Sla navigatie over
www.lne.be
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
  Over onze organisatie  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Erkenningen Toezichthouder

Toezichthouder milieuhandhaving en geluid

Toezichthouder milieuhandhaving

Op 10 februari 2009 werd het uitvoeringsbesluit van het milieuhandhavingsdecreet gepubliceerd. Dit milieuhandhavingsbesluit trad in werking op 1 mei 2009 en werd sindsdien gewijzigd. Op de Navigator Wetgeving Leefmilieu, Natuur en Energie kan u de gecoördineerde, momenteel geldende versies vinden van het milieuhandhavingsdecreet en het milieuhandhavingsbesluit.

Wat betekent dit voor niet-gewestelijke toezichthouders (provinciale toezichthouders, gemeentelijke toezichthouders, toezichthouders van intergemeentelijke verenigingen en toezichthouders van politiezones)?

  • Art. 33 van het milieuhandhavingsbesluit bevat de toezichtsopdrachten van de provinciale toezichthouders. Art. 34 bevat de toezichtsopdrachten van de gemeentelijke toezichthouders, de toezichthouders van intergemeentelijke verenigingen en de toezichthouders van politiezones.
  • Art. 13, § 1, eerste lid van het milieuhandhavingsbesluit bepaalt dat provinciale toezichthouders, gemeentelijke toezichthouders, toezichthouders van intergemeentelijke verenigingen en toezichthouders van politiezones moeten beschikken over een bekwaamheidsbewijs (uitzondering: toezichthouders kunnen toezicht uitoefenen op de wet geluidshinder en zijn uitvoeringsbesluiten, op de voorwaarde dat zij in het bezit zijn of worden gesteld van het bekwaamheidsbewijs waaruit blijkt dat zij een opleiding hebben genoten of daarvan zijn vrijgesteld zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 7 november 1984 tot aanwijzing, voor het Vlaamse Gewest, van de ambtenaren die bevoegd zijn voor het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de regelen ter bestrijding van de geluidshinder).

  • Om dat bekwaamheidsbewijs te verkrijgen, moeten toezichthouders de opleiding volgen, vermeld in artikel 13, § 1, tweede lid. Deze opleiding bestaat uit: 1° theoretisch onderricht, 2° praktisch onderricht en 3° een bekwaamheidsproef over het theoretische en praktische onderricht.
    Provinciale toezichthouders moeten om dat bekwaamheidsbewijs te verkrijgen de onderdelen theoretisch en praktisch onderricht in verband met geluidshinder en luchtverontreiniging niet volgen en dienen de bijhorende bekwaamheidsproeven niet af te leggen.
    De minister kan, op basis van de aangetoonde opleiding of ervaring, op gemotiveerde aanvraag van de betrokkene gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen van het theoretische en het praktische onderricht. De vrijstelling heeft ook betrekking op de gedeelten van de bekwaamheidsproef waarvoor vrijstelling van onderricht is verleend.

Nota: gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het theoretisch en het praktisch onderricht en bekwaamheidsproef (artikel 59 van titel I van het VLAREM of art. 13, derde lid van milieuhandhavingsbesluit): aan te vragen bij gewone brief te richten aan de afdeling Milieuvergunningen van het Departement LNE, Koning Albert II-laan 20 bus 8, 1000 Brussel.

  • De opleiding, vermeld in art. 13, § 1, tweede lid, mag alleen gegeven worden door de instellingen die daartoe erkend zijn door de minister, na gemotiveerd advies van de afdeling Milieuvergunningen (art. 14).
  • Art. 15: De instelling levert een getuigschrift af aan de cursisten die het onderricht, vermeld in art. 13, § 1, tweede lid, hebben gevolgd en die geslaagd zijn voor de bekwaamheidsproef. Dat getuigschrift wordt, samen met de eventueel verleende vrijstelling van onderricht en het aanstellingsbesluit van het orgaan, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, 2°, 3°, 4° en 5°, van het decreet, voorgelegd aan de afdeling Milieuvergunningen. De afdeling levert op basis van die documenten een bekwaamheidsbewijs en een legitimatiebewijs af.

Nota: om het legitimatiebewijs te kunnen opmaken bezorgt u de afdeling Milieuvergunningen tevens een pasfoto van de houder met een minimumgrootte van 20 mm op 30 mm (pasfoto digitaal te bezorgen), de identificatiegegevens van de houder (voornaam, achternaam, functie en entiteit, raad of instelling) en in voorkomend geval ook dat de houder van de kaart de hoedanigheid heeft van agent of officier van de gerechtelijke politie, of hulpofficier procureur des Konings. Het legitimatiebewijs is maximaal tien jaar geldig.

  • Art. 35 van het milieuhandhavingsbesluit bevat bepalingen inzake het legitimatiebewijs. De toezichthouders verkrijgen hun legitimatiebewijs zoals beschreven in het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 betreffende de legitimatiekaarten van de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid die belast zijn met inspectie- of controlebevoegdheden (B.S. 3 oktober 2008).  Art. 4 van dit besluit bevat de vermeldingen die de legitimatiekaart ten minste moet bevatten, onder andere een pasfoto van de houder met een minimumgrootte van 20 mm op 30 mm en de identificatiegegevens van de houder (voornaam, achternaam, functie en entiteit, raad of instelling) en in voorkomend geval ook dat de houder van de kaart de hoedanigheid heeft van agent of officier van de gerechtelijke politie, of hulpofficier procureur des Konings.
  • Artikel 12/1 van het milieuhandhavingsbesluit bepaalt dat contractuele personeelsleden die overeenkomstig artikel 16.3.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 worden aangewezen als toezichthouder, vooraleer ze hun toezichtopdracht kunnen vervullen, eerst de volgende eed moeten afleggen voor de vrederechter van het gerechtelijk kanton van hetzij hun woonplaats, hetzij hun standplaats: « Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk ». Zij laten de akte van hun aanstelling en van hun beëdiging registreren door de griffie van het vredegerecht waarvoor hun eedaflegging is gebeurd.
  • Meldingsplicht met betrekking tot de aanstelling van niet-gewestelijke toezichthouders (art. 16.3.4bis milieuhandhavingsdecreet) in de volgende gevallen:
    1° de toezichthouder neemt zijn functie slechts deeltijds waar;
    2° de toezichthouder neemt zijn functie tijdelijk niet waar;
    3° de toezichthouder legt zijn functie neer.
    Deze melding dient te gebeuren aan de afdeling Milieuvergunningen van het Departement LNE, Koning Albert II-laan 20 bus 8, 1000 Brussel.
  • Art. 16 van het milieuhandhavingsbesluit regelt het minimumaantal lokale toezichthouders. De voorziene datums één en twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit zijn respectievelijk 1 mei 2010 en 1 mei 2011.
  • Art. 17 tot 19 van het milieuhandhavingsbesluit regelen de aanstelling van waarnemende lokale toezichthouders en het afleveren van een tijdelijk bekwaamheidsbewijs afleveren door de afdeling Milieuvergunningen.

Overgangsbepalingen milieuhandhavingsbesluit (hoofdstuk IX: Slotbepalingen):

  • Art. 88. § 1. De bekwaamheidsbewijzen die afgeleverd werden overeenkomstig art. 61 van titel I van het VLAREM, gelden voor maximaal drie jaar na de inwerkingtreding van dit besluit (NVDR: 1 mei 2012) en blijven beperkt tot de gemeente waarvoor de toezichthouder was aangesteld.
    § 2. Een personeelslid dat bij de inwerkingtreding van dit besluit in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs dat werd afgeleverd overeenkomstig art. 61 van titel I van het VLAREM, kan het bekwaamheidsbewijs, vermeld in art. 13, verkrijgen. Het betrokken personeelslid bezorgt daarvoor het bestaande bekwaamheidsbewijs en het nieuwe aanstellingsbesluit van het orgaan, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, 2°, 3°, 4° en 5°, van het decreet, aan de afdeling Milieuvergunningen.
    De afdeling levert op basis van die documenten een bekwaamheidsbewijs af en bezorgt binnen vijftien dagen na de afgifte ervan een kopie van het bekwaamheidsbewijs aan de procureur des Konings van de gerechtelijke arrondissementen waar de houder van het bekwaamheidsbewijs de aan hem toegewezen toezichtopdrachten uitvoert.
  • Art. 89. De instellingen die met toepassing van art. 60, § 1, van titel I van het VLAREM zijn erkend, behouden hun erkenning voor de termijn die in hun erkenningsbesluit is bepaald, mits ze binnen een termijn van twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit (NVDR: 1 mei 2011) de inhoud van hun opleiding in overeenstemming hebben gebracht met de bepalingen van artikel 13, § 1, tweede lid. Daarvan wordt kennis gegeven aan de afdeling Milieuvergunningen.

Nota: tot uiterlijk 1 mei 2011 kan bijgevolg nog de opleiding worden gevolgd, vermeld in artikel 59 van titel I van het VLAREM en kan een gehele of gedeeltelijke vrijstelling worden verleend van het theoretisch en het praktisch onderricht, zoals bedoeld in artikel 59 van titel I van het VLAREM.

  • Art. 90. Erkenningsaanvragen voor opleidingen die met toepassing van art. 60, § 2, van titel I van het VLAREM werden ingediend voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, worden afgehandeld overeenkomstig de bepalingen die van kracht waren op het ogenblik van het indienen van de aanvraag. De termijn van erkenning wordt beperkt tot twee jaar na de datum van de inwerkingtreding van dit besluit (NVDR: 1 mei 2011) .
  • Art. 91. Voor de toezichthouders die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit nog niet over het bekwaamheidsbewijs beschikken en die met gunstig resultaat de opleiding hebben gevolgd of nog zullen volgen, vermeld in art. 59 van titel I van het VLAREM, moet, om een bekwaamheidsbewijs te verkrijgen, het getuigschrift, vermeld in art. 61 van titel I van het VLAREM, aan de afdeling Milieuvergunningen worden voorgelegd.
    Het getuigschrift wordt voorgelegd samen met het aanstellingsbesluit van het bevoegde orgaan en, in voorkomend geval, met de verleende vrijstellingen van onderricht.
    De afdeling Milieuvergunningen levert het bekwaamheidsbewijs af overeenkomstig de bepalingen van artikel 15.

 

Raadpleeg de lijst van de erkende instellingen VLAREM-opleiding (versie 23 juni 2011).

Raadpleeg het uittreksel van de ministeriële besluiten tot erkenning van de VLAREM-opleidingsinstellingen (Belgisch Staatsblad 28 april 2009):

Nuttige links voor toezichthouders:

  • Ministerieel besluit van 2 juni 2009 tot bepaling van de vorm van het verslag van vaststelling, overeenkomstig artikel 57 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (Belgisch Staatsblad 23 juni 2009)
  • Ministerieel besluit van 2 juni 2009 tot bepaling van de vorm van het proces-verbaal, overeenkomstig artikel 58, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (Belgisch Staatsblad 23 juni 2009) 

Voor de ingedeelde inrichtingen, wordt van elk proces-verbaal een afschrift bezorgd aan de afdeling Milieuvergunningen van het Departement LNE (art. 58, § 2).

 

Vroegere bepalingen geldig tot 1 mei 2009:

Hoofdstuk XV van titel I van het VLAREM (besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaamse reglement betreffende de milieuvergunning) bevatte de bepalingen inzake toezicht op de toepassing van het milieuvergunningsdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten.

Volgens artikel 58 zijn de door de gemeente aangewezen agenten van de gemeentelijke politie en de technische ambtenaren van de gemeente, ongeacht hun statuut, welke in bezit zijn van het bekwaamheidsbewijs bedoeld in art. 61, gelast met het toezicht over de inrichtingen van klasse 2 en 3 en zijn zij tevens bevoegd voor de uitvoering van de technische controles bedoeld in art. 62.

Art. 59, § 1 beschrijft het theoretisch en praktisch onderricht dat moet worden gevolg en de bekwaamheidsproef die moet worden afgelegd om het in art. 61 bedoelde bekwaamheidsbewijs te bekomen. Art. 59, § 2 stelt dat op gemotiveerde aanvraag van de betrokkene geheel of gedeeltelijke vrijstelling kan worden verleend worden van het theoretisch en het praktisch onderricht.

Met art. 12, 3° van het besluit van 12 juni 2006 van het hoofd van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie van het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie houdende subdelegatie van functionele delegaties aan de afdelingshoofden van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie (BS 30 juni 2006) werd het afdelingshoofd of de afdelingsverantwoordelijke van de afdeling Milieuvergunningen gemachtigd om geheel of gedeeltelijk vrijstelling te verlenen van het theoretisch en het praktisch onderricht aan de door de gemeente aangewezen agenten van de gemeentelijke politie en de technische ambtenaren van de gemeenten, die toezicht houden op de toepassing van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en zijn uitvoeringsbesluiten alsmede op de naleving van de milieuvergunning, ter uitvoering van de bepalingen van het artikel 59, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaamse reglement betreffende de milieuvergunning.

Art. 60 bevat de bepalingen inzake de erkenning van opleidingsinstellingen door de minister, na advies van de afdeling Milieuvergunningen.

Art. 61 tenslotte stelt dat de instelling die voor de opleiding heeft ingestaan een getuigschrift aflevert aan de cursisten die het in art. 59 vermelde onderricht hebben gevolgd en met gunstig resultaat de bekwaamheidsproef hebben afgelegd. Dit getuigschrift dient samen met de eventueel verleende vrijstelling van onderricht en het aanstellingsbesluit aan de afdeling Milieuvergunningen van het Departement LNE te worden voorgelegd. De afdeling Milieuvergunningen levert op basis van deze documenten een bekwaamheidsbewijs af en zendt binnen vijftien dagen na afgifte een voor eensluidend verklaard afschrift van dit bekwaamheidsbewijs aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waar de houder van het bekwaamheidsbewijs de hem krachtens dit besluit toegekende bevoegdheden uitoefent.

Nota inzake het aanstellingsbesluit: in art. 61 wordt vermeld dat het aanstellingsbesluit van de gemeenteraad moet worden voorgelegd, waarmee werd verwezen naar de benoeming beschreven in art. 149 van de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988. De bevoegdheid tot het aanstellen van de technische ambtenaren van de gemeente bedoeld in art. 58, 1° van titel I van het VLAREM werd sinds 1 januari 2006 met art. 106 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 in principe toegewezen aan het college van burgemeester en schepenen of, per delegatie, de gemeentesecretaris. Voor wat betreft de in art. 58, 1° bedoelde agenten (de lokale politie) geldt de van toepassing zijnde aanstellingsprocedure conform de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, en de uitvoeringsbesluiten van deze wet (in principe gemeenteraad of politieraad).

Toezichthoudend ambtenaar - geluid

Raadpleeg de lijst van erkende opleidingsinstellingen voor ambtenaren die bevoegd zijn voor het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de regelen ter bestrijding van de geluidshinder (versie 1 februari 2012).

Raadpleeg het uittreksel van de ministeriële besluiten tot erkenning van de opleidingsinstellingen voor ambtenaren die bevoegd zijn voor het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de regelen ter bestrijding van de geluidshinder (Belgisch Staatsblad 28 april 2009)

De instellingen die erkend willen worden om de opleiding te organiseren moeten afhangen van een openbaar bestuur of van een Vlaamse universiteit of instelling voor hoger technisch onderwijs van het lange type.Zie het besluit van de Vlaamse Regering van 7 november 1984 tot aanwijzing, voor het Vlaamse Gewest, van ambtenaren die bevoegd zijn voor het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de regelen ter bestrijding van de geluidshinder (BS 2 februari 1985), gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 1994 (BS 15 februari 1994).

De bekwaamheidsbewijzen voor de technische ambtenaren van de provincies en de gemeenten, alsmede de agenten van de politie, worden door de erkende instellingen bezorgd aan de afdeling Milieuvergunningen ter waarmerking. Bij art. 12, 2° van het besluit van 12 juni 2006 van het hoofd van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie van het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie houdende subdelegatie van functionele delegaties aan de afdelingshoofden van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (B.S. 30 juni 2006) werd het afdelingshoofd van de afdeling Milieuvergunningen gemachtigd om de bekwaamheidsbewijzen te waarmerken voor de technische ambtenaren van de provincies en de gemeenten, alsmede de agenten van de gemeentelijke politie, ter uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 november 1984 tot aanwijzing voor het Vlaamse Gewest, van ambtenaren die bevoegd zijn voor het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de regelen ter bestrijding van geluidshinder.

Op gemotiveerde aanvraag van de betrokkene kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling verleend worden van het theoretisch en het praktisch onderricht: aan te vragen bij gewone brief te richten aan de afdeling Milieuvergunningen van het Departement LNE, Koning Albert II-laan 20 bus 8, 1000 Brussel.

Contactgegevens

Voor vragen en inlichtingen in verband met de opleiding toezichthoudend ambtenaar - milieuhandhaving kan u contact opnemen met de heer Paul Kiekens, via telefoon 02 553 79 97 of via e-mail.

Voor vragen en inlichtingen in verband met de opleiding toezichthoudend ambtenaar - geluid kan u contact opnemen met mevrouw Nele Maes, via telefoon 02 553 79 97 of via e-mail.