|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Lucht
Internationaal/Europees beleidDe belangrijkste doelstellingen van het VN-verdrag inzake grensoverschrijdende luchtverontreiniging werden vertaald in Europese wetgeving. In 2011 wordt het Göteborg Protocol herzien waarbij wellicht nieuwe nationale emissieplafonds voor, naar verwachting, 2020 zullen worden voorgesteld.
Vlaams beleid
In uitvoering van de NEC-richtlijn werd in 2007 een geactualiseerd reductieprogramma door de Vlaamse regering goedgekeurd. Het programma beschrijft de maatregelen die kunnen of zullen worden doorgevoerd om de emissies zo snel mogelijk onder de plafonds te brengen en te houden. Voor de industriële bronnen werden de strengere emissienormen afgedwongen via VLAREM en de milieuvergunningen en werden milieubeleidsovereenkomsten (MBO) afgesloten met de elektriciteitssector, de chemiesector en de glasproducenten. Tegelijkertijd werd het systeem voor een tijdelijke regulerende NOx-heffing uitgewerkt. Dit moet toelaten om, indien zou blijken dat de geselecteerde maatregelen (MBO's) niet het verhoopte resultaat opleveren, alsnog een emissieheffing met terugsluizing van de inkomsten te kunnen invoeren.
Zowel het Göteborg Protocol als de NEC-richtlijn zullen in de planperiode een revisie ondergaan. Beiden zullen, voor 2020, mogelijk aanleiding geven tot nog scherpere emissieplafonds voor de vier al geviseerde polluenten en tot een nieuw plafond voor fijn stof (vermoedelijk PM2.5). Naast de verdelingen van de inspanningen hiervan tussen de verschillende betrokken Belgische overheden zal een nieuw reductieplan uitgewerkt en uitgevoerd worden met de meest kosteneffectieve verdeling van de inspanningen over de verschillende sectoren. Om de langetermijndoelstellingen te kunnen realiseren, is het de betrachting om zo snel mogelijk onder het plafond te komen. Vanaf 2011 zal de Vlaamse overheid de verkeersbelastingen in eigen beheer innen waarbij werk wordt gemaakt van de vergroening van de autofiscaliteit. Tegemoetkomend aan de overwegingen van de Europese Commissie wordt er daarnaast gewerkt aan de invoering van rekeningrijden voor vrachtwagens en, in een latere fase, voor personenwagens. Het lokale verkeersbeleid wordt tevens ambitieuzer aangepakt om overal in Vlaanderen de doelstellingen van de EU-richtlijn Luchtkwaliteit te bereiken. De binnenstedelijke luchtkwaliteit (NO2 en PM) wordt beter in kaart gebracht en er worden specifieke maatregelen uitgewerkt om de lokale knelpunten rond luchtkwaliteit (en geluid) aan te pakken, zoals het instellen van emissiearme zones. Langs gewestwegen zullen tevens maatregelen worden genomen of uitgebreid (dynamisch verkeersmanagement, snelheidsreducties). Tot slot zullen door het mobiliteitsvriendelijk en leefbaar inrichten van woonkernen tevens stappen worden gezet naar een betere lokale leefkwaliteit. Bij de onderhandelingen rond het toekomstige Europese beleid (Euronormen, CO2 normen) worden vooruitstrevende standpunten ingenomen in functie van de te behalen kwaliteitsdoelstellingen. De huidige ad hoc communicatie rond maatregelen (bv. ROB, roetfilters, ecoscore) wordt herzien. De Vlaamse overheid voert een globale communicatiestrategie rond verkeer en milieu zodat de burger beter geïnformeerd is en gestimuleerd wordt om zijn aankoop- en rijgedrag aan te passen. In functie van een wat langere termijn wordt de transitie naar een meer milieuvriendelijke mobiliteit in gang gezet, met een bijzondere focus op het ontwikkelen van een masterplan Elektrisch rijden in Vlaanderen. In het kader van het lopend beleid rond binnenscheepvaart is een verlenging van het Vlaamse impulsprogramma Emissiearme binnenvaart aan de orde. Voor de zeescheepvaart zijn, naast het innemen van vooruitstrevende standpunten in de internationale onderhandelingen en het overleg met de federale overheid, het stimuleren van de invoering van walstroomvoorzieningen en gedifferentieerde haventaksen door de Vlaamse zeehavens belangrijke acties. Emissiebeperkende maatregelen voor fijn stof, PAK‟s, dioxines en zware metalen in de industrie zullen voornamelijk worden gerealiseerd met een gericht vergunningenbeleid, gecombineerd met innovatie en toepassing van de beste beschikbare reductietechnieken en -strategieën. Specifiek voor fijn stof is daarbij de beheersing van de industriële diffuse stofemissies van belang, die verder zullen worden geïnventariseerd en waarvoor het in voorbereiding zijnde maatregelenpakket bij alle relevante bedrijven zal worden doorgevoerd. Dit zal in een aantal gevallen ook de emissies van zware metalen, PAK‟s en dioxines terugdringen. Een aandachtspunt voor de sector huishoudens is het beheersen van de luchtemissies door het toenemende gebruik van stukhout voor verwarming. Belangrijke instrumenten zijn daarbij sensibilisering en het ondersteunen van een voldoende ambitieus en kosteneffectief standpunt over productnormering op federaal en Europees niveau in het kader van de Eco-design richtlijn, en het economisch ontraden van het gebruik van systemen die meer verontreiniging veroorzaken. De extra maatregelen moeten toelaten om de luchtkwaliteitsnormen voor fijn stof en NO2 zo snel mogelijk te halen. Als Vlaanderen hier niet in slaagt, worden er bijkomende doelgerichte maatregelen genomen. Waar nodig worden de fijnstofplannen aangepast. Rond het meten en modeleren van de luchtkwaliteit gaat de aandacht naar de chemische karakterisatie en het bronnenonderzoek van fijn stof in gebieden met verhoogde concentraties en de optimalisatie van de bestaande luchtkwaliteits-, interpolatie- en voorspellingsmodellen. In stedelijke omgevingen en landelijke gebieden wordt het fijn stof meetnet verder uitgebouwd. De emissies van fijn stof, in het bijzonder PM2,5, zullen nauwkeuriger in kaart gebracht worden en de (stedelijke) gebieden met overschrijding van de PM10- en NO2-grenswaarde worden nader bepaald en omschreven. De luchtkwaliteitsmeetnetten worden aangepast of uitgebreid om te voldoen aan de nieuwe en strengere kwaliteitsvereisten van de EU-kaderrichtlijn Luchtkwaliteit. Bijkomende metingen en modelleringen worden uitgevoerd om de zones van overschrijding van een aantal zware metalen opgenomen in de vierde EU-dochterrichtlijn voldoende nauwkeurig te kunnen omschrijven en gerichte maatregelen te kunnen nemen. Onderzoek naar andere indicatoren voor blootstelling aan fijn stof, o.m. de bepaling van ultra fijne deeltjes, zal uitgevoerd worden. Het milieukostenmodel wordt verder verfijnd en een integratie met het luik „broeikasgassen‟ is voorzien.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||