|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Internationaal beleidskader
Het RaamverdragDe Wereldtop voor Duurzame Ontwikkeling in Rio de Janeiro (1992) was een mijlpaal in de strijd tegen de klimaatverandering. Onder impuls van de Verenigde Naties leidde deze bijeenkomst tot het Raamverdrag over klimaatverandering (UNFCCC). Het verdrag trad in 1994 in werking en België sloot zich twee jaar later aan. Het Raamverdrag wil de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer gelijk houden. De mens mag niet langer optreden als verstoorder van het klimaatsysteem. Hierdoor kunnen de ecosystemen zich op een natuurlijke wijze aanpassen aan de klimaatverandering. Bovendien waarborgt deze maatregel de voedselvoorziening en de duurzame economische ontwikkeling. Het Raamverdrag verbindt alle deelnemende landen tot een jaarlijks rapport over de broeikasgasemissies. Ook moeten zij een nationale klimaatstrategie uitwerken en uitvoeren. Alle deelnemende landen werken samen om de objectieven van het Raamverdrag te bereiken. Maar de industrielanden kunnen hierbij een voortrekkersrol opnemen. Het Raamverdrag steunt op een aantal belangrijke kernideeën:
Het Protocol van KyotoIn december 1997 keurden de deelnemende landen het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag goed. Op 16 februari 2005 trad dit Protocol in werking, na ratificatie door de Russische federatie. De Verenigde Staten en Australië deden als belangrijke industrielanden niet mee. Sinds de inwerkingtreding zijn alle bepalingen van het Protocol juridisch bindend van aard. De 36 deelnemende industrielanden engageerden zich om de jaarlijkse uitstoot van de belangrijkste broeikasgassen (CO2, CH4, N2O, SF6, HFK’s en PFK’s) te verminderen. De jaarlijkse uitstoot moet met gemiddeld 5% dalen in de periode 2008-2012 tegenover die van het referentiejaar 1990. De ontwikkelingslanden kregen geen reductieverplichtingen door dit Protocol. Zij moeten wel een emissie-inventaris uitwerken zoals de industrielanden. Verder verbonden de ontwikkelingslanden zich tot de opstelling en invoering van klimaatprogramma’s en tot samenwerking rond milieutechnologie, onderzoek, opleiding en onderwijs. Eerder al legde het Protocol van Montréal (1987) de uitstoot van CFK’s en HCFK’s aan banden door verregaande beperkingen voor de productie en het gebruik van deze stoffen. Deze twee broeikasgassen breken het ozon in de atmosfeer af en veroorzaken zo de verdunning van de ozonlaag. Het Protocol van Kyoto wil in de eerste plaats een vermindering van de uitstoot door interne beleidsmaatregelen. Deze maatregelen hebben betrekking op energie, vervoer, industrie, land en bosbouw en afvalbeheer. Het Protocol laat ook toe om de uitstoot van broeikasgassen gedeeltelijk te compenseren door de bevordering van koolstofopname via bossen of door een beter bodemgebruik (de ‘sinks’). De flexibiliteitsmechanismen van het Protocol ten slotte bieden de deelnemers efficiënte manieren om dit doel met zo weinig mogelijk kosten te bereiken. Landen met een tekort aan emissierechten kunnen rechten aankopen van landen met een overschot (internationale emissiehandel). Ook kan een land projecten, die de uitstoot verminderen, starten in een ander industrieland en/of in een ontwikkelingsland. (projectgebonden flexibiliteitsmechanismen). Het uitgangspunt is dat het gebruik van economische beleidsinstrumenten de kosten van uitstootverminderingen kan beperken en het behalen van de reductiedoelstellingen voor individuele partijen kan versoepelen. Landen die op een goedkope wijze meer vermindering kunnen realiseren dan ze door het Protocol verplicht zijn, zullen dat ook werkelijk doen. Ze hebben immers een financieel voordeel doordat ze hun overtollige emissierechten kunnen verhandelen. Het globale resultaat is hetzelfde maar de totale reductiekosten vallen lager uit. Naast emissiereductieverplichtingen voorziet het Protocol van Kyoto ook in de uitwerking van maatregelen voor de aanpassing aan klimaatverandering. Op die manier kan het de nadelige gevolgen voor de economie, de volksgezondheid of het milieu tot een minimum beperken. COP/MOPDe Conference of the Parties (COP) en de Meeting of the Parties (MOP) zijn instellingen die zorgen voor de praktische uitwerking van de afspraken uit het Raamverdrag en het Protocol van Kyoto. De belangrijkste regels voor de naleving en uitvoering van het Kyotoprotocol kregen een uitwerking in de zogenaamde “Akkoorden van Marrakesh” tijdens COP7 (2001). Deze akkoorden regelden het gebruik van sinks, de creatie van fondsen voor hulp aan de armste ontwikkelingslanden, de aanpassing aan de klimaatverandering en de projectgebonden flexibiliteitsmechanismen. COP 11/MOP 1 bekrachtigde officieel de Akkoorden van Marrakesh in december 2005. Tegelijkertijd keurde het een nalevingsregime goed dat bij het Protocol hoort. Hierin staan de juridische procedures, die van toepassing zijn indien een industrieland niet aan zijn verplichtingen voldoet. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||