Sla navigatie over
www.lne.be
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
  Over onze organisatie  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Duurzame ontwikkeling

Duurzame ontwikkeling en het Vlaamse milieubeleid

Sinds eind jaren tachtig is duurzame ontwikkeling de drijvende kracht achter het milieubeleid op wereldschaal. Ook in Vlaanderen is dat zo.

Duurzame ontwikkeling heeft in essentie betrekking op de samenhang tussen milieukwaliteit en maatschappelijke ontwikkelingen. Socio-economische ontwikkelingen putten het milieu uit en omgekeerd tasten milieuproblemen de maatschappelijke en economische functies van het milieu aan. De socio-economische ontwikkeling is dus op lange termijn afhankelijk van een goede milieukwaliteit. In die optiek vormt milieubeleid een essentiële schakel in het globale regeringsbeleid en levert het een belangrijke bijdrage tot de oriëntatie van de maatschappij naar duurzame ontwikkeling.

Duurzame ontwikkeling is in de eerste plaats sterk verbonden met milieuzorg: we moeten de grenzen die het milieu ons stelt erkennen. Zowel de opvangcapaciteit als de bronfunctie van ons milieu zijn immers beperkt. Maar duurzame ontwikkeling is veel meer dan dat. Ze rust ook op economische en sociale pijlers en kan pas slagen als ze vertrekt van een bestuurlijke en een democratische invalshoek. Het milieubeleid is echter niet hetzelfde als het beleid duurzame ontwikkeling. Duurzame ontwikkeling is wel het referentiekader voor het milieubeleid.

De verschillende uitgangspunten van duurzame ontwikkeling worden reeds jarenlang meegenomen in het milieubeleid. Dit komt duidelijk tot uiting in de Vlaamse milieubeleidsplannen. Duurzame ontwikkeling gaat om de belangen van toekomstige generaties. Het milieubeleid tracht dan ook oog te hebben voor de langetermijndimensie door het opnemen van langetermijndoelstellingen en indicatoren in het milieubeleidsplan. Deze worden constant onderbouwd via de milieurapportering in MIRA  en databanken op EMIS-VITO. In bepaalde projecten staat deze langetermijndimensie centraal en wordt er ook gewerkt met nieuwe vormen van langetermijndenken zoals participatieve verkennende scenario's voor 2030, bijvoorbeeld in het plattelandsbeleid ,en visieontwikkeling en transitiepaden (2030) bij de projecten transitiemanagement (zie verder).

Geïntegreerd beleid

Een nauwe verwevenheid tussen de ecologische, de sociale en de economische dimensie van duurzame ontwikkeling vraagt om een geïntegreerde aanpak en een geïntegreerd beleid, waarbij deze dimensies aan bod komen. Dit komt tot uiting in de milieuthema's zoals integraal waterbeleid (Waterloket  is het nieuwe aanspreekpunt van de Vlaamse overheid voor duurzaam watergebruik) en in de projecten transitiemanagement duurzaam wonen en bouwen  en transitiemanagement duurzaam materialenbeleid.Transitiemanagement kenmerkt zich verder door de langetermijnaanpak en de multi-actoraanpak (zie ook verder). Deze geïntegreerde aanpak komt ook tot uiting in gebiedsgericht beleid zoals plattelandsbeleid en de inrichtingsprojecten.

Duurzame ontwikkeling stelt ook hoge eisen aan een consistent beleid en een institutionele inbedding. In het deel 'Geïntegreerd overheidsbeleid' van het milieubeleidplan wordt meer aandacht besteed aan de afstemming met specifieke beleidsdomeinen, de samenwerking met de lokale overheden en de interne organisatie van de Vlaamse overheid. Het project milieu en gezondheid is een voorbeeld van een nauwe samenwerking met andere beleidsdomeinen en beleidsniveaus. 

Ook met mobiliteit is er een geïntegreerde afstemming via het project 'milieu en mobiliteit'. Het verkeer en de verkeersinfrastructuur zorgen voor tal van problemen met impact op milieu zoals luchtverontreiniging, geluidsoverlast en versnippering van de natuur.

Er wordt ook veelvuldig rekening gehouden met de economische peiler van duurzame ontwikkeling. Dit komt tot uiting in projecten zoals:

Wereldwijd groeit ook de consensus dat educatie in dit proces een essentiële rol vervult. De periode 2005-2014 werd daarom door de Verenigde Naties uitgeroepen tot Decennium van Educatie voor Duurzame Ontwikkeling.

Lokaal niveau

Ook duurzaam lokaal beleid wordt gestimuleerd via de samenwerkingsovereenkomst met provincies en gemeenten. De samenwerkingsovereenkomst is een vrijwillige overeenkomst die een gemeente of provincie jaarlijks kan afsluiten met de Vlaamse overheid in ruil voor financiële en inhoudelijke ondersteuning. Intussen tekent een ruime meerderheid van de steden, gemeenten en provincies in op de overeenkomst

De Vlaamse overheid wil het duurzame beleid van de gemeentes mee laten inkleuren door verenigingen. Daarvoor ging de Vlaamse overheid twee samenwerkingsovereenkomsten aan. Een eerste met 9 verschillende verenigingen: Tandem  stimuleert en begeleidt op allerhande manieren de samenwerking tussen lokale verenigingen en besturen bij de uitwerking van hun duurzaam lokaal Milieubeleid. Een tweede samenwerkingsovereenkomst werd aangegaan met VODO (Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling): Steunpunt Lokale Agenda 21  (SLA21), om naast duurzaam lokaal milieubeleid ook Noord-Zuid, sociale en culturele thema's in het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid te integreren. Daarnaast zijn er nog de Dulomi-projectfondsen waarbij de Vlaamse overheid projecten financiert voor verenigingen die een project indienen en daarvoor samenwerken met een gemeente.

Doelgroepenbeleid

Duurzame ontwikkeling vraagt ook naar een herziening van de rol van de overheid en een nieuwe taakverdeling tussen de overheid, de burger, maatschappelijke organisaties en de economische sectoren.

Het doelgroepenbeleid  situeert zich in dit kader. Eén van de belangrijke uitgangspunten van duurzame ontwikkeling is de participatieve aanpak. Leefmilieu heeft een ruime ervaring met participatieve processen: in het kader van het bos en natuurbeleid zijn er bv. het Harmonisch park- en groenbeheer en de bosgroepen, bij de beleidsplanning werd o.a. gewerkt werd met focusgroepen. Ook de Vlaamse klimaatconferentie is een nieuwe vorm van interactieve beleidvorming, alsook de reeds eerder aangehaalde participatieve verkennende plattelandsscenario's en de transitiemangementprojecten.

 

De initiatieven rond milieu-educatie situeren zich eveneens in dit kader. Een belangrijke plaats wordt ingenomen door het project milieuzorg op school (MOS). MOS is een milieuzorgproject van kleuter- tot en met hogeschool. Het MOS-project helpt de school om op een pedagogisch verantwoorde manier een eigen milieuzorgsysteem uit te bouwen, waarna de scholen een logo kunnen krijgen.

De overheid moet zelf ook het goede voorbeeld geven. Dit kan o.a. via het project Interne milieuzorg bij de overheid.

Internationaal beleid

De milieuproblematiek heeft ook een grensoverschrijdend karakter. Daarom  moet deze problematie vaak op een internationaal niveau worden aangepakt, vandaar het belang van de versterking van het internationale milieubeleid. Zo is er het door het Departement LNE geïnitieerde en opgevolgde Vlaams Partnerschap Water Voor Ontwikkeling dat specifiek waterprojecten ondersteunt en financiert in ontwikkelingslanden. Er wordt ook nauw met andere regio's, zowel in Europa als globaal, samengewerkt, o.a. in het nrg4SD (Network of Regional Governments for Sustainable Development) waarmee een bijdrage tot het mondiale karakter van Duurzame Ontwikkeling wordt bekomen. 

Energie- en klimaatbeleid

Een belangrijk onderdeel van het Beleidsdomein LNE is het energie- en klimaatbeleid. Het halen van de Kyotonormen is daarbij een voorname drijfveer. Rationeel energiegebruik, warmtekrachtkoppeling, hernieuwbare energiebronnen en flexibele mechanismen zijn, in die volgorde, de voornaamste aandachtspunten.

In het kader van rationeel energiegebruik werd voor gebouwen op een gefaseerde wijze de energieprestatieregelgeving en de energieprestatiecertificaten ingevoerd. Daarnaast worden de netbeheerders verplicht om maatregelen te nemen op het gebied van rationeel energiegebruik. Zo moeten ze jaarlijks een vooraf bepaalde hoeveelheid primaire energie besparen bij hun afnemers. Voor de industrie zijn er de energiebeleidsovereenkomsten, zoals het benchmarkconvenant en het auditconvenant, het besluit energieplanning en het beleid betreffende verhandelbare emissierechten. Verder zijn er verscheidene initiatieven genomen, zoals ecologiesteun en certificaten, die het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en warmtekrachtkoppeling substantieel verhogen. In het nieuwe Vlaamse klimaatbeleidsplan worden, naast de voortzetting van het bestaande beleid, tal van nieuwe maatregelen aangekondigd die kaderen in een integrale en duurzame visie.

De middelen worden voornamelijk ingezet voor:

  • sectorbegeleidende maatregelen,
  • verbreding van het maatschappelijk draagvlak voor hernieuwbare energie
  • communicatieacties ter bevordering van het rationeel energiegebruik,
  • overeenkomsten i.v.m. het energiebeleid en flexibele mechanismen,
  • subsidies,
  • maatregelen ter uitbreiding van de voorbeeldrol van de Vlaamse overheid.

Binnen het Vlaamse landschap komen we de volgende belangrijke spelers op de energiemarkt tegen

  • Het Vlaams Energieagentschap heeft als missie het uitvoeren van een energiebeleid gericht op duurzame ontwikkeling. (www.energiesparen.be)

De VREG controleert en reguleert de vrije energiemarkt en informeert de consument hierover op een voor hem begrijpelijke manier, zodat hij in vol vertrouwen kan oordelen en zijn energieleverancier kan kiezen.