Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Thema's  
     
  Opvolging  
     
  Projecten  
     
  Publicaties  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Beleid MINA 4 Leeswijzer Thema's Bodemverontreiniging

Bodemverontreiniging

Internationaal/Europees beleid

Op Europees niveau is een wetgevend kader in voorbereiding ter bescherming van de bodem. De Europese Commissie werkte hiervoor een thematische strategie uit met erosie, verlies aan organisch materiaal, bodemafdichting en bodemverontreiniging als voornaamste bodembedreigingen.

Een aantal Europese richtlijnen hebben impact op het beleid m.b.t. bodemverontreiniging, onder meer de richtlijn Milieuschade (met luik rond bodemschade), de kaderrichtlijn Afvalstoffen (met juridische link naar de Vlaamse regelgeving m.b.t. grondverzet) en de kaderrichtlijn Water (met verplichtingen van toepassing op grondwater dat ook onder de bepalingen van het bodemdecreet valt).
Een (ontwerp van) richtlijn m.b.t. industriële emissies biedt opportuniteiten naar preventie van bodemverontreiniging. In dit kader zouden exploitanten van een aantal risico-inrichtingen namelijk een situatierapport moeten uitvoeren. Deze zijn ook interessant bij de toetsing van latere bodemverontreiniging.

Om regionale problemen in een internationaal kader te bespreken werden eerder Europese discussiefora opgericht i.v.m. risico-evaluatie van bodemverontreiniging (Clarinet, Caracas) en bodemsanering (Common Forum on Contaminated Land, Nicole).

 

Vlaams beleid

  • Schets lopend beleid

Het nieuwe bodemdecreet en uitvoeringsbesluit (VLAREBO) werden van kracht op 1 juni 2008. Ze bieden een juridisch kader om beter, efficiënter en meer oplossingsgericht om te gaan met bodemverontreiniging en reiken een uitgebreider instrumentarium aan.

Centraal binnen het bodemsaneringsbeleid staan de opvolging van vrijwillige en verplichte bodemsaneringen alsook het beheer van het grondeninformatieregister. De regeling m.b.t. uitgegraven bodem heeft tot doel om de verspreiding van bodemverontreiniging te beheersen en een grotere bescherming te bieden aan wie uitgegraven bodem ontvangt.
Om bodemsanering beter te integreren in bedrijfsspecifieke processen werden onderhandelingen gevoerd met verschillende partijen om de haalbaarheid en opportuniteiten na te gaan van een bedrijfsspecifieke overeenkomst.

Wanneer saneringsplichtigen in gebreke blijven of bij zgn. onschuldige bezitters, voorziet de overheid middelen voor een ambtshalve bodemsanering. Hierbij gaat de voorkeur naar projecten met een maatschappelijke meerwaarde en saneringen van risicovolle verontreinigingen.

De herontwikkeling van brownfieldprojecten wordt gestimuleerd via een eventuele versnelde uitvoering van de ambtshalve aanpak en binnen de middelen van het brownfielddecreet. Om de gemeenten actiever te betrekken in de herontwikkeling van brownfields, is financiële ondersteuning voorzien in het kader van de milieusamenwerkingsovereenkomst.
Voor complexe verontreinigingen (percelen met in elkaar overlopende bodemverontreinigingen met diverse betrokkenen) wordt een gezamenlijke aanpak gestimuleerd.
Een proactieve en projectmatige aanpak staat centraal in de aanpak van potentieel verontreinigde gronden (voornamelijk vroegere stortplaatsen of industrieterreinen) die momenteel in een woonzone liggen.

Bij het zoeken van instrumenten voor alternatieve financiering van de bodemsanering, werd prioriteit gegeven aan het oprichten van sectorfondsen. Dit werd verankerd in het bodemdecreet. Het Vlaamse Gewest bouwde de voorbije jaren heel wat ervaring en kennis i.v.m. de aanpak van bodemverontreiniging. Dit vormt een belangrijke basis voor de verdere verfijning van het beleid, wetenschappelijke onderzoek, innovatie en samenwerking met andere regio‟s en landen.
 

  • Aandachtspunten voor de komende planperiode

Beschikbare ruimte en kwaliteitsvol grondwater blijven schaarse en kostbare goederen in Vlaanderen. Bodemsanering wordt optimaal ingezet bij het realiseren van economische en maatschappelijke ontwikkelingen en behoeften. Anderzijds kan bodemverontreiniging een bedreiging betekenen voor gezondheid en milieu. Een actief bodemsaneringsbeleid moet deze adequaat aanpakken.

Een eerste focus ligt op het maximaal voorkomen van bodemverontreiniging of desgevallend een zo snel mogelijke aanpak ervan. Zo wordt een mogelijk negatieve impact op mens, milieu en watervoorraden en de saneringskost vermeden. Wanneer de bodem niet meer geschikt is voor de functies die hij zou moeten vervullen, maximaliseert bodemsanering terug de gebruiksmogelijkheden. Gelet op de economische realiteit moet voor de sanering van historisch verontreinigde gronden prioriteit gegeven worden aan kwetsbare gebieden, gronden met hoge risico‟s en op maatschappelijk belangrijke sectoren. Bijzondere aandacht zal gaan naar zones waar het bodemgebruik extra kwetsbaar is. Zo worden programma‟s uitgewerkt voor woonzones en voor drinkwaterwinningen.

Om preventie te verhogen wordt er nagegaan hoe het zogenaamde situatierapport (in het kader van het ontwerp van richtlijn „Industriële emissies‟) door exploitanten van bepaalde risico-inrichtingen kan geïntegreerd worden in het bestaande systeem van oriënterende bodemonderzoeken. Accidentele verontreinigingen moeten ook sneller en goedkoper weggewerkt worden via de aanpak “schadegevallen” conform het nieuwe bodemdecreet. Via het nauw opvolgen van nieuwe verontreiniging en een handhavingsbeleid wordt ernstige schade en oplopende kosten voorkomen.
De uitvoering van werken op een grond met historische verontreiniging vooraleer een bodemsanering heeft plaatsgevonden, kan de risico‟s verhogen, tot schade leiden bij de buren of een latere bodemsanering moeilijker (en duurder) maken. Een instrumentarium wordt ontwikkeld voor een beter beheer van verontreinigde gronden.

Een tweede focus is het maximaal afstemmen van het bodembeleid op de maatschappelijke behoeften, zoals meer ruimte, levenskwaliteit, water en voedsel. Tal van (semi-)industriële locaties worden niet meer optimaal ingezet. Geïntegreerde projecten kunnen hier een oplossing bieden, waarbij de bodemsanering maximaal afgestemd wordt op herontwikkeling, zodat deze gronden de behoefte aan ruimte helpen invullen.

Een accent ligt hierbij op het faciliteren van overdrachten van en bouwprojecten op verontreinigde gronden. Zo kan de bodemsanering gemakkelijker worden geïntegreerd in het bouwproces. Anderzijds biedt het kader ook bescherming van de verwerver. Dit zal onder meer gebeuren via de toepassing van de nieuwe instrumenten van het bodemdecreet en een maximale integratie van de ambtshalve sanering in het bouwproject. Soms worden faillissementen geblokkeerd door zwaar verontreinigde gronden. Binnen de budgettaire mogelijkheden zal de Vlaamse Overheid de terreinen aankopen, saneren in functie van herontwikkeling en terug op de markt brengen.

Belangrijk hierbij is de herontwikkeling van brownfields en andere ernstig verontreinigde terreinen met potentieel. Ter uitvoering van de brownfieldconvenanten zal de Vlaamse overheid samen met de ontwikkelaars oplossingen op maat uitwerken voor de verontreinigingsproblemen. Anderzijds zal binnen de sector van ontwikkelaars gepeild worden naar behoeften aan specifieke instrumenten. Ook bij het uitwerken van cofinancieringsmogelijkheden gaat de aandacht naar brownfields. Waar opportuun en binnen de budgettaire mogelijkheden zal de Vlaamse overheid de terreinen aankopen en saneren met het oog op herontwikkeling en verkoop.

Ook wordt het faciliteren van vrijwillige bodemsaneringen verder gezet. In gevallen waar de eigenaar niet saneringsplichtig is, wordt het gebruik van deze terreinen vaak ernstig gehypothekeerd. Een inhaalbeweging voor ambtshalve sanering is hier noodzakelijk. Een optimale afstemming op het huidige en mogelijke toekomstige gebruik wordt voorzien.
De overheid wenst hierbij een voorbeeldfunctie te vervullen voor de sanering van terreinen in eigen beheer. De Vlaamse overheid legt hierbij de focus op bodemonderzoek – en sanering zowel bij scholen, ziekenhuizen en rusthuizen als bij gemeentelijke gasfabrieksterreinen.

De kost voor bodemsanering blijft hoog. De Vlaamse overheid gaat verder op zoek naar alternatieve financiering via de inzet van instrumenten, onder meer voorzien in het nieuwe bodemdecreet. Dit sluit nauw aan bij de mogelijke uitwerking van een langetermijnvisie m.b.t. een efficiënte inzet van middelen en het ritme van de investeringen in het kader van bodemsanering.

Er zal een handhavingssysteem worden uitgewerkt voor nieuwe bodemverontreiniging. Bovendien wordt specifiek voor drinkwaterwinningen een strakke opvolging van het bodemonderzoeks- en saneringstraject en een daaraan gekoppeld handhavingsbeleid voorzien. Tenslotte gaat aandacht naar de uitwerking, uitvoering en plan van aanpak van verontreinigde waterbodems (zie ook thema „water‟).

adaptatie.png