|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Het Vlaams Toewijzingsplan CO2-emissierechten 2008-2012
—
gearchiveerd onder:
LNE-zine,
LNE-zine01
Vanaf 4 december 2006 tot en met 2 januari 2007 werd een tweede publieksconsultatie georganiseerd over het ontwerp van Vlaams Toewijzingsplan CO2-emissierechten 2008-2012. Dit plan bepaalt de totale hoeveelheid emissierechten die tijdens de handelsperiode 2008-2012 verdeeld zullen worden onder de Vlaamse bedrijven die onder het systeem vallen, en de wijze waarop de individuele toewijzing aan elk van hen zou gebeuren. Het plan werd op 20 juli 2006 door de Vlaamse regering goedgekeurd en op 22 september 2006 als onderdeel van het Belgisch Toewijzingsplan CO2-emissierechten 2008-2012 aan de Europese Commissie overgemaakt. Op 16 januari 2007 nam de Europese Commissie een beschikking over het Belgische plan. Zij stelde dat het door België voorgestelde pakket van 63,328 Mton emissierechten voor de Belgische bedrijven met 4,820 Mton zou moeten beperkt worden tot 58,508 Mton. Dit komt overeen met een daling van ongeveer 7,6%. België, en meer bepaald de leden van de Nationale Klimaatcommissie, het politieke overlegorgaan van de gewesten en de federale overheid omtrent het klimaatbeleid, bestudeert momenteel hoe en op welke manier ze uitvoering zal geven aan de beschikking van de Europese Commissie. Een woordje uitleg over het toewijzingsplan is hoogstwaarschijnlijk noodzakelijk. Wat staat precies in dergelijk plan? Welke bedrijven vallen onder die emissiehandel? Is die emissiehandel iets nieuws? Kadert dat binnen het Protocol van Kyoto? Is dit een gevolg van de verhoogde aandacht voor een ambitieus klimaatbeleid? De emissiehandel waarover het plan de krijtlijnen vastlegt, is een systeem dat reeds sinds 1 januari 2005 in voege is. Het is een marktconform milieubeleidsinstrument dat ervoor moet zorgen dat binnen de Europese energie-intensieve bedrijven – want het systeem is Europees, ongeveer 11.000 energie-intensieve vestigingen binnen de EU 25 vallen onder dit systeem – de CO2-emissiereducties op de meest kostenefficiënte manier worden gerealiseerd, en is daarmee een alternatief voor CO2-emissieheffingen voor dergelijke bedrijven. Het komt erop neer dat bedrijven die onder het systeem vallen (het gaat dan vooral over elektriciteitsproducenten met centrales die via fossiele brandstoffen elektriciteit opwekken, raffinaderijen, grote ijzer- en staalbedrijven, de keramische sector, de papier- en kartonbedrijven, cementbedrijven en alle bedrijven in Europa die meer dan 20 MW stookinstallaties hebben staan) van de respectieve overheden emissierechten krijgen voor een bepaalde periode. Het systeem is zo opgezet dat bij de introductie van het systeem (begin januari 2005) de bedrijven voor 3 jaar emissierechten werd toegewezen. Deze toewijzing gebeurde in het Vlaams Toewijzingsplan CO2-emissierechten 2005-2007 en de andere gewestelijke plannen voor die periode. Het plan waarover de Vlaamse publieksconsultatie liep, heeft betrekking op de methodiek die de Vlaamse Overheid zou hanteren voor de toewijzing van emissierechten aan deze bedrijven voor een volgende handelsperiode, nl. de periode 2008-2012. Wat gebeurt er nadat bedrijven de emissierechten hebben gekregen voor een bepaalde handelsperiode (de periode 2005-2007 of de periode 2008-2012)? Wanneer de toewijzing van emissierechten achter de rug is, zullen de bedrijven in het begin van elk jaar uit deze handelsperiodes in principe één derde (voor de 3-jarige handelsperiode 2005-2007) en één vijfde (voor de daaropvolgende 5-jaarlijkse handelsperiodes) van de aan hen totale hoeveelheid toegewezen rechten krijgen. De verlening van die rechten gebeurt door het overschrijven van emissierechten van de rekening van de Belgische (of Vlaamse) Overheid naar een rekening van het betreffende bedrijf. Zo kreeg elk bedrijf reeds op uiterlijk 28 februari 2005 en 28 februari 2006 één derde van de totale hoeveelheid toegewezen emissierechten 2005-2007 op de rekening gestort. Op uiterlijk 28 februari 2007 zal het laatste derde van het totale aantal toegewezen emissierechten voor de handelsperiode 2005-2007 op de rekening van de exploitant zijn gestort. Welke verplichtingen heeft het betrokken bedrijf die de emissierechten heeft verkregen? De verplichting van het bedrijf bestaat erin om na afloop van elk jaar uit de handelsperiode een hoeveelheid emissierechten terug in te leveren. De hoeveelheid emissierechten die een bedrijf terug moet inleveren, wordt bepaald door de werkelijke CO2-emissies die het bedrijf in kwestie heeft veroorzaakt. Die hoeveelheid CO2-emissies wordt in de meeste gevallen berekend op basis van het brandstofverbruik van het betrokken bedrijf. Wie dus meer CO2-emissies heeft uitgestoten dan er verleend waren, zal emissierechten moeten aankopen. Wie minder CO2-emissies heeft uitgestoten dan hij toegewezen kreeg (bv. omdat er energiebesparingprojecten zijn gerealiseerd), zal emissierechten kunnen verkopen. Die aan- en verkoop van emissierechten kan gebeuren via handelsbeurzen die sinds de opstart van het systeem zijn ontwikkeld. De beurzen stellen Vlaamse bedrijven in staat om van andere Europese bedrijven die om één of andere reden een overschot aan emissierechten hebben, emissierechten aan te kopen (en omgekeerd). De handel in emissierechten verloopt dus Europees. Zo zit het systeem van Europese CO2-emissiehandel in elkaar. Op het eerste zicht heeft het niet zo héél véél te maken met het Protocol van Kyoto. Dit is immers een akkoord dat als uitloper van het Klimaatverdrag van Rio concrete en absolute reductiedoelstellingen oplegde voor Partijen die het Protocol ratificeerden, niet voor bedrijven. Toch is er wel degelijk een belangrijk verband tussen beide systemen. Immers, het Protocol van Kyoto bepaalt hoeveel emissierechten een Partij van het Protocol in de periode 2008-2012 dient neer te leggen. Deze hoeveelheid neer te leggen emissierechten wordt bepaald op basis van de reductiedoelstelling die de betreffende Partij is aangegaan. Zo is België (nadat de Europese reductiedoelstelling werd verdeeld tussen de Europese Lidstaten) het engagement aangegaan om na de periode 2008-2012 ongeveer 5 maal 136 miljoen emissierechten neer te leggen (waarbij 136 miljoen overeen komt met de totale broeikasgasemissies – dus niet enkel de CO2-emissies – in 1990 verminderd met 7,5%). De emissierechten die Partijen van het Protocol na de periode 2008-2012 dienen neer te leggen, moeten alle broeikasgasemissies dekken die plaatsgevonden hebben op het grondgebied van België tijdens die periode: bv. de CO2-emissies die gepaard zijn gegaan met transport, gebouwenverwarming, de methaanemissies van landbouw, de F-gasemissies, e.d. meer. Ook de CO2-emissies van bedrijven die onder de Europese CO2-emissiehandel vallen, zitten daarin vervat. In tegenstelling tot de niet CO2-emissiehandel sectoren, is het echter niet België dat eindverantwoordelijk is voor het inleveren van de noodzakelijke emissierechten voor deze emissies: dit is de verantwoordelijkheid van de bedrijven zelf. De noodzakelijke emissierechten voor deze emissies zullen immers al zijn ingeleverd uiterlijk 30 april na afloop van elk jaar van de handelsperiode 2008-2012. Tomas Velghe is beleidsmedewerker klimaat bij de afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu en Gezondheid |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||