Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
  Over onze organisatie  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Erkenningen Centrale verwarming en particuliere stookolietanks Veelgestelde vragen Veelgestelde vragen in verband met stookinstallaties (technicus) - deel 2

Veelgestelde vragen in verband met stookinstallaties (technicus) - deel 2

Deel 2 van de antwoorden op enkele veelgestelde vragen van technici: keuring, onderhoud en verwarmingsaudit

Hier kan u deel 2 van de antwoorden op enkele veelgestelde vragen van technici vinden (keuring, onderhoud en verwarmingsaudit) over het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater en over het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu (het VLAREL).

Keuring

01. Bij een centraal stooktoestel, gevoed door gasvormige of vloeibare brandstof, moet het onderhoud slechts gebeuren vanaf een vermogen van 20 kW. Wat met de keuring vóór de eerste ingebruikname? Is dit ook vanaf 20 kW?

Onderhoud

02. Hoeveel tijd mag er zijn tussen twee opeenvolgende onderhoudsbeurten? M.a.w. welke datum van volgend onderhoud moet op het conformiteitsattest vermeld worden?
03. In het artikel 13, § 3, 1°, a) van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 staat dat een schoorsteen steeds mechanisch moet geveegd worden. Is dit artikel steeds van toepassing (de verbranding van gasvormige brandstoffen laat weinig vuil achter, waardoor volgens sommigen vegen overbodig is)?
04. Bijlage I, hoofdstuk I, 2.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 legt 2 meetreeksen op bij onderhoud/controle (één voor en één na het onderhoud). Wat als de installatie in storing is of als het niet is aangewezen de meting vóór het onderhoud uit te voeren, bv. door een te hoge roetwaarde?
05. Als de technicus een gevaarlijke situatie vaststelt, heeft die dan het recht of de plicht om de installatie buiten gebruik te stellen?
06. Is een conformiteitsattest dat nog werd afgeleverd volgens het KB van 6 januari 1978 nog steeds geldig na de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 (dus na 1 juni 2007)?
07. Bij gaswandketels is het gebruikelijk dat het vermogen voor warmwaterbereiding (omwille van het doorstroomprincipe) hoger ligt dan het verwarmingsvermogen, bvb. 30 kW voor verwarming en 42 kW voor warm waterbereiding. Bij welk maximaal vermogen moet de rookgasanalyse worden uitgevoerd bij onderhoud van een verwarmingsketel met warmwaterbereiding, bij het maximum CV vermogen of bij het maximum vermogen warm water?

Verwarmingsaudit

08. Kan een persoon die niet erkend is als technicus vloeibare brandstof en/of gasvormige brandstof het certificaat van bekwaamheid inzake de verwarmingsaudit (voor installaties met een vermogen groter dan 100 kW) bekomen?
09. Er bestaan voor gasvormige brandstoffen 3 opleidingen: G1, G2 en G3. De verwarmingsaudit voor toestellen met een nominaal vermogen van kleiner dan 100 kW is opgenomen in het programma G1, maar niet in de programma’s van G2 en G3. Wil dat zeggen dat iemand die erkend is voor G1-toestellen ook G2- en G3-toestellen mag auditeren?

Algemeen: attesten keuring, onderhoud, verwarmingsaudit

10. Waar kan ik als erkende technicus voorgedrukte attesten en keuringsrapporten vinden?

01. Bij een centraal stooktoestel, gevoed door gasvormige of vloeibare brandstof, moet het onderhoud slechts gebeuren vanaf een vermogen van 20 kW. Wat met de keuring vóór de eerste ingebruikname? Is dit ook vanaf 20 kW?

Voor de keuring vóór eerste ingebruikname bestaat er geen ondergrens. Een nieuw toestel met een vermogen van minder dan 20 kW moet dus eveneens een keuring vóór eerste ingebruikname ondergaan (art. 7).
De ondergrens van 20 kW is enkel van toepassing op het eigenlijke onderhoud dat bij installaties op basis van vloeibare brandstoffen jaarlijks moet gebeuren en bij installaties op basis van gasvormige brandstof tweejaarlijks.

02. Hoeveel tijd mag er zijn tussen twee opeenvolgende onderhoudsbeurten? M.a.w. welke datum van volgend onderhoud moet op het conformiteitsattest vermeld worden?

De tijd tussen twee opeenvolgende onderhoudsbeurten mag niet langer zijn dan één jaar voor vloeibare en vaste brandstoffen en twee jaar voor gasvormige brandstoffen. De bijkomende drie maanden, voorzien in het besluit, zijn toegelaten om het geheel te plannen (art. 8, 4°). Voorbeeld bij vloeibare brandstoffen: het onderhoud is gebeurd op 1 januari 2008. De volgende onderhoudsbeurt moet één jaar later gebeuren, dus op 1 januari 2009 (op het conformiteitsattest wordt als datum van volgend onderhoud 1 januari 2009 genoteerd). Stel dat deze termijn wordt overtreden met 2 maanden en dat het onderhoud pas wordt uitgevoerd op bv. 28 februari 2009, dan moet op het conformiteitsattest als datum van ‘volgend onderhoud’ toch 1 januari 2010 vermeld worden. Op die manier wordt de verplichte onderhoudsfrequentie verzekerd.

03. In het artikel 13, § 3, 1°, a) van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 staat dat een schoorsteen steeds mechanisch moet geveegd worden. Is dit artikel steeds van toepassing (de verbranding van gasvormige brandstoffen laat weinig vuil achter, waardoor volgens sommigen vegen overbodig is)?

Er moet steeds mechanisch geveegd worden, om het even over welk verbrandingsproduct (gas, vloeibaar, vast) het gaat. Enkel voor gevallen waar dit vegen onmogelijk is (bv. in een gesloten toestel), kunnen uitzonderingen gemaakt worden. De schouw moet ledig zijn, d.w.z. vrij van hindernissen zodat rookgassen gemakkelijk hun weg naar buiten kunnen vinden (door het vegen kunnen mogelijke hindernissen, zoals wespennesten, vogelnesten en losse stenen ontdekt worden).

04. Bijlage I, hoofdstuk I, 2.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 legt 2 meetreeksen op bij onderhoud/controle (één voor en één na het onderhoud). Wat als de installatie in storing is of als het niet is aangewezen de meting vóór het onderhoud uit te voeren, bv. door een te hoge roetwaarde?

Indien een installatie in storing is, dient eerst een depannage te gebeuren. Pas daarna start de eigenlijke controle. Bijvoorbeeld: men meet bij aankomst een te hoge roetwaarde (bv. meer dan 8 op de rookindexschaal). Dit geldt dan als initiële meting. Daarna wordt het onderhoud en de controle uitgevoerd waarna men afsluit met de eindmeting.

05. Als de technicus een gevaarlijke situatie vaststelt, heeft die dan het recht of de plicht om de installatie buiten gebruik te stellen?

Het is de plicht van een technicus om belangrijke tekortkomingen die aan een installatie worden vastgesteld, op het conformiteitsattest te vermelden. De technicus stelt de gebruiker op de hoogte van de situatie en adviseert deze inzake het nemen van corrigerende maatregelen. De vermelding hiervan op het conformiteitsattest is erg belangrijk. Op die manier kan de technicus niet verweten worden de eigenaar/exploitant niet op de hoogte te hebben gesteld, zelfs bij nalatigheid van de eigenaar/gebruiker van het toestel inzake het nemen van de nodige maatregelen. Verder kan de erkende technicus de toezichthoudende overheid op de hoogte brengen van de niet nageleefde wettelijke bepalingen.
Indien het gaat om een acuut (gas)veiligheidsprobleem waarbij onmiddellijk gevaar dreigt, dient de technicus naast de eigenaar/gebruiker ook onmiddellijk de energieverlenende gasmaatschappij en, afhankelijk van de situatie, de nodige instanties zoals de brandweer en/of de burgemeester te verwittigen, zodat deze onmiddellijk kunnen ingrijpen.

06. Is een conformiteitsattest dat nog werd afgeleverd volgens het KB van 6 januari 1978 nog steeds geldig na de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 (dus na 1 juni 2007)?

Een conformiteitsattest dat werd afgeleverd volgens het KB van 6 januari 1978 en dat verleend werd na 1 juni 2007, wordt als onwettig beschouwd.

07. Bij gaswandketels is het gebruikelijk dat het vermogen voor warmwaterbereiding (omwille van het doorstroomprincipe) hoger ligt dan het verwarmingsvermogen, bvb. 30 kW voor verwarming en 42 kW voor warm waterbereiding. Bij welk maximaal vermogen moet de rookgasanalyse worden uitgevoerd bij onderhoud van een verwarmingsketel met warmwaterbereiding, bij het maximum CV vermogen of bij het maximum vermogen warm water?

Bij onderhoud van een verwarmingstoestel met warmwaterbereiding wordt de rookgasanalyse uitgevoerd bij het maximale ingestelde verwarmingsvermogen. Dit kan het nominaal nuttig verwarmingsvermogen zijn zoals vermeld op de kenplaat van het toestel of het door de installateur elektronisch begrensd verwarmingsvermogen. Dit begrensd vermogen moet wel vermeld worden op het in te vullen reinigingsattest.

08. Kan een persoon die niet erkend is als technicus vloeibare brandstof en/of gasvormige brandstof het certificaat van bekwaamheid inzake de verwarmingsaudit (voor installaties met een vermogen groter dan 100 kW, voor installaties op vaste brandstof of voor installaties bestaande uit meerdere ketels) bekomen?

Neen, art. 16, 2°, van het VLAREL stelt als voorwaarde voor de erkenning als technicus verwarmingsaudit (voor installaties met een vermogen groter dan 100 kW, voor installaties op vaste brandstof of voor installaties bestaande uit meerdere ketels), dat de persoon in kwestie eerst moet erkend zijn als technicus vloeibare en/of gasvormige brandstof.

09. Er bestaan voor gasvormige brandstoffen 3 opleidingen: G1, G2 en G3. De verwarmingsaudit voor toestellen met een nominaal vermogen van kleiner dan 100 kW is opgenomen in het programma G1, maar niet in de programma’s van G2 en G3. Wil dat zeggen dat iemand die erkend is voor G1-toestellen ook G2- en G3-toestellen mag auditeren?

Neen, G1 is de basismodule. G2 en G3 zijn uitbreidingen van de G1-opleiding. Om toestellen van de categorie G2 (gasunits, C-type gesloten toestellen) en G3 (aangeblazen gasbranders) te mogen auditeren, moet niet alleen de verwarmingsaudit zijn gevolgd (binnen de opleiding G1) maar moet de uitvoerder eveneens in het bezit zijn van een geldige erkenning voor respectievelijk hetzij G2, hetzij G3. Vanaf 1 september 2015 moet een technicus erkend zijn voor GI of GII om op de overeenkomstige toestelleneen verwarmingsaudit te mogen uitvoeren.

10. Waar kan ik als erkende technicus voorgedrukte attesten (reinigingsattest, verbrandingsattest) en rapporten (keuringsrapport, verwarmingsauditrapport) vinden?

Er bestaan inderdaad voorgedrukte boeken met doorschrijfformulieren. Deze kan u niet aankopen via de Vlaamse overheid maar wel via verschillende sectororganisaties waaronder InformazoutBouwunie en ICS.