Sla navigatie over
www.lne.be
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
  Over onze organisatie  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Luchtverontreiniging Beleid LRTAP

LRTAP

LRTAP

In 1979 werd binnen de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (UNECE) van het Verdrag Grensoverschrijdende Luchtverontreiniging Over Lange Afstand (LRTAP: Long-Range Transboundary Air Pollution) ondertekend. Dit verdrag biedt een kader waarbinnen internationale samenwerking kan geschieden ter bestrijding van de atmosferische vervuiling, die zowel het leefmilieu als de volksgezondheid bedreigt. Door middel van protocollen die de emissiereductie van bepaalde polluenten beogen, worden zowel verzuring, vermesting als troposferische ozon geviseerd. De activiteiten van de organen van het verdrag hebben inmiddels geleid tot acht protocollen.

* het Protocol van Genève van 1984 betreffende de lange-termijn financiering van het gezamenlijke programma voor de continue bewaking en evaluatie van het lange-afstand transport van luchtverontreinigende stoffen in Europa;
* het Protocol van Helsinki van 1985 inzake de reductie van zwavelemissies of hun grensoverschrijdende stromen met tenminste 30 %; 
* het Protocol van Sofia van 1988 betreffende de beheersing van stikstofoxides of hun grensoverschrijdende stromen; 
* het Protocol van Genève van 1991 betreffende de beheersing van de emissies van vluchtige organische stoffen (VOS) of hun grensoverschrijdende stromen; 
* het Protocol van Oslo van 1994 inzake de verdere reductie van zwavelemissies (vervolg op protocol van Helsinki); 
* het Protocol van Aarhus van 1998 inzake persistente organische stoffen (POPs); 
* het Protocol van Aarhus van 1998 inzake zware metalen; 
* het Protocol van Göteborg van 1999 ter bestrijding van verzuring, eutrofiëring en ozon in de omgevingslucht.

De volledige tekst van deze protocollen alsook hun ratificatie-status is terug te vinden op http://www.unece.org/env/lrtap.



Het Protocol van Göteborg


Waar de vorige protocollen telkens slechts 1 (type) polluent behandelen, worden in het Protocol van Göteborg emissieplafonds vastgelegd voor 2010 voor NOx, SO2, VOS en NH3. Lidstaten waarvan de emissies de grootste impact hebben op milieu en gezondheid en waarvan de emissies het makkelijkst en goedkoopst te reduceren zijn, zullen de grootste emissiereducties moeten doorvoeren.

Omdat het niet mogelijk werd geacht de lange termijn doelstellingen (geen overschrijding van de kritische lasten voor ecosystemen en van kritische niveaus voor ozon) in de nabije toekomst te realiseren, werd er besloten om interim-doelstellingen te formuleren als eerste stap op weg naar het einddoel. Deze zijn tegen 2010 in vergelijking met 1990 de oppervlakte ecosystemen die onvoldoende beschermd is tegen verzuring met de helft te reduceren, de ozonoverlast voor de bevolking met twee derde te reduceren en de ozonoverlast voor de vegetatie met een derde te reduceren en ook de overmaat stikstofdepositie met 60% reduceren.

Om te bepalen wat de vereiste emissiereducties zijn om deze vooropgestelde milieudoelstellingen te kunnen bereiken, werd gewerkt met het RAINS-model (Regional Air Pollutin Information and Simulation-model, beheerd door het Oostenrijkse onderzoeksinstituut IIASA). Met behulp van dit model werd gezocht naar de meest kosteffectieve oplossing voor het gebied van Europa in zijn geheel. Deze gebiedsgerichte oefening resulteerde in de nationale emissieplafonds.

Naast de nationale emissieplafonds worden in het protocol ook emissiegrenswaarden aan bepaalde emissiebronnen (bijvoorbeeld stookinstallaties, sinterfabrieken, verkeer) en andere specifieke technische voorschriften opgelegd alsook wordt de toepassing van Beste Beschikbare Technieken aanbevolen.

Eens het protocol volledig is geïmplementeerd, moeten de emissies in Europa dalen met 63% voor SO2, 41% voor NOx, 40% voor VOS en 17% voor NH3. België moet zijn emissies in 2010 ten opzichte van 1990 reduceren met 72% voor SO2, 46% voor NOx, 56% voor VOS en 31% voor NH3.

Bij de herziening van dit Protocol zullen ook de emissies van zwevend stof worden opgenomen. Deze polluent is schadelijk voor de luchtwegen en de bloedvaten.