|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bodembescherming, natuurlijke rijkdommen en ondergrond
Internationaal/Europees beleidHet Europese bodembeschermingsbeleid stoelt momenteel op de thematische strategie Bodem, bestaande uit een mededeling van de Europese Commissie en een ontwerp van kaderrichtlijn Bodembescherming. Volgende aantastingsprocessen maken deel uit van de strategie: erosie, verlies aan organische stof, verontreiniging, afdichting, verdichting, verzilting, grondverschuivingen, verzuring, en afname aan biodiversiteit. Ook het Europese gemeenschappelijk landbouwbeleid levert een bijdrage aan de bescherming van de bodem, via de randvoorwaarden (cross-compliance) bij het markt- en inkomensbeleid en via instrumenten opgenomen in de plannen voor plattelandsontwikkeling. Het Europese beleid betreffende delfstoffen is opgenomen onder de noemer „natuurlijke hulpbronnen‟. De Europese Commissie stelde in 2005 een nieuwe strategie met betrekking tot het duurzame gebruik van natuurlijke hulpbronnen voor. De strategie heeft tot doel de milieueffecten, die samenhangen met het gebruik van grondstoffen, te beperken. Ze richt zich op „meer waarde – minder effecten – betere alternatieven‟. Deze strategie hangt ook nauw samen met de thematische strategie Afval. In 2006 werd de Europese richtlijn over het beheer van afval van winningsindustrieën goedgekeurd. Verder richt het Vlaamse delfstoffenbeleid zich op het Grondstoffeninitiatief (november 2008) van de Europese Commissie. In het voorjaar van 2011 is de „EU Strategy on Raw Materials‟ gepubliceerd. Met betrekking tot de valorisatie van de ondergrond als opslagcapaciteit voor CO2 wordt verwezen naar het „Energie- en Klimaatpakket‟ van de Europese Commissie, waarin „Carbon Capture and Storage‟ beschouwd worden als een mogelijke schakel om de vooropgestelde vermindering van de uitstoot van broeikasgassen te realiseren.
Vlaams beleid
Het Vlaamse bodembeschermingsbeleid richt zich op erosie, grondverschuivingen en de algemene bodemkwaliteit. Gemeenten worden begeleid en sinds 2002 ook financieel ondersteund voor het opstellen van gemeentelijke erosiebestrijdingsplannen of voor het uitvoeren van kleinschalige erosiebestrijdingswerken (Erosiebesluit). Daarnaast kan een gemeente nu ook een subsidie ontvangen voor de begeleiding door een erosiecoördinator. Landbouwers die rechtstreeks steun ontvangen of deelnemen aan agromilieumaatregelen moeten in het kader van de randvoorwaarden verplicht erosiewerende maatregelen nemen op sterk erosiegevoelige percelen. Daarnaast worden landbouwers ook gestimuleerd tot erosiebestrijdingsmaatregelen, o.a. via het afsluiten van beheersovereenkomsten in het kader van het PDPO. Betreffende grondverschuivingen en bodemkwaliteit ligt het accent op het inventariseren en onderzoeken van de problematiek in Vlaanderen. Doel is het uitwerken van een beleidskader m.i.v. doelstellingen en maatregelen. Het beleid richt zich ook op verhoging van kennis en bewustwording van de problematiek van bodemkwaliteit en er wordt ingezet op het verhogen van het draagvlak voor erosiebestrijding.
In uitvoering van het Oppervlaktedelfstoffendecreet keurde de Vlaamse Regering het Algemeen Oppervlaktedelfstoffenplan goed. Hierin worden de langetermijndoelstellingen en een actieplan „duurzaam ontginnen 2007-2011‟ opgenomen. Het proces voor de opmaak van de eerste vijfjaarlijkse cyclus van de bijzondere oppervlaktedelfstoffenplannen (BOD‟s) is intussen lopende. Vier BOD‟s zijn in de periode 2006-2010 definitief goedgekeurd, het plan voor de Klei van de Kempen, het plan voor de Klei van Ieper & Maldegemklei, het plan voor de Alluviale kleien & Polderklei en het plan voor de Vlaamse Leemstreek. Tevens wordt uitvoering gegeven aan de bepaling uit het Vlareop met betrekking tot de invoering van een certificaat van herkomst van oppervlaktedelfstoffen en het stellen van financiële zekerheden voor de eindafwerking van de ontgonnen zones. Via aanpassingen aan Vlareop (2008) werd ook afstemming bereikt met de gewijzigde plan-MER-regelgeving en werd de juridische basis gelegd voor de oprichting van beoordelingscommissies die adviseren over de problematiek van landbouwnabestemmingen. In uitvoering van het Oppervlaktedelfstoffenplan werd in 2010 gestart met de ontwikkeling van indicatoren rond het gebruik van oppervlaktedelfstoffen en met de uitwerking van een monitoringsysteem m.i.v. een bevraging van de sector (ontginners, handelaren, verbruikers). In uitvoering van het Grinddecreet (1993), dat een geleidelijke afbouw van de grindwinning vooropstelt, werd het Grindfonds opgericht. Middelen uit dit fonds worden aangewend voor herstructurering, sociale begeleiding en onderzoek naar alternatieve materialen voor grind. Op basis van een parlementair initiatief werd een regelgeving voor projectmatige grindwinning uitgewerkt. Het decreet houdende wijziging van het grinddecreet werd door het Vlaams Parlement goedgekeurd op 3 april 2009. Nieuwe grindwinning is alleen mogelijk na akkoord tussen de betrokken partijen en op voorwaarde dat dit een verbetering van de landschapsecologie en biodiversiteit niet in de weg staat. Bij besluit van de Vlaamse Regering werd een Projectgrindwinningscomité opgericht. Een uitvoeringsbesluit betreffende de procedure, het voorbereiden, het uitvoeren en het opvolgen van projecten in het Projectgrindwinningscomité is in voorbereiding. Het beleid m.b.t. de ondergrond richt zich op data- en kennisvergaring en -ontsluiting van de geologische opbouw van de ondergrond (Databank Ondergrond Vlaanderen), het opvolgen van de wetenschappelijke en technologische kennis en de toepassingsmogelijkheden ervan o.a. in samenwerking met het Vlaams Kenniscentrum Ondergrond. Daarnaast wordt een Vlaams juridisch kader binnen Europese context uitgewerkt (decreet betreffende de diepe ondergrond) voor de geologische opslag van CO2 en voor de opsporing en winning van koolwaterstoffen in de diepe ondergrond.
Voor erosie ligt de uitdaging voor de komende planperiode bij de uitvoering van erosiebestrijdingsmaatregelen door lokale besturen en landbouwers. De aanstelling van de erosiecoördinatoren moet ertoe leiden dat in versneld tempo werk wordt gemaakt van de uitvoering van gemeentelijke erosiebestrijdingsprojecten. De Vlaamse overheid zal initiatieven ondernemen voor kennisoverdracht tussen en opleiding van deze erosiecoördinatoren. Door een aanpassing van het nieuwe Erosiebesluit zal de administratieve procedure voor het aanvragen van subsidies voor erosiebestrijdingsmaatregelen vanaf 2011 vereenvoudigen en verkorten. Streefdoel is dat tegen 2015 de helft van de gemeenten met een (vóór 2010) goedgekeurd erosiebestrijdingsplan overgegaan zijn tot erosiebestrijdingswerken met subsidies via het Erosiebesluit. Daarnaast zullen gemeenten (met goedgekeurd erosiebestrijdingsplan) de erosieproblematiek ook onder controle houden via beheersovereenkomsten met landbouwers. De Vlaamse overheid zal zich verder richten op het vervolledigen van het juridisch en beleidskader (o.a. via uitvoeringsbesluiten bij het decreet bodemsanering en bodembescherming). Hierbij zal aandacht worden besteed aan de problematiek van organische stof (juridische of economische instrumenten beschikbaar tegen 2015), grondverschuivingen en bodemverdichting. Ook de verhoging van kennis en bewustwording bij gemeentebesturen, particulieren en bodemgebruikers komt aan bod. De Vlaamse overheid zal zich specifiek richten tot de doelgroep landbouw, zodat in 2015 het aantal professionele bodemgebruikers, die zich bewust zijn van bodembedreigingen en bodembeschermende maatregelen, is toegenomen. In lijn met de ontwerpkaderrichtlijn bodembescherming, vraagt de Vlaamse overheid ook meer aandacht voor de bodemkwaliteit in de bebouwde omgeving, met focus op bodemafdichting en grondverschuivingen.
De grote uitdaging met betrekking tot het oppervlaktedelfstoffenbeleid is te komen tot een duurzame en afgewogen winning van oppervlaktedelfstoffen in Vlaanderen. Naast de economische en sociale aspecten van de ontginning, mikt de Vlaamse overheid hierbij ook op een vermindering van de milieueffecten en een bevordering van het efficiënt gebruik en recyclage van delfstoffen. Het EU Grondstoffeninitiatief vormt hierbij het beleidskader. Het Vlaamse beleid wordt geëvalueerd, waarna zo nodig de herwerkte bijzondere oppervlaktedelfstoffenplannen ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Vlaamse Regering. Bijzondere aandacht zal ook gaan naar de realisatie van nabestemmingen van ontginningsgebieden. In geval van landbouwnabestemmingen zal dit gebeuren via de oprichting van beoordelingscommissies per bijzonder oppervlaktedelfstoffenplan. Voor natuurbehoud wordt afstemming gezocht met de instandhoudingsdoelstellingen. Streefdoel blijft om tegen 2015 het beleid in de twaalf oppervlaktedelfstoffenzones ontwikkeld te hebben. In het begin van de volgende planperiode komen informatie en gegevens beschikbaar die de basis zullen vormen voor de evaluatie (2013) van het Algemeen Oppervlaktedelfstoffenplan m.i.v. het actieplan “duurzaam ontginnen”. Deze evaluatie resulteert in aanvullende acties en mogelijk nieuwe doelstellingen voor het actieplan. Binnen de volgende planperiode moet een geactualiseerd Algemeen Oppervlaktedelfstoffenplan goedgekeurd zijn. Voor grindwinning zal de impact van de nieuwe regelgeving op de bevoorradingszekerheid van grove granulaten en zand, maar eveneens op leefmilieu en ruimtegebruik, de komende planperiode worden geëvalueerd. Er wordt werk gemaakt van een beleidsmatig en juridisch kader met betrekking tot het gebruik van de ondergrond, alsook van de de kennisopbouw en –verspreiding met betrekking tot de diepe en ondiepe ondergrond. Het gaat o.a. over de modellering van de ondergrond, onderzoek naar de geologische opslag van CO2 en de winning van koolwaterstoffen. Voor de geologische opslag van CO2 rekent de Vlaamse overheid er, samen met de EU, op om kennisopbouw te kunnen realiseren via door Europa gefinancierde „Carbon Capture and Storage‟ demonstratieprojecten (CCS). Er zal ook onderzocht worden hoe CO2-stromen in Vlaanderen kunnen verlopen en welke infrastructuur nodig is voor de afvang en transport in het kader van CCS. Met het oog op de volledige omzetting van de EU richtlijnen over de winning van koolwaterstoffen en de geologische opslag van CO2, zullen de uitvoeringsbesluiten bij het decreet betreffende de diepe ondergrond worden opgemaakt. Er zal worden onderzocht of het nuttig is om een aanvullend regelgevend kader te voorzien voor geothermie.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||