|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Schriftelijke Leefomgevingsonderzoek
Het Schriftelijk Leefomgevingsonderzoek ondervraagt op regelmatige basis een representatief staal Vlamingen over hoe zij de leefbaarheid van hun omgeving ervaren. Na een nulmeting in 2001 (SLO-0) werd de enquête in 2004 (SLO-1) en in 2008 (SLO-2) herhaald. De volledige eindrapporten over deze drie bevolkingsonderzoeken kan u hier (pdf, 18 MB) terugvinden. Geluidshinder vormt in de bevolkingsonderzoeken een belangrijk aandachtspunt. In de enquêtes wordt ondermeer gepeild naar de mate waarin de ondervraagde het voorbije jaar gehinderd werd door geluid in en om de woning. Hierbij worden 5 antwoordmogelijkheden gegeven (met name helemaal niet, een beetje, tamelijk, ernstig en extreem gehinderd). Aangezien het om de hinder gaat zoals deze wordt aangegeven door de persoon zelf, wordt deze mate van hinder de gerapporteerde hinder genoemd.
Uit het laatste bevolkingsonderzoek (SLO-2, 2008) bleek dat ongeveer 27% van de ondervraagden zich minstens ‘tamelijk’ gehinderd voelde door geluid in 2007. Iets meer dan 10% van de ondervraagden noemt zich zelfs ernstig of extreem gehinderd. Geluidshinder is daarmee de belangrijkste vorm van hinder in de leefomgeving. Veruit de belangrijkste hinderbron is de categorie “verkeer en vervoer”. Ongeveer één op de drie Vlamingen wordt bovendien soms of regelmatig wakker door geluid. De belangrijkste bron van slaapverstoring blijkt opnieuw straatverkeer: van meer dan 27% van de ondervraagden werd de slaap soms verstoord door straatverkeer. Ook burenlawaai heeft een vrij grote impact. Slaapverstoring door treinverkeer of luchtvaart komt eerder lokaal voor - op Vlaamse schaal is de impact ervan minder belangrijk. Naast geluidshinder peilt de enquête ook naar geur- en lichthinder. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||