Sla navigatie over
www.lne.be
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
  Over onze organisatie  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Handhaving afdeling Milieu-inspectie

Handhaving: de afdeling Milieu-inspectie

  

In het kader van het Milieuvergunningsdecreet en Vlarem I oefenen de toezichthoudende ambtenaren van de afdeling Milieu-inspectie (MI) toezicht uit op de hinderlijke inrichtingen van klasse 1 en hoog toezicht op de inrichtingen van klasse 2 en 3. Die bevoegdheid wordt nog aangevuld met toezichtsbevoegdheden uit meerdere aanverwante milieuhygiënewetgevingen. Dat geheel geeft MI in Vlaanderen een unieke opdracht.

De afdeling Milieu-inspectie is sedert 26 juni 2001 ook de bevoegde instantie voor het Vlaamse gewest in het kader van het Samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de federale staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn.

Door de reorganisatie van de Vlaamse overheid in het kader van BBB speelt de afdeling nu ook een sleutelrol in het ketentoezicht op afvalstoffen. Daardoor werd ook de uitvoering van controles op het transport van afvalstoffen een belangrijk actiepunt van de afdeling.

MI streeft voortdurend naar een verhoging van de kwaliteit van de handhaving. Daarbij wordt bijzondere aandacht besteed aan een doelmatig, deskundig, uniform, geïntegreerd en sturend optreden over heel Vlaanderen en wil MI een voorbeeldfunctie vervullen voor de lokale overheden.

Op 21 december 2007 keurde het Vlaams Parlement het Milieuhandhavingsdecreet goed. Dit decreet werd in het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (het DABM) ingevoegd en vormt daar nu Titel XVI "Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen".
De afdeling Milieu-inspectie staat nu in voor toezicht op de naleving van de milieuhygiënewetgeving, bestuurlijke handhaving ervan en het opleggen van veiligheidsmaatregelen.


Naast MI zijn er ook vele andere actoren betrokken bij de handhaving van de milieuhygiënewetgeving. Daarbij o.a. de burgemeesters, de door de gemeenten aangewezen agenten van de Lokale Politie en technische ambtenaren van de gemeenten die in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs, de afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond, Natuurlijke Rijkdommen (ALBON), de afdeling Toezicht Volksgezondheid (TOVO) van het Agentschap Zorg en Gezondheid, de reguliere politiediensten (Federale en Lokale Politie) en de gerechtelijke instanties. Elke actor heeft zijn eigen rol, opdracht en inbreng.
Om de handhaving in haar geheel te laten slagen, moeten die instanties constructief samenwerken. Die samenwerking moet tevens worden gezien in het kader van de integrale benadering van het handhavingsbeleid. Om daaraan invulling te geven wordt aan netwerkvorming gedaan. De samenwerking die in dat netwerk ontstaat, genereert een synergetisch effect met het oog op een meer efficiënte en doelmatige handhaving van de milieuhygiënewetgeving.

Doordat de Europese integratie en de mondialisering voortdurend sterker worden, bevindt ook de milieuhandhaving zich steeds meer in een internationale context. MI heeft daarom ook als taak internationale contacten te leggen en actief deel te nemen aan internationale vernieuwingen en tendensen.

Voor de beleidsvoorbereiding en beleidsevaluatie heeft MI de opdracht om de Vlaamse minister van Leefmilieu te adviseren over de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de regelgeving. Daarvoor koppelt MI haar ervaringen op het terrein terug naar de beleidsmakers.

Tot slot heeft MI de opdracht haar optreden en aanpak op geregelde tijdstippen kenbaar te maken en toe te lichten.
Met die transparantie beoogt MI een voldoende breed maatschappelijk draagvlak voor de handhaving te creëren en te behouden.