Sla navigatie over
www.lne.be
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Over onze organisatie  
     
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Klimaatverandering Flexibele mechanismen

Flexibele mechanismen

Algemene situering flexibele mechanismen

Het Protocol van Kyoto en de Akkoorden van Marrakech zijn afgesloten in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering. Ze hebben tot doel de emissies van broeikasgassen zodanig te beperken dat de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer op een niveau wordt gehouden waarbij geen gevaarlijke klimaatveranderingen kunnen optreden.

Het Protocol van Kyoto staat toe dat deze verbintenis niet volledig door activiteiten op het eigen grondgebied moet worden bereikt. De Partijen kunnen immers in zekere mate en in aanvulling op hun binnenlandse beleidsmaatregelen ook een beroep doen op mechanismen die hen een zekere flexibiliteit bieden in de hen toegewezen emissiehoeveelheid, hierna ‘flexibele mechanismen’ genoemd. De flexibele mechanismen komen er in essentie op neer dat Partijen de hen toegewezen emissiehoeveelheden kunnen verhogen door “emissierechten” of “emissiekredieten” te verwerven.

Het uitgangspunt is dat het gebruik van deze economische beleidsinstrumenten de kosten van uitstootverminderingen kunnen beperken en het behalen van de reductiedoelstellingen voor individuele partijen kunnen versoepelen. Landen die op een goedkope wijze meer vermindering kunnen realiseren dan ze door het Protocol verplicht zijn, zullen dat ook werkelijk doen. Ze hebben immers een financieel voordeel doordat ze hun overtollige emissierechten kunnen verhandelen. Het globale resultaat is hetzelfde maar de totale reductiekosten vallen lager uit.

Types flexibele mechanismen

De verschillende flexibele mechanismen zijn: 

  1. “emission trading” of “internationale emissiehandel” dat het tussen partijen (niet tussen bedrijven) bij het Protocol van Kyoto onderling verhandelen van emissierechten mogelijk maakt;
  2. “joint implementation”, “JI” of “gezamenlijke uitvoering” waarbij geïndustrialiseerde landen kunnen investeren in projecten die netto-emissies in andere geïndustrialiseerde landen verlagen. In ruil daarvoor mag het investerende land (een deel van) de resulterende emissiereductie op eigen rekening schrijven. 
  3.  “clean development mechanism”, “CDM” of “mechanisme voor schone ontwikkeling” waarbij geïndustrialiseerde landen kunnen investeren in projecten die netto-emissies in een ontwikkelingsland verlagen. In ruil daarvoor mag het investerend land (een deel van) de resulterende emissiereductie op eigen rekening schrijven.

Projectgebonden mechanismen

JI en CDM zijn voor het verkrijgen van bijkomende emissiekredieten telkens gebonden aan de uitvoering van een bepaald project, en worden doorgaans projectgebonden mechanismen genoemd. De mechanismen geven enkel recht op emissiekredieten wanneer projecten voldoen aan een aantal duidelijke criteria.

Een belangrijke randvoorwaarde zit vervat in het zogenaamde ‘supplementariteitsprincipe’. Dit houdt in dat de inzet van de Kyotomechanismen een aanvulling moet vormen op nationale maatregelen, die dus het leeuwendeel van de reductie-inspanning moeten uitmaken. Door de nadruk te leggen op interne maatregelen moeten de fundamenten worden gelegd voor technologische innovatie in eigen land.

Naast het supplementariteitsprincipe zijn er nog andere voorwaarden verbonden aan het uitvoeren van projecten. Projecten moeten resulteren in reële en meetbare uitstootreducties die extra emissiereducties opleveren ten opzichte van de situatie die zich zou voordoen zonder het project (dit principe wordt ook wel ‘additionaliteit’ genoemd). Projecten onder het CDM-regime zijn bovendien te voorzien in die sectoren in ontwikkelingslanden waar broeikasgasreductieopties samenvallen met de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van het gastland gastland.

Eligibiliteitscriteria

Het Protocol van Kyoto en de Akkoorden van Marrakech voorzien in een reeks van eligibiliteitscriteria om gebruik te kunnen maken van de flexibiliteitsmechanismen, voornamelijk inzake inventarisatie van emissies en registratie van emissierechten. Tevens zijn een reeks voorwaarden aangenomen waaraan partijen moeten voldoen om deel te kunnen nemen aan deze instrumenten. Zo moeten deze projecten door de betrokken landen worden goedgekeurd. Hiertoe zorgen de betrokken Partijen voor de aanduiding van: 

  1. een ‘Focal Point’ of ‘aanspreekpunt’ dat JI-projectactiviteiten goedkeurt en rechtspersonen laat deelnemen aan JI-projectactiviteiten.
  2. een ‘Designated National Authority’ of ‘aangewezen nationale authoriteit’ om CDM-projectactiviteiten goed te keuren en om rechtspersonen te laten deelnemen aan CDM-projectactiviteiten.
     

 

 

 


 

banner lne co2-meter