Sla navigatie over
www.lne.be
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Milieuhinder en -klachten  
     
  Geluidshinder  
     
  Geurhinder  
     
  Lichthinder  
     
  Stiltegebieden  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Hinder en risico's Geurhinder Regelgeving Vlaamse codex Ruimtelijke ordening

Geurhinder en de wetgeving omtrent ruimtelijke ordening

De Vlaamse codex Ruimtelijke ordening, een coördinatie van het decreet ruimtelijke ordening) trad in werking op 1 september 2009. Het ruimtelijke ordeningsbeleid gaat uit van een zelfde doelstelling als het milieubeleid, nl. de zorg voor de kwaliteit van de leefomgeving, vanuit een integrale benadering[1].
 
Een moeilijkheid is echter het niveau van besluitvorming. In de ruimtelijke ordening staat het bestemmingsplan centraal, terwijl dit in het milieubeleid de milieuvergunning is. Net omdat deze besluitvorming meestal niet op hetzelfde moment gebeurt, is afstemming nog moeilijk.
 
Bij de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen moet hoe dan ook zoveel mogelijk vermeden worden dat nieuwe hindersituaties ontstaan. De koppeling aan een plan-MER kan er alvast voor zorgen dat hinderaspecten in voldoende mate in overweging worden genomen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit kan o.a. leiden tot het voorzien van voldoende ruime bufferzones of tot stedenbouwkundige voorschriften waarin maatregelen zijn opgenomen inzake het ruimtelijk begrenzen van milieuhinder[2].
Artikel 2.3.1. 9° vormt een aanknopingspunt voor het introduceren van milieuzonering (het zodanig inpassen van nieuwe milieugevoelige of milieubelastende functies dat de vooropgestelde milieukwaliteit in de omgeving behouden blijft of wordt verkregen). Meer informatie hierover is te vinden in een rapport van december 2009 ‘Milieuzonering voor geluid, geur en grof stof in Vlaanderen – Methodieken en gebruik van milieuzonering bij gebiedsontwikkeling rond bedrijven en bedrijventerreinen’ (zie tevens hier).
 
Op het niveau van de vergunningverlening dient elke aanvraag te worden beoordeeld op de ‘goede ruimtelijke ordening’, waarbij expliciet de hinderaspecten worden vernoemd als aandachtspunt (art. 4.3.1 §2), en dit ongeacht of voor hetzelfde project een milieuvergunning moet worden bekomen (of al is afgeleverd). Art. 4.3.1 §1 laat toe bijkomende voorwaarden of een beperkte aanpassing van de plannen op te leggen wanneer de vergunningverlenende overheid van oordeel is dat hiermee de goede ruimtelijke ordening kan worden gewaarborgd. Voorbeelden hiervan zijn de verhoging van een schouw, het herlokaliseren van een mogelijke bron van geurhinder. (bezinkvijvers, mestopslag,...).


[1] Art. 1.1.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening
[2] Art. 2.3.1.9° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening

 

 
alles wat u moet weten over uw centrale verwarming