|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Het broeikaseffect, niet alleen een natuurlijk fenomeen
In de atmosfeer zijn gassen aanwezig die de invallende zonnestraling wel doorlaten, maar de teruggekaatste straling van het opgewarmde aardoppervlak opnieuw opnemen. Dit fenomeen heet het broeikaseffect en zorgt ervoor dat de gemiddelde temperatuur op aarde +15°C bedraagt in plaats van -18°C (figuur 1). ![]() Figuur 1. Broeikaseffect In 2004 bedroeg de atmosferische concentratie van CO2 377 ppmv, een stijging met 35% tegenover de pre-industriĆ«le concentratie (280 ppmv). De huidige CO2-concentratie was nog nooit zo hoog in de periode van de laatste 420.000 jaar en met een waarschijnlijkheid van 66 tot 99% zelfs niet in de laatste 20 miljoen jaar (figuur 2). Bovendien kwam het huidige stijgingstempo nog nooit voor sinds minstens 20.000 jaar. Voor CH4 (+155%) en N2O (+18%) tekent men gelijkaardige evoluties op. Figuur 2. Evolutie atmosferische concentratie van CO2
Rond 1750 waren er nog geen CFK’s, HCFK’s, HFK's, PFK's of SF6 in de atmosfeer aanwezig, maar hun aandeel in de huidige samenstelling van broeikasgassen nam de laatste 40 jaar snel toe. Met het ‘Global Warming Potential’ (GWP), een meetsysteem voor broeikasgassen, is het mogelijk de bijdrage van de verschillende gassen tot het broeikaseffect elk afzonderlijk te wegen. In 2004 kwam de totale concentratie aan broeikasgassen uit op een globaal gemiddelde van 448 ppmv CO2-equivalent (CO2-eq). Deze toename leidt tot een verhoging van de gemiddelde temperatuur en een globale klimaatverandering. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) stelt dat de opwarming van de laatste 100 jaar buitengewoon is. Bovendien acht het IPCC het onwaarschijnlijk dat deze opwarming alleen maar een gevolg is van natuurlijke fenomenen zoals vulkaanuitbarstingen. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||