegen infiltratie van buiten naar binnen. Omgekeerd, het binnenmilieu fungeert als een verzamelplaats voor polluenten die van buitenaf komen, aangezien ze minder snel verwijderd worden in het binnenmilieu dan in de buitenlucht.
Invloed van klasinrichting en binnenbronnen op luchtkwaliteit in de klaslokalen
In tegenstelling tot de duidelijke effecten van buitenluchtkwaliteit en ventilatie op binnenluchtconcentraties in de BiBa-klaslokalen, is de invloed van binnenbronnen op de binnenluchtkwaliteit veel minder uitgesproken in de BiBa-dataset.
Waarschijnlijk is de invloed van binnenbronnen op de binnenluchtkwaliteit effectief aanwezig, maar niet zichtbaar in de database omwille van de grote verscheidenheid aan binnenbronnen in de klaslokalen, en omdat het effect van deze emissiebronnen gemaskeerd wordt door andere beïnvloedende factoren zoals de invloed van de buitenlucht, luchtverversing, de aanwezigheid van andere (niet-geïdentificeerde) binnenbronnen, …
Nevenstudie schimmelvorming: de resultaten
In 7 van de 90 BiBa-klaslokalen werd zichtbare schimmelvorming gerapporteerd door de klastitularis. In deze klaslokalen was eveneens vochtschade zichtbaar. Er werd echter geen relatie gevonden tussen schimmelvorming en relatieve vochtigheid, temperatuur en luchtverversing. Evenmin werd er een statistisch verband gevonden tussen schimmelvorming en ouderdom van de klaslokalen, type beglazing en type verwarming.
Nevenstudie Lekker Fris: de resultaten
Een effect van de sensibiliseringscampagne (www.lekkerfris.be) was merkbaar in het CO2-gehalte tijdens de lesuren op school (8u tot 16u). De juiste opvolging door de klastitularis, ook na de uitvoering van het lessenpakket, is waarschijnlijk een erg belangrijke parameter, die het succes van Lekker Fris bepaalt. Verder wordt het resultaat van Lekker Fris ook bepaald door de ventilatiemogelijkheden van een klaslokaal (bijvoorbeeld kleine vensters in één muur van het lokaal versus grote vensters in meerdere muren).
Nevenstudie zuiveren van binnenlucht en elementconcentraties in PM2.5 : de resultaten
Het plaatsen van een luchtzuiverend toestel had een meetbaar effect op de I/O ratio in de klaslokalen. Gemiddeld werd de I/O ratio van PM2.5 in de klaslokalen verlaagd tot 58 ± 19% van de I/O verhouding voor de interventie.
Bodemstofelementen kwamen telkens in hogere (absolute) concentraties voor in PM2.5 in de klaslokalen dan in PM2.5 op de speelplaats. Dit wordt toegeschreven aan opwaaien van stof in de klaslokalen, ten gevolge van de aanwezigheid van leerlingen in de klas.
Nevenstudie ademhalingsgezondheid leerlingen voor en na de ingrepen: de resultaten
Om na te gaan of de ingrepen ook een positief effect hadden op de gezondheid van de kinderen in de klas werd nasale stikstofmonoxide (NO), uitgeademd door de kinderen, gemeten.
Zowel voor de nevenstudie ‘Lekker Fris’ als bij de studie naar het effect van de luchtzuiveraar werd geen significant verschil waargenomen in eNO-waarden (exhaled NO) voor en na de campagne.
Nevenstudie TVOS samenstelling: de resultaten
In de binnenlucht komen componenten voor die niet in de buitenlucht aangetroffen worden, of daar slechts in erg lage concentraties voorkomen. Voorbeelden zijn onder meer d-limoneen en cyclohexaan. Andersom, werden weinig tot geen componenten in de buitenlucht aangetroffen die niet voorkwamen in de binnenlucht.
Conclusies
De binnenluchtkwaliteit in klaslokalen blijkt vaak minder goed dan deze van de buitenlucht. Aangezien kinderen relatief veel tijd doorbrengen in klaslokalen, en er voor sommige polluenten in veel klaslokalen overschrijdingen van richtwaarden waren, blijft het noodzakelijk aandacht te hebben voor de binnenluchtkwaliteit in basisscholen.
Uit dit onderzoek bleek dat zowel ventilatie als buitenluchtkwaliteit een aanzienlijke invloed kunnen hebben op de binnenluchtkwaliteit.
In de BiBa-klaslokalen konden geen specifieke binnenbronnen geïdentificeerd worden. Uit literatuur blijkt wel dat binnenbronnen zoals bouwmaterialen een invloed hebben op de binnenluchtkwaliteit. Door de grote diversiteit van bronnen, en grote variaties in binnenluchtconcentraties in de klaslokalen kwam dit niet tot uiting in BiBa.
De resultaten van BiBa werden ook voorgesteld op de studiedag “Gezond (met) Verstand” die doorging op 31/03/2010 in het natuureducatief Centrum De Helix.
Het volledige eindrapport kan u bekijken op: http://www.lne.be/themas/milieu-en-gezondheid/onderzoek/BiBa
Lijst van gebruikte afkortingen
- BiBa Binnenlucht in Basisscholen
- Binnenmilieubesluit Besluit van de Vlaamse regering van 11 juni 2004 houdende maatregelen tot bestrijding van de gezondheidsrisico's door verontreiniging van het binnenmilieu (BS 19/10/2004) vormt op dit moment het enige wetgevend kader met betrekking tot de binnenmilieuproblematiek en geeft o.a. richt- en interventiewaarden voor een aantal fysische, chemische en biotische factoren in het binnenmilieu
- CO2 Koolstofdioxide: wordt vaak gebruik als maat voor verluchting
- eNO Uitgeademde NO
- I/O Indoor/outdoor ratio: de verhouding van de concentratie binnen tot de concentratie buiten van een bepaalde stof
- MTBE Methyl-tert-butyl-ether
- NO Stikstofmonoxide
- PM Particulate matter of fijn stof: PM2,5 is fijn stof met een diameter van 2,5 µm
- (T)VOS (Totale) Vluchtige organische stoffen
Kim Constandt is beleidsmedewerker Milieu & Gezondheid bij de afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu & Gezondheid