Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | pers | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
  Over onze organisatie  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Erkenningen Centrale verwarming en particuliere stookolietanks Veelgestelde vragen Veelgestelde vragen in verband met stookinstallaties (particulier)

Veelgestelde vragen in verband met stookinstallaties (particulier)

Hier kan u de antwoorden vinden op enkele veelgestelde vragen van eigenaars en gebruikers van stooktoestellen

Hier kan u de antwoorden vinden op enkele veelgestelde vragen van eigenaars en gebruikers van stooktoestellen over het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater. Als u op deze website het antwoord op uw vraag niet vindt, contacteer dan de Vlaamse Infolijn 1700.

  1. Op welke stooktoestellen is het besluit van toepassing?
  2. Waarom moet ik mijn centraal stooktoestel onderhouden?
  3. Om de hoeveel tijd moet een centraal stooktoestel een onderhoudsbeurt krijgen?
  4. Waar kan ik het vermogen van mijn centrale verwarmingsketel terugvinden?
  5. Hoe kan ik bewijzen dat een onderhoud is uitgevoerd?
  6. Moet een nieuw centraal stooktoestel gekeurd worden? Zo ja, door wie?
  7. Wat is een verwarmingsaudit en wanneer moet ik deze laten uitvoeren?
  8. Door wie moet de verwarmingsaudit uitgevoerd worden?
  9. Hoe herken ik een erkend technicus?
  10. Is het slim om mijn oude ketel te vervangen door een moderne, zuinige centrale verwarmingsketel?
  11. Ik wil een nieuwe centrale verwarmingsketel. Hoe weet ik welk toestel ik moet kiezen?
  12. Hoe kan ik een energiezuinig toestel herkennen?
  13. Welk voordeel levert het mij op als ik investeer in energiezuinig verwarmen?
  14. Kan ik de kosten van het onderhoud van mijn stookinstallatie inbrengen in de belastingen?
  15. Moet ik de keuring, het onderhoud of de verwarmingsaudit melden aan de overheid of enkel de attesten en rapporten ter beschikking houden?
  16. Wat indien ik de keuring, het onderhoud of de verwarmingsaudit niet laat uitvoeren?
  17. Aan welke verbrandingswaarden moet een centraal stooktoestel voldoen?
  18. Hoe kan ik de correctheid van een keuringsrapport, onderhoudsattest of verwarmingsauditrapport nagaan?
  19. Ben ik verplicht mijn stooktoestel binnenkort te vervangen door een condensatieketel?
  20. Aan welke eisen inzake luchttoevoer, ventilatie en rookgasafvoer moeten mijn stooktoestel en stooklokaal voldoen?

01. Op welke stooktoestellen is het besluit van toepassing?

Een stooktoestel is een technisch toestel waarin vaste, vloeibare of gasvormige brandstof verbrand wordt om de gegenereerde warmte te gebruiken voor verwarming van een ruimte of voor de aanmaak van warm verbruikswater (artikel 2, 6°). Een centraal stooktoestel is een stooktoestel met een centrale stookketel en, optioneel, een aparte brander, waarbij de gegenereerde warmte via een geleid en gekanaliseerd transportsysteem gedistribueerd wordt naar meerdere, afzonderlijke ruimten waar deze warmte aangewend wordt om het binnenklimaat van de betreffende ruimte te conditioneren en, optioneel, naar een voorziening voor de productie van warm verbruikswater (artikel 2, 9°).

De regels van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen zijn enkel van toepassing op centrale verwarmingsinstallaties. Individuele toestellen vallen er niet onder. Opgelet: ook deze individuele toestellen vormen vaak de oorzaak van CO-vergiftigingen (CO of koolstofmonoxide is een gas dat vrijkomt bij een onvolledige verbranding door gebrek aan zuurstof). Zorg ook bij deze toestellen voor voldoende verluchting.

02. Waarom moet ik mijn centraal stooktoestel onderhouden?

  • In het Vlaamse Gewest is een periodieke onderhoudsbeurt verplicht voor alle centrale verwarmingstoestellen op vaste brandstof en voor centrale stooktoestellen met een vermogen vanaf 20 kW op vloeibare of gasvormige brandstof (artikel 8, 4°).
  • Het kan u besparingen opleveren op de energiefactuur: een lager energieverbruik is beter voor de portemonnee.
  • Het is beter voor het milieu: een lager energieverbruik zorgt voor minder uitstoot van schadelijke gassen, die het milieu vervuilen en bijdragen aan het broeikaseffect.
  • Door regelmatig onderhoud van de verwarmingsketel, kan u zonder risico's voor uw veiligheid en gezondheid, uw huis verwarmen.
  • U vermijdt zo hoge herstellingskosten: een stooktoestel dat je regelmatig laat onderhouden gaat langer mee.

Het is erg belangrijk dat bij dit nazicht ook steeds de schoorsteen gereinigd wordt en gecontroleerd wordt of deze vrij is.

03. Om de hoeveel tijd moet het centraal stooktoestel een onderhoudsbeurt krijgen?

Volgens artikel 8, 4° moet:

  • een centraal stooktoestel op vaste brandstof, ongeacht het nominale vermogen, jaarlijks onderhouden worden;
  • een centraal stooktoestel, met een nominaal vermogen vanaf 20 kW op vloeibare brandstof, jaarlijks onderhouden worden;
  • een centraal stooktoestel, met een nominaal vermogen vanaf 20kW op gasvormige brandstof, tweejaarlijks onderhouden worden.

De tijd tussen twee opeenvolgende onderhoudsbeurten mag niet langer zijn dan de hierboven beschreven onderhoudsfrequentie, vermeerderd met drie maanden. Deze vermeerdering onderbreekt de oorspronkelijke onderhoudsfrequentie niet. Op het onderhouds- en verbrandingsattest kan u gemakkelijk nakijken wanneer uw installatie toe is aan een volgend onderhoud.

04. Waar kan ik het vermogen van mijn ketel terugvinden?

U kan het vermogen van uw ketel gemakkelijk aflezen van het kenplaatje van het toestel. 95% van de cv-ketels in Vlaanderen heeft een vermogen van minstens 20 kW en moet dus regelmatig onderhouden worden.

05. Hoe kan ik bewijzen dat een onderhoud is uitgevoerd?

Na de onderhoudsbeurt ontvangt u van de onderhoudstechnicus een reinigingsattest en een verbrandingsattest dat u een duidelijk overzicht biedt van kenmerken van uw toestel en de uitgevoerde taken bij de onderhoudsbeurt (meetresultaten, berekeningen). Daarnaast vermeldt dit document ook het eindresultaat evenals de (eventueel) vastgestelde problemen bij uw toestel en zo nodig de te nemen maatregelen. Dat attest is voor u het bewijs dat u het wettelijk verplichte onderhoud hebt laten uitvoeren (artikel 15, § 2 en bijlage III (I en II)). Op verzoek moet het attest worden voorgelegd aan de afdeling Milieuvergunningen van de Vlaamse overheid of aan de toezichthoudende ambtenaar (bijvoorbeeld de milieudienst of milieucel van de politie van de gemeente waar het toestel staat opgesteld) (artikel 11, § 4).

06. Moet een nieuw centraal stooktoestel gekeurd worden? Zo ja, door wie?

Ja: Elk nieuw centraal stooktoestel moet gekeurd worden vóór de eerste ingebruikname, ongeacht het nominale vermogen (dus ook toestellen met een vermogen van minder dan 20 kW) (artikel 7, § 1). Een nieuw centraal stooktoestel mag enkel in gebruik genomen worden als het keuringsrapport dat uitdrukkelijk toestaat (artikel 7, § 3).

  • Bij een centraal stooktoestel op vloeibare brandstof, moet de keuring gebeuren door een technicus die erkend is voor vloeibare brandstof.
  • Bij een centraal stooktoestel op gasvormige brandstof, moet de keuring gebeuren door een technicus die erkend is voor gasvormige brandstof.
  • Bij een centraal stooktoestel op vaste brandstof, kan de keuring gebeuren door een technicus die erkend is voor vloeibare of gasvormige brandstof of door een geschoold vakman. Artikel 2, 38° omschrijft een geschoold vakman als een persoon die vakbekwaam is in het onderhouden van een centraal stooktoestel, gevoed met vaste brandstof (artikel 7, § 2).

Een centraal stooktoestel op vloeibare brandstof dat voor de eerste keer in gebruik genomen werd vóór 1 juni 2007, moet niet gekeurd worden. Een centraal stooktoestel op gasvormige brandstof dat voor de eerste keer in gebruik genomen werd vóór 1 juni 2010, moet niet gekeurd worden. Echter, indien het toestel hierna verbouwd of verplaatst werd of indien de brander of ketel vervangen werd, moet er wel een keuring plaatsvinden.

Op onze website kan u een erkende technicus in uw buurt vinden via een interactieve kaart alsook een volledig overzicht van alletechnici die door de Vlaamse overheid erkend zijn voor het uitvoeren van het onderhoud en de keuring van uw cv-ketel op stookolie of gas.

07. Wat is een verwarmingsaudit en wanneer moet ik deze laten uitvoeren?

Een verwarmingsaudit is een audit van de gehele verwarmingsinstallatie waarbij een erkende technicus het jaarrendement van uw centrale verwarmingsinstallatie bepaalt en beoordeelt. Met deze gegevens kan de technicus u adviseren over de verschillende manieren waarop u uw huis energiezuiniger kan verwarmen.
Een verwarmingsaudit moet vijfjaarlijks uitgevoerd worden op de gehele verwarmingsinstallatie. De verplichting geldt voor alle centrale stooktoestellen met een vermogen vanaf 20 kW (artikel 9, § 1). Voor toestellen met een vermogen van meer dan 100 kW op vloeibare brandstof is een tweejaarlijkse audit verplicht. Voor toestellen met een vermogen van meer dan 100 kW op gas is een vierjaarlijkse audit verplicht.

08. Door wie moet de verwarmingsaudit uitgevoerd worden?

Indien voor het uitreiken van een rapport of attest een erkenning vereist is, dient de technicus op het moment van uitreiken van dit rapport of attest over deze erkenning te beschikken.

  • Bij een centraal stooktoestel op vloeibare of gasvormige brandstof en met een nominaal vermogen vanaf 20 kW tot en met 100 kW, moet de audit gebeuren door, respectievelijk, een erkende technicus vloeibare brandstof of een erkende technicus gasvormige brandstof (artikel 9, § 2).
  • Bij een centraal stooktoestel op vloeibare of gasvormige brandstof) met een vermogen van meer dan 100 kW, moet de audit gebeuren door een erkend technicus verwarmingsaudit (artikel 9, § 2, 3°, a).
  • Bij een centraal stooktoestel dat gevoed wordt met vaste brandstof en met een nominaal vermogen vanaf 20 kW, evenals bij een verwarmingsinstallatie die uit meerdere ketels bestaat en met een totaal geïnstalleerd vermogen vanaf 20 kW, ongeacht het brandstoftype, moet de audit gebeuren door een erkende technicus verwarmingsaudit (artikel 9, § 2, 3°, b, c).

Op onze website vindt u een lijst van alle technici die door de Vlaamse overheid zijn erkend voor het uitvoeren van de verwarmingsaudit (vloeibare of gasvormige brandstof en met een nominaal vermogen vanaf 20 kW tot en met 100 kW.

09. Hoe herken ik een erkend technicus?

Een erkend technicus is in het bezit van een certificaat van bekwaamheid, dat naast zijn erkenningsnummer ook de startdatum en einddatum van geldigheid van zijn erkenning vermeldt (certificaten afgeleverd vóór 31 december 2010). Op certificaten afgeleverd na 1 januari 2011 wordt alleen de startdatum vermeld. Verder draagt dit document de handtekeningen van de juryleden van de examencommissie en de directeur van de opleidingsinstelling (en de handtekening van de door de minister gedelegeerde en de stempel van de Vlaamse overheid voor certificaten afgeleverd vóór 31 december 2010). De burger kan de technicus steeds vragen om dit document te tonen.

Op onze website vindt u een lijst van erkende technici. In de tweede kolom ‘geldig tot’ kan u aflezen wanneer de erkenning van elke technicus afloopt.

10. Is het slim om mijn oud stooktoestel te vervangen door een modern, zuinig stooktoestel?

Dit hangt af van uw huidige installatie, van uw warmwatertoestel en van uw verbruik. Om te weten te komen hoeveel u zou kunnen besparen kan u terecht op de website www.energiesparen.be/energiewinst. Op dit adres kan u een inschatting maken van uw voordeel.

11. Ik wil een nieuwe centrale verwarmingsketel. Hoe weet ik welk toestel ik moet kiezen?

Kies voor een verwarmingsinstallatie die aangepast is aan de grootte van uw woning. Een te grote installatie heeft geen zin, aangezien deze zorgt voor rendementsverliezen. U kan uw ketel best vervangen door een condensatieketel of een toestel met een hoog rendement aangezien deze heel zuinig zijn. Met de condensatieketel kan het meest energiezuinig verwarmd worden.
Een condensatieketel of hoogrendementsketel verdient zich snel terug via een lager brandstofverbruik. Voor meer informatie over o.a. de terugverdientijd van de aankoop kan u terecht op de website www.energiesparen.be/energiewinst.

12. Hoe kan ik een energiezuinig toestel herkennen?

Energiezuinige toestellen zijn te herkennen aan het label. In geval van verwarming op aardgas heeft een hoogrendementsketel een ‘HR+’-label en een condensatieketel een ‘HR-TOP’-label. Een hoogrendementsketel op stookolie heeft een ‘OPTIMAZ’-label en een condensatieketel op stookolie draagt het ‘OPTIMAZ-elite’-label.

13. Welk voordeel levert het mij als ik investeer in energiezuinig verwarmen?

U kan een overzicht van alle premies voor energiebesparende investeringen (dakisolatie, verwarming, zonne-energie,…) die in uw gemeente van toepassing zijn, terugvinden op de website www.energiesparen.be of bel gratis naar het nummer 1700.

14. Kan ik de kosten van het onderhoud van mijn stookinstallatie inbrengen in de belastingen?

De belastingvermindering voor energiebesparende maatregelen zoals het verplichte periodieke onderhoud van een centraal stooktoestel werd afgeschaft vanaf het aanslagjaar 2013 (dit wil zeggen voor uitgaven die betaald werden in 2012).
Meer informatie vindt u op http://www.minfin.fgov.be/portail2/nl/themes/dwelling/energysaving/index.htm.

15. Moet ik de keuring, het onderhoud of de verwarmingsaudit melden aan de overheid of enkel de attesten en rapporten ter beschikking houden?

De eigenaar en gebruiker van een centraal stooktoestel zijn niet verplicht de uitvoering van het onderhoud of de verwarmingsaudit aan de overheid te melden. Artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende het onderhoud en het nazicht van centrale stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater bepaalt wel dat zij attesten en rapporten ter beschikking moeten houden:

§ 1. De eigenaar van een centraal stooktoestel zorgt ervoor dat het keuringsrapport bij het toestel kan blijven zolang dat ongewijzigd in gebruik is.

§ 2. De gebruiker en de eigenaar houden minstens de attesten van de laatste twee onderhoudsbeurten bij. De gebruiker bezorgt steeds tijdig een duplicaat van het attest aan de eigenaar indien deze maatregelen dient te nemen om defecten weg te werken, die tot zijn verantwoordelijkheid behoren, of indien de eigenaar erom verzoekt.

§ 3. De eigenaar van het centrale stooktoestel houdt het verwarmingsauditrapport bij zolang het toestel in gebruik is en geen nieuwe verwarmingsaudit werd uitgevoerd.

§ 4. De attesten en rapporten, bedoeld in § 1, § 2 en § 3, worden ter beschikking gehouden van de afdeling of van de toezichthoudende ambtenaar en voorgelegd op eenvoudig verzoek.

§ 5. De eigenaar van het toestel bezorgt, op vraag, een duplicaat van de attesten en rapporten, bedoeld in § 1, § 2 en § 3, aan een nieuwe gebruiker.

16. Wat indien ik de keuring, het onderhoud of de verwarmingsaudit niet laat uitvoeren?

Het toezicht op de verplichtingen van de eigenaars en gebruikers van centrale stooktoestellen wordt geregeld door het milieuhandhavingsdecreet (titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid) en het uitvoeringsbesluit ter zake. De in dit geval bevoegde toezichthouders zijn de afdeling Milieu-inspectie van de Vlaamse overheid, gemeentelijke toezichthouders, toezichthouders van intergemeentelijke verenigingen en toezichthouders van politiezones. Aangezien het in hoofdzaak gaat om niet-ingedeelde inrichtingen is het toezicht volgens het subsidiariteitsprincipe in eerste instantie een taak voor de lokale toezichthouders. Het is de bevoegdheid van de toezichthouders om te bepalen hoe zij de controles uitvoeren en hoe zij omgaan met vastgestelde overtredingen.

Het niet voldoen aan de verplichtingen inzake het ter beschikking houden van attesten en rapporten (artikel 11 van vermeld besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater), wordt beschouwd als een milieu-inbreuk (zie bijlage IX van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid). Bij de vaststelling van een milieu-inbreuk volgt geen strafrechtelijke vervolging. Milieu-inbreuken worden via bestuurlijke weg gehandhaafd via een zgn. bestuurlijke maatregel en/of exclusieve bestuurlijke geldboete.

Het niet voldoen aan de verplichtingen van artikel 8 (gebruik en onderhoud van een centraal stooktoestel) en artikel 10 (wegwerken van tekortkomingen) wordt beschouwd als een milieumisdrijf. Voor milieumisdrijven wordt bij de vaststelling proces-verbaal opgesteld. Het parket moet binnen een termijn van 180 dagen beslissen of er strafrechtelijk vervolgd wordt (gevangenisstraf of strafrechtelijke geldboete) of niet. In dit laatste geval kan wel nog een alternatieve bestuurlijke geldboete opgelegd worden (met een maximum voorzien op 250.000 euro). Beslist het parket om wel strafrechtelijk te behandelen, kan dit leiden tot strafrechtelijke geldboeten en/of gevangenisstraffen of een minnelijke schikking.

17. Aan welke verbrandingswaarden moet een centraal stooktoestel voldoen?

De vereiste verbrandingswaarden zijn afhankelijk van het type stooktoestel, het bouwjaar en de brandstof.

1. Er worden twee types centrale stooktoestellen onderscheiden. Dit kan je terugvinden op het keuringsrapport, het reinigings- en/of verbrandingsattest, het verwarmingsauditrapport of op het kenplaatje of de handleiding van de ketel:

  • Atmosferische of open toestellen (Type B ): dit zijn toestellen die de verbrandingslucht rechtstreeks uit het stooklokaal ontnemen, bv. B11, B11bs, B23 etc.;
  • Gesloten toestellen (gasunit in geval van gasvormige brandstof of type C): dit zijn toestellen die de verbrandingslucht rechtstreeks van buitenaf (open lucht) ontnemen met behulp van vb. een dubbelwandig concentrisch rookgasafvoerkanaal (via een dak- of muurdoorvoer)

2. Het bouwjaar kan worden afgelezen op:

  • Keuringsrapport of reinigings- of verbrandingsattest of het verwarmingsauditrapport;
  • De kenplaat van de ketel;
  • Technische documentatie van de ketel;
  • Factuur van plaatsing.

3. De brandstof wordt ingedeeld in:

  • Gasvormig (aardgas, butaan, propaan…);
  • Vloeibaar (stookolie);
  • Vast (steenkool, houtpellets…).

Op basis van deze gegevens kunnen de vereiste verbrandingswaarden afgelezen worden uit onderstaande tabellen.

 

 

Type toestel

Bouwjaar

Minimaal CO2-gehalte (%)

Maximaal CO-gehalte (koolstofmonoxide) (mg/kWh)

Minimaal verbrandings-rendement (%)

Maximale rookgas-temperatuur (°C)

Gasvormige brandstof

Niet-premix gasbrander (GI)

Vóór 1/1/1988

-

300

82

300

Tussen 1/1/1988 en 31/12/1997

-

200

86

250

Vanaf 1/1/1998

-

150

88

200

Premix gasbrander (GI)

Vóór 1/1/1988

-

270

84

250

Tussen 1/1/1988 en 31/12/1997

-

150

88

200

Vanaf 1/1/1998

-

110

90

180

Gasketel met ventilatorbrander (GII)

Vóór 1/1/1988

6,5

270

85

250

Tussen 1/1/1988 en 31/12/1997

7,5

150

88

220

Vanaf 1/1/1998

8,5

110

90

200

Vanaf 1 januari 2018

Gasvormige brandstof

Niet-premix gasbrander (GI)

Alle

-

150

88

200

Premix gasbrander (GI)

Alle

-

110

90

180

Gasketel met ventilatorbrander (GII)

Alle

-

110

90

200

 

Vloeibare brandstof

  • Voor type B toestellen (atmosferisch, open) moet de schoorsteenonderdruk minstens 10 Pa bedragen; verder geen onderscheid tussen type B en C;
  • Voldoende verluchting van het stooklokaal

Maximale rookindex (Bacharach)

Minimaal CO2-gehalte (%)

Maximaal CO-gehalte (koolstofmonoxide) (mg/kWh)

Minimaal verbrandingsrendement (%)

Maximaal O2-gehalte (zuurstof) (%)

1

12

155

90

4,4

Vaste brandstof

  • Het toestel verspreidt slechts zelden en op kortstondige wijze hinderlijke en milieuverontreinigende rook.
  • In de schoorsteen en de rookgasafvoerkanalen heerst er steeds voldoende trek overeenkomstig met de waarde bepaald in de technische handleiding van het toestel.

 

18. Hoe kan ik de correctheid van een keuringsrapport, onderhoudsattest of verwarmingsauditrapport nagaan?

Indien u vragen heeft over de correctheid van een attest of rapport dat na een keuring, onderhoud of verwarmingsaudit aan u werd afgeleverd door een technicus, kan u alvast volgende zaken nagaan:

  • Beschikt de technicus over een geldige erkenning? Technici die momenteel over een geldige erkenning als technicus vloeibare of gasvormige brandstof of verwarmingsaudit beschikken, zijn opgenomen in de overzichtslijsten en een interactieve kaart op de campagnesite www.stookzuinig.be.
  • Voldoet het attest of rapport aan de wettelijke vereisten? De minimale inhoud van een rapport of attest ligt wettelijk vast. Er zijn zelfs modellen voor het reinigings- en verbrandingsattest beschikbaar, die afgeleverd worden na het uitvoeren van een onderhoud. U vindt deze modellen op deze website. Het staat de technicus vrij modellen aan te kopen bij een beroepsfederatie of zelf een model op te stellen (bv. met aangepast logo van de firma). Deze documenten moeten echter minstens de inhoud bevatten die opgenomen is in de modeldocumenten. Sinds 3 mei 2013 is het bovendien verplicht dat de afdrukken van het elektronische meettoestel meegeleverd worden met het attest, tenzij het attest rechtstreeks digitaal gegenereerd wordt met de gegevens van het meettoestel.

Beschikt de technicus niet over een geldige erkenning, voldoet het afgeleverde document niet aan bovenvermelde vereisten of heeft u een andere vraag hierover, meldt u dit best via het meldingsformulier op onze campagnesite 'Stook zuinig!'.

De afdeling Milieuvergunningen zal uw vraag spoedig beantwoorden en zal hieraan gepast gevolg geven. Aan anonieme of onvolledige meldingen kan geen gevolg gegeven worden. De afdeling is enkel bevoegd voor het toezicht op de erkenning en kan niet tussenkomen in kostengeschillen tussen de technicus en de klant of in geschillen tussen verhuurder en huurder.

 

19. Ben ik verplicht mijn stooktoestel binnenkort te vervangen door een condensatieketel?

Vanaf 26 september 2015 is de richtlijn EcoDesign van toepassing. Dit houdt in dat er enkel nog toestellen op de markt gebracht mogen worden die aan bepaalde energievereisten voldoen. Dit kunnen ook niet-condenserende toestellen zijn. Meer informatie vindt u op de website van het Vlaams Energieagentschap.

 

20. Aan welke eisen inzake luchttoevoer, ventilatie en rookgasafvoer moeten mijn stooktoestel en stooklokaal voldoen?

De ruimte waarin uw verwarmingsinstallatie zich bevindt, moet voldoende verlucht worden. Ook de afvoer van  rookgas moet correct gebeuren. De eisen en normen voor luchttoevoer, ventilatie en rookgasafvoer zijn afhankelijk van een hele reeks dingen:

  • soort toestel (centraal stooktoestel of individueel stooktoestel)
  • brandstof (stookolie,gas, ...)
  • vermogen (u vindt het vermogen op het kenplaatje op uw cv-ketel)
  • bouwjaar van het stooktoestel
  • type toestel: open (type B: gebruikt verbrandingslucht uit stooklokaal) of gesloten (type C: gebruikt verbrandingslucht van buiten via een kanaal door muur of dak)
  • in een nieuw of een bestaand gebouw
  • stookplaats:
    • wat is de functie van de ruimte (badkamer, wasplaats, garage, ...)?
    • is er verluchting aanwezig?
    • zijn er mechanische ventilatievoorzieningen (bijv. extractor)?
    • zijn er andere toestellen die lucht aanzuigen (bijv. dampkap, droogkast)?

De regelgeving voor verluchting, ventilatie en rookgasafvoer is zeer technisch en complex en worden beschreven in diverse normen. Deze worden beheerd door het Bureau voor Normalisatie. De normen komen ook uitgebreid aan bod in de opleiding van erkende technici gasvormige en vloeibare brandstof. Indien u vragen hebt in verband met de goede en veilige werking van uw toestel, contacteert u best een erkende technicus. U kan een erkende technicus in uw buurt vinden via de erkenningenkaart. Daarnaast vindt u ook meer informatie terug in sectie 2.2.2 van de bundel 'Aandachtspunten voor technici', die opgesteld werd voor technici.