Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
  Over onze organisatie  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Handhaving afdeling Milieu-inspectie Preventie van zware ongevallen Regelgevend kader

Regelgevend kader

Op 26 juni 2001 werd het Samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn (verder kortweg Samenwerkingsakkoord of SWA) van kracht. Daarmee werd in belangrijke mate de omzetting van de zogenaamde Seveso II-richtlijn gerealiseerd.

Het doel van die richtlijn is de realisatie van een hoog beschermingsniveau voor mens en milieu door de preventie van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn en de beperking van de gevolgen ervan.

De richtlijn en het Samenwerkingsakkoord bevatten geen gedetailleerde, technische voorschriften. Voor de exploitanten van Seveso-inrichtingen is de ambitieuze doelstelling van vertaald in twee kernverplichtingen:

  • alle nodige maatregelen treffen om zware ongevallen te voorkomen én de gevolgen ervan te beperken voor mens en milieu (zorgplicht)
  • te allen tijde aan inspectiediensten kunnen aantonen dat de passende maatregelen werden genomen (aantoonplicht).

Toepassingsgebied

Het uitgangspunt van het toepassingsgebied van het Samenwerkingsakkoord is dat het die bedrijven moet omvatten waarvan mag worden aangenomen dat er een risico van een zwaar ongeval bestaat. Het bestaan van een risico op een zwaar ongeval met gevaarlijke stoffen en de omvang van een dergelijk risico hangen af van verschillende factoren. Voor de afbakening van het toepassingsgebied zijn echter maar twee factoren in aanmerking genomen: de gevaarseigenschappen van de producten en de hoeveelheid van deze producten.

Twee reeksen van drempelwaarden voor tien categorieën van gevaarlijke stoffen en voor een aantal benoemde stoffen bakenen het toepassingsgebied af. Daardoor ontstaan drie groepen van bedrijven:

  • inrichtingen met gevaarlijke stoffen in hoeveelheden beneden de eerste drempel: deze bedrijven vallen niet onder het toepassingsgebied;
  • inrichtingen met gevaarlijke stoffen in hoeveelheden tussen de eerste en de tweede drempel, de zogenaamde lagedrempelinrichtingen: deze bedrijven vallen onder het toepassingsgebied en moeten voldoen aan een aantal verplichtingen, zoals kennisgeving, algemene zorg- en aantoonplicht, preventiebeleid zware ongevallen en intern noodplan;
  • inrichtingen met gevaarlijke stoffen in hoeveelheden boven de tweede drempel, de zogenaamde hogedrempelinrichtingen: deze bedrijven vallen onder het toepassingsgebied en moeten voldoen aan een aantal extra voorschriften, zoals veiligheidsrapport en veiligheidsbeheersysteem.

Het toepassingsgebied van het Samenwerkingsakkoord is verbonden aan de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Daarbij wordt onder “aanwezigheid van gevaarlijke stoffen” verstaan “de feitelijke of voorziene aanwezigheid van dergelijke stoffen in de inrichting, dan wel de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen waarvan bekend is dat ze kunnen ontstaan wanneer een industrieel chemisch proces buiten controle geraakt, in hoeveelheden, gelijk aan of hoger dan de drempels uit de bijlage I.”