|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Mest
Internationaal/Europees beleidDe Nitraatrichtlijn (1991) heeft als doel de verontreiniging van water door nitraten uit agrarische bronnen te verminderen en te voorkomen. De richtlijn verplicht elke lidstaat kwetsbare wateren en kwetsbare zones af te bakenen. Binnen deze kwetsbare zones moeten actieprogramma‟s worden opgesteld om eutrofiëring tegen te gaan en mens en ecosysteem te beschermen tegen nitraatverontreiniging. De kaderrichtlijn Water (2000) bepaalt dat tegen eind 2015 een „goede oppervlaktewatertoestand‟ en een „goede grondwatertoestand‟ moet worden bereikt in alle Europese wateren. De richtlijn legt karakteristieke doelstellingen op voor oppervlaktewater, grondwater en voor het water in beschermde gebieden. Voor de waterkwaliteitsdoelstellingen heeft de kaderrichtlijn Water een meer bindend karakter dan de Nitraatrichtlijn. De NEC-richtlijn geeft aan welke maximale emissieplafonds voor o.a. ammoniak gelden. De lidstaat dient gepaste acties te nemen om deze niet te overschrijden.
Vlaams beleid
Het mestbeleid werd door MAP2bis (2000) gericht op drie pijlers: (1) aanpak aan de bron, (2) oordeelkundige bemesting en (3) mestverwerking en export. De doelstelling van dit beleid was het mestoverschot op niveau Vlaanderen wegwerken, wat ook grotendeels gerealiseerd werd. De belangrijkste bijdragen werden geleverd door de afbouw van de veestapel en het gebruik van nutriëntenarme voeders (pijler 1) en verwerking en export van een deel van de mestproductie (pijler 2). Ondanks de afname van het mestoverschot blijft de waterkwaliteit een probleem. De hoofddoelstelling van het mestbeleid verschuift met een aangepast mestdecreet vanaf 2007 naar het verbeteren van de waterkwaliteit, door o.a. meer aandacht voor oordeelkundig en gericht toepassen van bemesting, rekening houdend met de behoeften van de specifieke gewassen en het tijdstip waarop de gewassen nutriënten nodig hebben. Vlaanderen werd vanaf 2007 volledig kwetsbaar gebied, en onder sterk gecontroleerde voorwaarden werd een derogatie (afwijking op de strenge bemestingsnorm) geïmplementeerd. Mestproductie wordt onder controle gehouden door een systeem van verhandelbare emissierechten. Mestverwerking en export worden nog belangrijker, want uitbreiding is mogelijk mits mestverwerking. Het mestbeleid legt voortaan ook veel meer het accent op adviseren en sensibiliseren. Een ander belangrijk punt is het aanpakken van de nutriëntenverliezen in de tuinbouw. Daarnaast draagt het mestbeleid ook bij tot het realiseren van het bestaande en toekomstige NEC-plafond voor NH3 emissie.
Zowel in het kader van de Nitraatrichtlijn als in het kader van de NEC-richtlijn zullen de huidige instrumenten om de mestproductie en mestgebruik onder controle te houden (aanpak aan de bron, mestverwerking en export, oordeelkundige bemesting), van belang blijven. Het behalen van een goede waterkwaliteit voor stikstof en fosfor staat voorop. In het kader van de Nitraatrichtlijn werkte Vlaanderen een nieuw actieprogramma en een verlenging van de derogatie uit voor de periode 2011-14. De bemestingsnormen worden verlaagd op basis van de N-opname en P-export door de diverse gewassen. Conform de doelstellingen van de kaderrichtlijn Water worden de bemestingsnormen worden meer en meer gedifferentieerd in functie van de gewassen of gewascombinaties en de grondsoort. Als aanvulling op het generieke beleid is een meer gebiedsgerichte opvolging van bedrijven in probleemgebieden of -sectoren aangewezen. Een geïntegreerde monitoring van landbouwpercelen draagt bij tot het nemen van de meest geschikte begeleidende maatregelen in functie van een goede toestand van stikstof, fosfor en koolstof in de landbouwbodem. Ten gevolge van de aangescherpte fosfaatnormering is de gecumuleerde afbouw van de fosfaatvoorraad voorzien met 4,4 miljoen kg tegen 2018. Voor fosfaat kunnen bijkomende maatregelen aangewezen zijn om afspoeling en doorslag te verminderen, naast het meer doelgericht en gebiedsgericht inzetten van bestaande maatregelen, zoals erosiebestrijding. Voor ammoniak blijft een generiek beleid de beste aanpak, gezien het gedrag van ammoniak in de lucht en zolang de achtergrondconcentratie van NH3 hoog is. Mestverwerking en export van dierlijke mest zijn een essentiële schakel in het Vlaamse mestbeleid. Strategielijnen voor mestverwerking dienen bij te dragen tot een duurzame landbouw. Hierbijdienen de volgende pistes verder uitgebouwd te worden:
Ook een goede marketingstrategie voor Vlaamse mestverwerkingsproducten, die de meerwaarde van deze hoogwaardige landbouwgrondstoffen benadrukt, zal hierbij van belang zijn.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||