Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | pers | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Milieuhinder en -klachten  
     
  Geluidshinder  
     
  Geurhinder  
     
  Lichthinder  
     
  Stiltegebieden  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Hinder en risico's Geurhinder Regelgeving Milieuvergunningendecreet

De huidige Vlarem regelgeving

De bescherming van het leefmilieu, onder meer die van lucht tegen verontreiniging en aantasting, is in België een gewestelijke bevoegdheid. De wettelijke basis voor de bestrijding van milieuverontreiniging door hinderlijke inrichtingen in Vlaanderen wordt geleverd door Vlarem I en Vlarem II, beide uitvoeringsbesluiten van het Decreet van 28 juni 1985 betreffende de Milieuvergunning. Het Besluit van de Vlaamse Regering, houdende de vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunning, Vlarem I, dateert van 6 februari 1991 en werd sindsdien een aantal keer aangepast. Vlarem II is het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne. Ook Vlarem II werd reeds verschillende malen aangepast. Bekijk of download de volledige teksten van zowel het milieuvergunningendecreet, Vlarem I als Vlarem II.

Artikel 22 van het Milieuvergunningendecreet verplicht de exploitant, ongeacht de verleende vergunning, steeds de nodige maatregelen te treffen om schade, hinder en zware ongevallen te voorkomen en, om bij ongeval, de gevolgen ervan voor de mens en het leefmilieu zo beperkt mogelijk te houden. De houder van een milieuvergunning heeft m.a.w. geen vrijgeleide om geurhinder te veroorzaken, zelfs niet indien de exploitant de beste beschikbare technieken toepast.

Artikel 43 van het Vlarem I besluit bevat een quasi identieke bepaling als deze vermeld onder artikel 22 van het Milieuvergunningendecreet.

Artikel 4.1.3.2 Vlarem II verplicht de exploitant om als normaal zorgvuldig persoon alle nodige maatregelen te nemen om de buurt niet te hinderen door geur, rook, stof, geluid, trillingen, niet-ioniserende stralingen, licht en dergelijke meer.

Deze tekst uit het algemeen voorkomingsbeleid van Vlarem II vertaalt in se het principe van de “bonus pater familias” (goede huisvader) uit het burgerlijk recht. Dit betekent dat van iedere exploitant verwacht wordt dat hij een normaal zorgvuldig gedrag aan de dag legt, waardoor zijn exploitatie geen abnormale geurhinder veroorzaakt voor buurt en omwonenden.

Bij gebrek aan concrete algemene geurvoorwaarden in deel IV van het Vlarem II besluit zullen voormelde artikelen vaak door de toezichthoudende ambtenaren gebruikt worden om verbaliserend op te treden tegen een exploitant van een hinderlijke inrichting die volgens hen abnormale geurhinder veroorzaakt.

Artikel 4.4.3.1 Vlarem II met de bijhorende bijlage 4.4.2. bevatten voor een aantal parameters algemene emissiegrenswaarden. Alhoewel dit geen directe geurreductiemaatregelen zijn, hebben sommige van deze dwingende algemene emissiegrenswaarden indirect voor bepaalde parameters een geurreductie tot gevolg.

Deel V van het Vlarem II besluit bevat de dwingende sectorale milieuvoorwaarden voor ingedeelde inrichtingen. Voor tal van sectoren van als hinderlijk ingedeelde inrichtingen werden bepalingen inzake geur opgenomen.

In de dagelijkse realiteit kunnen aanhoudende problemen van geurhinder leiden tot een bijsturing van de milieuvergunning. Wel dient de wijziging of aanvulling voldoende gemotiveerd te zijn. Vaak wordt bij problemen van geurhinder de verplichting tot het opstellen van een geurbeheersplan opgelegd als bijkomende voorwaarde. Meestal wordt opgelegd dat het geurbeheersplan moet worden opgesteld door een erkend deskundige. Inhoudelijk bestaat een geurbeheersplan meestal uit een omgevingsstudie, waarbij de impact van de bron op haar omgeving wordt ingeschat (vb. aan de hand van snuffelmetingen (pdf, 1.1MB)) en een saneringsonderzoek, waarbij het belang van de verschillende geuremissiepunten in het proces wordt bepaald (vb. met behulp van olfactometrie (pdf, 1.1MB)), waarbij voorstellen worden geformuleerd van een technische aanpak om de emissie te reduceren en waarbij tenslotte ook termijnen worden voorgesteld waarbinnen de sanering dient uitgevoerd. Een consistente aanpak voor het opstellen van een geurbeheersplan ontbreekt echter vooralsnog.