Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
  Over onze organisatie  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Bodembescherming Erkenning laboratoria

Erkende laboratoria in de discipline bodem, deeldomein bodembescherming

De dienst Land en Bodembescherming is verantwoor­delijk voor het erkennen van laboratoria in de discipline bodem, deeldomein bodem­bescherming. De erkenning omvat de volgende bodemparameters: de zuurtegraad (pH), het organische koolstofgehalte (OC%) en de manuele en/of granulometrische textuurbepaling. Deze erkenning is vereist voor het uitvoeren van bodem­analyses in het kader van de randvoorwaarden (Mid Term Review) en van enkele specifieke analyses in het kader van de mestwetgeving.

Wettelijk kader randvoorwaardenWettelijk kader mestwetgeving Erkende laboratoria in de discipline bodem, deeldomein bodembeschermingLooptijd van de erkenningen  - Erkenningsprocedure

 

 Wettelijk kader randvoorwaarden

Op 26 juni 2003 bereikten de Europese ministers van Landbouw een akkoord over de fundamentele hervorming van het Gemeen­schappelijk Landbouw­beleid (GLB). Eén van de belangrijke veranderingen voorgesteld in de Mid Term Review (MTR) is het opleggen van rand­voorwaarden (ook wel cross-compliance genoemd). Land­bouwers die rechtstreekse inkomens­steun wensen te ontvangen, moeten sinds 1 januari 2005 bepaalde beheere­isen naleven op vlak van milieu, dieren­welzijn, dieren­gezondheid, gezondheid van de planten en volks­gezondheid, alsook hun landbouw­gronden in goede landbouw- en milieu­conditie houden.

Eén van deze rand­voorwaarden bepaalt dat de land­bouwer de zuurte­graad (pH) en het koolstof­gehalte (C%) van een aantal van zijn percelen die geen grasland zijn of die geen permanente bedekking hebben, moet laten bepalen. Elk analyse­resultaat is 3 jaar geldig. Afhankelijk van zijn totaal areaal akkerland exclusief grasland en permanente bedekking moet de land­bouwer volgend aantal geldige analyse­resultaten kunnen voorleggen:

          • minder dan 20 ha akkerland: 1 
          • tussen 20 en 30 ha akkerland: 2 
          • tussen 30 en 40 ha akkerland: 3 
          • tussen 40 en 60 ha akkerland: 4 
          • tussen 60 en 100 ha akkerland: 5 
          • meer dan 100 ha akkerland: 6

Het vereiste minimum­aantal geldige analyses wordt bijkomend begrensd door het aantal door de landbouwer aange­geven percelen landbouw­grond die geen grasland zijn of geen permanente bedekking hebben.

Bij een te laag organische stofgehalte moet de landbouwer op het betrokken perceel het op basis van de analyse­resultaten gegeven advies opvolgen of minstens één van de volgende maat­regelen naleven: toedienen van organische stalmest, toedienen van compost, inwerken van stro of het telen van groen­bedekkers. Indien uit de analyse­resultaten blijkt dat bepaalde percelen een te lage pH hebben, moeten deze bekalkt worden (Besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005 tot instelling van een bedrijfs­toeslag­regeling en tot vaststelling van bepaalde steun­regelingen voor landbouwers en tot toepassing van de rand­voorwaarden).

Vanaf 2006 moeten de analyses uitgevoerd worden door een erkend laboratorium dat vermeld wordt op de lijst die wordt opgesteld door de administratie, bevoegd voor bodem­bescherming.

Meer details over de regelgeving van de randvoorwaarden zijn raadpleegbaar op de website van Landbouw en Visserij.

 

Wettelijk kader mestwetgeving

Als gevolg van het nieuwe Mestdecreet zijn, ondermeer, de bemestingsnormen, de uitrijregeling en de drempelwaarden voor het nitraatresidu gewijzigd. Deze wijzigingen houden ook rekening met het bodemtype waardoor er bijvoorbeeld strengere bemestingsnormen gelden op zandgronden dan op niet zandgronden of een soepeler uitrijregeling op zware kleigronden. De geografische afbakening van de zandgronden en kleigronden werd vastgelegd in een uitvoeringsbesluit van de Vlaamse Regering

De mestwetgeving voorziet dat wanneer een landbouwer op basis van een textuurbepaling kan aantonen dat zijn perceel een andere textuur heeft dan vastgelegd volgens de afbakening, hij de textuur voor dit perceel kan laten wijzigen. Recent heeft de Vlaamse Regering een uitvoeringsbesluit goedgekeurd dat de modaliteiten hiervoor vastlegt. Er zijn 2 wijzigingen mogelijk:

  • Een landbouwer die wil aantonen dat een perceel geen zandgrond is, moet beschikken over een manuele of granulometrische textuurbepaling van het perceel waaruit blijkt dat het perceel geen zandgrond is. In dat geval wordt het perceel als niet-zandgrond beschouwd en gelden er andere bemestingsnormen en nitraatresidudrempelwaarden.
  • Een landbouwer die wil aantonen dat zijn perceel vergelijkbare karakteristieken heeft als de zware kleigronden in de Polders, moet beschikken over een granulometrische textuuranalyse waaruit blijkt dat het kleigehalte minimaal 17.5% en het zandgehalte maximaal 15% bedraagt. Het perceel in kwestie moet bovendien de textuurklasse leem hebben. In dat geval kan de landbouwer op deze percelen dezelfde uitrijregeling toepassen als op de zware kleigronden.

In uitvoering van het Tuinbouwbesluit van 10 oktober 2008 moet bij de opmaak van een bemestingsadvies rekening gehouden worden met het organische koolstofgehalte van de bodem. De analyse van deze parameter mag maximaal 3 jaar oud zijn. 

Meer details over de mestregelgeving zijn raadpleegbaar op de website van de Mestbank.

 Terug

Erkende laboratoria in de discipline bodem, deel­domein bodem­bescherming (anno 2014)

Volgende laboratoria zijn erkend voor de analyse van de zuurte­graad (pH) en het organische koolstof­gehalte (OC%) van de bodem. Daarnaast maken tevens de manuele en/of granulo­metrische textuur­bepaling deel uit van het pakket.

 

 

zuurte­graad
(pH)

orga­nische kool­stof
(OC%)

manu­ele
textuur­bepa­ling

gra­nu­lo­me­trische
textuur­bepa­ling

Bodemkundige Dienst van België x x x  
Laboratorium Zeeuws-Vlaanderen x x x x
Instituut Koldingen x x x
Justus-Liebig-Labor Rain x x x  
LVI - Labo L. Iliano x x x  
Inagro (vroeger: POVLT Laboratorium) x x x

 

Al deze erkende laboratoria komen in aanmerking voor de analyses in het kader van de randvoorwaarden en voor de identificatie van "niet-zandgronden". Voor het bepalen van de "zware leemgronden" komen enkel die laboratoria in aanmerking die erkend zijn voor de granulometrische textuurbepaling.

Naam (met link naar website of e-mail)

Adres

Telefoon

Bodemkundige Dienst van België W. de Croylaan 48, 3001 Heverlee 016-31 09 22
Laboratorium Zeeuws-Vlaanderen Zandbergsestraat 1, 4569 TC Graauw, Nederland 0031 11 463 54 00
Instituut Koldingen O. de Kerchove d' Exaerdestraat 108, 1501 Halle 0498-87 61 06
Justus-Liebig-Labor Rain p/a Tiense Suiker­raf­finaderij, Aandorenstraat 1, 3300 Tienen 016-80 13 02
LVI - Labo L. Iliano Schouteerpark 15, 9070 Destelbergen 09-228 19 70
Inagro (vroeger: POVLT Laboratorium) Ieperseweg 87, 8800 Rumbeke 051-27 33 30

 

Looptijd van de erkenningen

 

erkenning labo’s gif

 

 

Erkenningsprocedure

De erkenningsprocedure is met ingang van 1 januari 2011 gewijzigd. Meer informatie over de nieuwe procedure vindt u onder het thema erkenningen.
De erkende laboratoria zijn ertoe gebonden de monsterneming en analyses uit te voeren volgens het Compendium voor monsterneming en analyse in het kader van bodembescherming en de adviezen op te stellen conform de Code van goede praktijk bodembescherming. Deze documenten en de onderzoeksrapporten van gerelateerde studies zijn beschikbaar op de website van het referentielaboratorium VITO.

Terug

Contactpersoon: Petra Deproost
E-mail: petra.deproost@lne.vlaanderen.be