Sla navigatie over
www.lne.be
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Over onze organisatie  
     
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Bodembescherming Erosie Erosiekaart

Erosiekaart

De erosiekaart van Vlaanderen werd in 2001 voor het eerst opgesteld door de Onderzoeksgroep Fysische en Regionale Geografie van de K.U.Leuven in opdracht van de dienst Land en bodembescherming. Deze kaart geeft een schatting van de actuele en potentiële erosiesnelheid op perceelsniveau. In 2006 werd een nieuwe, verbeterde versie van de erosiekaart Vlaanderen opgesteld.
De actuele bodemerosiekaart geeft de geschatte erosiesnelheid per perceel op basis van het huidige landgebruik. Hierbij werd de erosie voor grasland 0 verondersteld.
De potentiële bodemerosiekaart geeft de geschatte erosiesnelheden voor de percelen grasland indien deze in akkerland zouden worden omgezet. Op deze wijze kunnen potentieel erosiegevoelige percelen worden geïdentificeerd. Het landgebruik op deze percelen wordt best niet gewijzigd van grasland naar akker. Dit zou immers het erosierisico en het risico op modderoverlast substantieel verhogen. De erosiesnelheid werd berekend als de som van de watererosie en de bewerkingserosie.

 

Watererosie

De watererosie werd geschat aan de hand van de herziene universele bodemverliesvergelijking of ‘R.U.S.L.E. (Revised Soil Loss Equation, Renard et al, 1991). Het betreft een empirisch model waarmee de gemiddelde jaarlijkse bodemerosiesnelheid per oppervlakte-eenheid als gevolg van intergeul-en geulerosie wordt berekend als een product van 6 factoren:


 
A = R.K.LS.C.P


met
 

 

A = de gemiddelde bodemerosiesnelheid (ton/ha.j)
R = de regenerosiviteitsfactor (MJ.mm/ha.h.j)
K = de bodemerosiegevoeligheidsfactor (ton.h/MJ.mm)
LS = de topografische factor (dimensieloos)
C = de gewasfactor (dimensieloos)
P = de erosiebeheersingsfactor (dimensieloos).
 


Voor de regenerosiviteitsfactor R geldt één waarde voor heel Vlaanderen, nl. 880 MJ.mm/ha.jaar. Deze waarde werd bekomen door de formule van Verstraeten et al. toe te passen op de tien minuten neerslaggegevens van Ukkel voor de periode 1898-2004. Deze ligt hoger dan de waarde die gebruikt werd voor de berekening van de vorige erosiekaart in 2001 (670 MJ.mm/ha.jaar). Dit verschil is te wijten aan twee factoren: (i) de berekeningswijze werd aangepast en is nu nauwkeuriger en (ii) de hoge R-waarden van de periode 1995 - 2004 hebben geleid tot een stijging van het algemene gemiddelde t.o.v. de vorige erosiekaart.

Uitgaande van textuur en organisch materiaal kan de bodemerosiegevoeligheidsfactor K berekend worden. Omwille van de beperkte beschikbaarheid van gegevens over het gehalte aan organisch materiaal, werd de K-waarde bepaald aan de hand van de formule van Declercq en Poesen (1992). De textuur werd afgeleid uit de textuurklassen van de bodemseries aangegeven op de Digitale Bodemkaart van België.

De topografische factor LS geeft de ruimtelijke variabiliteit van het bodemerosierisico in functie van de topografie weer. De L-factor is de maat voor de hellingopwaartse oppervlakte van het toestromingsgebied. Hoe groter de L-factor op een bepaald punt, hoe meer water er zich potentieel kan verzamelen en hoe groter het risico op erosie. De S-factor is een functie, afhankelijk van de lokale helling. Hoe steiler de helling, hoe meer bodemverlies er optreedt. Voor de berekening van de LS-factor voor de meest recente erosiekaart werd gebruik gemaakt van het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen. Het gebruikte Digitaal Terrein Model (DTM) heeft een resolutie van 5 meter. Dit is een verbetering t.o.v. het DTM gebruikt voor de erosiekaart van 2001 waarvan de resolutie 20 meter was.

De C-factor of gewasfactor is een schalingsfactor en dus dimensieloos. Deze factor varieert van 0 tot 1. Als de C-factor gelijk is aan 1, betekent dit dat er evenveel bodemverlies is als op een braakliggend terrein zonder vegetatieve bedekking. De gewasfactor (C) is gebaseerd op een bodemgebruiksbestand op perceelsniveau. Voor percelen onder gras is de C-factor 0, aangezien op dergelijke percelen nagenoeg geen bodemerosie door water voorkomt. Voor percelen onder bos werd een C-factor van 0,001 gebruikt en 0 voor bebouwde oppervlakte en wegen. Voor de overige percelen werd een gemiddelde C-waarde van 0,37 gebruikt.

De erosiebeheersingsfactor P werd overal in Vlaanderen gelijk aan 1 gesteld, omdat de bedoelde bodembeheersmaatregelen zoals terrassenbouw en strokenbouw nergens worden toegepast.

 

 

Erosiegevoeligheid van Vlaamse gemeenten


Op basis van de verbeterde versie van de erosiekaart uit 2006 werd een inschatting gemaakt van de erosiegevoeligheid van de Vlaamse gemeenten. Het resultaat wordt weergegeven in kaartvorm.

 Erosiegevoeligheid van Vlaamse gemeenten (pdf - 788kB) (nieuw venster)
 


 

Contactpersoon: Martine Swerts
E-mail: martine.swerts@lne.vlaanderen.be


 

 

In de kijker

sfeerfoto landschap met beek