Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
  Over onze organisatie  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Bodembescherming Erosie Waar komt bodemerosie voor?

Waar komt bodemerosie voor?

 

Potentiële bodemerosiekaart per perceel

Bodemerosie door water en bewerking komt vooral voor in heuvelachtige gebieden met een zandlemige tot lemige bodem waar intensief aan landbouw wordt gedaan.

De potentiële bodemerosiekaart per perceel toont, aan de hand van een klasse-indeling, een schatting van de gemiddelde jaarlijkse bodemerosie door water en bewerking per perceel. Deze kaart wordt jaarlijks aangepast aan de nieuwe perceelsvormen..

Via computermodellering wordt voor elk landbouwperceel berekend hoeveel bodemerosie er jaarlijks verwacht wordt wanneer het perceel gebruikt wordt voor de teelt van een akkerbouwgewas met gemiddelde gewaserosiegevoeligheid en onder gemiddelde weersomstandigheden. Dat gemiddelde is dus geen weergave van de werkelijk opgetreden jaarlijkse erosiehoeveelheid. De werkelijke erosie is afhankelijk van de weersomstandigheden, de teelt, het gebruik van groenbedekkers, het bodembeheer, enz., en kan sterk variëren van jaar tot jaar.

Volgens de potentiële bodemerosiekaart per perceel zijn ongeveer een kwart van de Vlaamse landbouwpercelen in meerdere of mindere mate onderhevig aan bodemerosie door water en bewerking. De grootste risico’s situeren zich voornamelijk in Haspengouw, het Hageland, het Pajottenland en de Vlaamse Ardennen.

Gebruiksvoorwaarden potentiële bodemerosiekaart

De toepassing of interpretatie van de geodata over potentiële bodemerosie per perceel moet met de nodige deskundigheid en voorzichtigheid gebeuren. De erosiewaarden werden toegekend door middel van modellering. Het doel van de potentiële bodemerosiedata per perceel is het voorspellen van het gemiddelde potentiële erosierisico. Het is geen weergave van de jaarlijkse erosiehoeveelheid per perceel, die immers sterk afhankelijk is van o.a. de weersomstandigheden, de gewaskeuze, de teeltrotatie, het gebruik van groenbedekkers, de juiste bewerkingstechniek, ...

De Vlaamse overheid kan het potentiële erosierisico van de individuele percelen niet met zekerheid vaststellen. Zij kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de schade of kosten die eventueel voortkomen uit het gebruik van de door haar ingegeven informatie, noch voor eventuele foutieve informatie of inschattingen. De dataset mag analoog noch digitaal gereproduceerd worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de dienst Land en Bodembescherming.

 

Onderzoek rond bodemerosie door water en bewerking

De studie ‘Verfijnde erosiekaart Vlaanderen’ (Bastiaan Notebaert, Gerard Govers, Gert Verstraeten, Kristof Van Oost, Greet Ruysschaert, Jean Poesen, Anton Van Rompaey, K.U. Leuven, Onderzoeksgroep Fysische en Regionale Geografie, 2005), in opdracht van de dienst Land en Bodembescherming, ligt aan de basis van de huidige potentiële bodemerosiekaart per perceel.

In 2005 werd de bestaande methodiek voor de jaarlijkse opmaak van de potentiële bodemerosiekaart voor Vlaanderen, opgemaakt door de Onderzoeksgroep Fysische en Regionale Geografie in 2000, verfijnd door gebruik te maken van het nieuwe DTM met een resolutie van 5 m.
Watererosie wordt elk jaar berekend aan de hand van de RUSLE formule (Revised Universal Soil Loss Equation; Renard et al. 1997). Het betreft een empirisch model waarmee de gemiddelde jaarlijkse bodemerosiesnelheid per oppervlakte-eenheid als gevolg van intergeul- en geulerosie wordt berekend als een product van een aantal factoren:

A=R K LS C P

Waarbij:
A: het gemiddelde bodemverlies als gevolg van geul- en intergeulerosie (ton/ha.jaar)
R: regenerosiviteitsfactor (MJ.mm/ha.jaar)
K: de bodemerosiegevoeligheidsfactor (ton.h/MJ.mm)
LS: de topografische hellings- en lengtefactor (dimensieloos)
C: gewas- en bedrijfsvoeringsfactor (dimensieloos)
P: de erosiebeheersingsfactor (dimensieloos)

Bewerkingserosie wordt elk jaar geschat aan de hand van het model (Van Oost et al. 2000):

Q s,t = ktilS = -ktil dh dx

Waarbij:

Q s,t de netto hellingafwaartse flux is door bewerkingserosie;
ktil de bewerkingstransportcoëfficiënt;
S de lokale hellingsgradiënt;
h de hoogte op een gegeven punt van de helling en
x de horizontale afstand.

Het doel van de verfijning in deze studie was het aanmaken van een verbeterde potentiële erosiekaart voor Vlaanderen, die voldoet aan de meest recente wetenschappelijke inzichten, en zo nauwkeurig is als de huidige beschikbare data toelaten. Daartoe werd de berekening van de verschillende factoren grondig geanalyseerd en geoptimaliseerd. Voor watererosie werd de belangrijkste vooruitgang geboekt bij het berekenen van de LS factor. De LS factor werd berekend met een aangepast algoritme dat gebaseerd is op het WaTEM/SEDEM model. Door het gebruik van een nieuw verfijnd DTM met een pixelgrootte van vijf meter kon een veel gedetailleerder en exacter ruimtelijk patroon van de erosiewaardes bekomen worden.

De geleverde kaartlagen geven geen foutenvrije schatting van het erosierisico in Vlaanderen. Omwille van het ontbreken van kwantitatieve gegevens is het niet mogelijk om voor een individueel perceel de fout op de berekende waardes kwantitatief in te schatten. De berekende waardes in absolute termen komen wel grotendeels overeen met de gemeten waardes en de ruimtelijke patronen zijn zeer realistisch. De kaartdocumenten kunnen dus een belangrijke rol spelen als beleidsondersteunend instrument voor de Vlaamse administratie.

Studie: Verfiijnde erosiekaart Vlaanderen (pdf 1 MB) (nieuw venster)

 

Erosiegevoeligheidskaart per gemeente

De erosiegevoeligheidskaart per gemeente toont de gemiddelde gevoeligheid voor bodemerosie van elke gemeente in Vlaanderen en geeft dus een eerste indicatie van de locatie van erosiegevoelige gebieden op niveau van Vlaanderen.

 

Andere erosiegerelateerde gronden: Code A

Bepaalde percelen met een lage erosiegevoeligheid op de potentiële bodemerosiekaart kunnen door hun specifieke ligging toch een belangrijke rol spelen in de bodemerosieproblematiek. Zo kunnen licht hellende gronden bovenop een plateau (plateaugronden) aan de bron liggen van bodemerosie op de eronder liggende percelen doordat zij afstromend water genereren. Valleigronden ontvangen veel water van hoger gelegen percelen en kunnen daardoor getroffen worden door ernstige bodemerosie ondanks hun intrinsieke lage erosiegevoeligheid. Dergelijke percelen kunnen op aanvraag ingedeeld worden als 'andere erosiegerelateerde gronden'. Aan deze percelen wordt dan een code A toegekend. De percelen met code A zijn aangeduid op de potentiële bodemerosiekaart per perceel.

Landbouwers, erosiecoördinatoren of bedrijfsplanners kunnen een aanvraag indienen voor het toekennnen van code A (andere erosiegerelateerde gronden) aan geografische eenheden of aan percelen met zeer lage tot verwaarloosbare bodemerosie. Het perceel of de percelen behouden hun berekende erosiegevoeligheid, maar door het toekennen van de code A wordt het mogelijk om op deze percelen beheerovereenkomsten Erosie af te sluiten.

 

Kaarten met potentiëel en actueel winderosierisico

De studie: ’Afbakening van gebieden gevoelig aan winderosie in Vlaanderen’ (Stijn van Kerckhoven, Michel Riksen en Wim Cornelis, vakgroep bodembeheer, UGent, 2009) ), werd uitgevoerd  in opdracht van de dienst Land en Bodembescherming.

Winderosie werd in kaart gebracht door gebruik te maken van het Amerikaanse WEQ (Wind Erosion Equation) model. Hierbij wordt een gemiddelde hoeveelheid bodemerosie door wind (E) berekend op perceelsniveau:

E=f(I,K,C,L,V)

Waarbij:

I de bodemerodibiliteitsindex;
K de bodemruwheidsfactor;
C de klimaatsfactor;
L de lengte van het veld in de overheersende windinrichting;
V een maat voor de bedekkingsgraad.

Omwille van de eenvoudige empirische modelopbouw en het beperkt aantal inputgegevens is WEQ toepasbaar op regionale schaal, en dus geschikt voor Vlaanderen.
I-waarden werden bepaald voor elke bodemtextuurklasse van de Belgische bodemkaart op basis van windtunnelmetingen. K-waarden werden berekend voor de in Vlaanderen voorkomende gewassen op basis van de bodemruwheid van het oppervlak die ontstaat door het gebruik van bodembewerkingsmachines bij het ploegen en het klaarleggen van het zaaibed. C-waarden werden berekend met gegevens van 21 weerstations, en geïnterpoleerd voor heel Vlaanderen. De veldlengte (L) werd berekend op basis van de gewasrotatiekaart (2000 - 2002) voor Vlaanderen in de veronderstelling dat alle percelen een vierkante vorm hebben. De vegetatiefactor (V) werd berekend voor rotaties van 2000 - 2002.
Het resultaat werd voorgesteld in 2 kaarten: de potentiële en de actuele erosiekaart voor winderosie in Vlaanderen. Deze kaarten tonen een eerste ruwe berekening van winderosie. Omwille van de beperkingen van het model, mogen de berekende waarden niet als reële erosiewaarden beschouwd worden, maar eerder als een indicatie om het winderosierisico van een bepaald gebied te duiden. De bekomen waarden zullen in de toekomst verder afgetoetst worden aan de realiteit. 
 winderosierisico potencieel jpg

De potentiële winderosie wordt berekend zonder rekening te houden met de geteelde gewassen (V = 1). De hoogste waarden komen voor aan de kust, in de Vlaamse Zandstreek en in de Antwerpse en Limburgse Kempen.

winderosierisico actueel jpg

Voor de kaart met actuele winderosie werd de vegetatiefactor wel in rekening gebracht. Hoewel de erosiewaarden veel lager zijn dan voor de potentiële winderosie, zijn dezelfde ruimtelijke patronen zichtbaar. De vaststelling dat het jaarlijkse actuele bodemverlies door winderosie laag is, neemt niet weg dat er tijdens sommige jaren tijdelijk aanzienlijke winderosie-events kunnen optreden.

Studie: Afbakening van gebieden gevoelig aan winderosie in Vlaanderen (pdf 1,9 MB - nieuw venster)

 

Meer informatie?

Contacteer de dienst Land en Bodembeschermin:
Contactpersoon: Martien Swerts
E-mail: martine.swerts@lne.vlaanderen.be
Tel: 02 553 21 91

 

 

 

In de kijker

foto erosie