Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Thema's  
     
  Opvolging  
     
  Projecten  
     
  Publicaties  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Beleid MINA 4 Leeswijzer Thema's Biodiversiteit

Biodiversiteit

Internationaal/Europees beleid

Op het internationale vlak draagt Vlaanderen bij tot de ontwikkeling van internationale processen en het behalen van internationale doelen zodat we de vergelijking met andere Europese regio‟s aankunnen. Het stoppen van verder verlies van de biodiversiteit is een prioriteit van het Europees en internationaal milieubeleid.

Cruciaal voor de biologische diversiteit binnen de EU is het in goede staat van instandhouding houden of brengen van bedreigde habitats en soorten. Het "Natura2000"-netwerk van speciale beschermingszones (SBZ) is hiervan de belangrijkste verwezenlijking. Natura 2000 is recent uitgebreid met o.a. meer zeegebieden waardoor veel bedreigde mariene soorten beter worden beschermd. De Vogel- en de Habitatrichtlijn richten zich in de eerste plaats op de bescherming van soorten en habitats via aanwijzing van SBZ, maar bieden deze soorten ook bescherming buiten deze gebieden. De Habitatrichtlijn voorziet ook in het verzekeren van connectiviteit tussen de gebieden en een geïntegreerd en duurzaam beheer van de SBZ.

Via het Europees actieplan voor biodiversiteit engageerde de EU zich om verlies aan de biodiversiteit te stoppen tegen 2010. De tussentijdse evaluatie van het actieplan (2009) kwam tot de conclusie dat een verhoogde inzet, een versterking van integratie van biodiversiteitsoverwegingen in andere sectoren en een meer effectieve uitvoering van bestaande wetgeving en instrumenten vereist zijn. Naast het belang van biodiversiteit op zich wordt het belang van het leveren van ecosysteemdiensten, onder meer naar de landbouw, waterberging en mitigeren van klimaatverandering steeds meer erkend.

Vlaanderen dient multilaterale verdragen m.b.t. biodiversiteit te verwezenlijken waaronder de Conventie van Ramsar (1971) inzake watergebieden en watervogels, de Conventie van Bern (1979) tot behoud van wilde dieren en planten in Europa, de Conventie van Bonn (1979) inzake trekkende wilde diersoorten en onderliggende overeenkomsten en de Conventie van Rio (1992) voor Biodiversiteit.
2010 werd door de VN uitgeroepen als Internationaal Jaar van de Biodiversiteit. Dit gaat gepaard met een evaluatie van de bereikte doelen en het formuleren van een nieuwe visie en doelstelling voor biodiversiteit na 2010. Dit wordt geconcretiseerd op de 10de Conferentie der Partijen van de Conventie voor Biodiversiteit in oktober 2010. De EU zal in dit proces bijdragen via een Mededeling van de Europese Commissie, conclusies van de Europese Raad en een vernieuwd Europees actieplan.

Verschillende multilaterale processen rond milieu en natuur bewandelen een integratiespoor en roepen op tot versterkte internationale samenwerking. Het jaar 2012 wordt een nieuw scharnierjaar, o.m. omwille van de VN Top 'Rio +20'. Ook de eerste stappen van de uitvoering van de nieuwe strategische lijnen de VN-top Biodiversiteit bieden een aanleiding voor Vlaanderen om haar visie rond internationale samenwerking bij te stellen.

 

Vlaams beleid

  • Schets lopend beleid

Om het verlies aan de biodiversiteit te ondervangen is het van belang voldoende grote natuurgebieden te beheren, en daarbuiten een basisnatuurkwaliteit te garanderen en soorten te beschermen. Natuurverenigingen, landbouwers, bosbeheerders, private sector en burgers participeren hierin. In uitvoering van de Europese regelgeving en het Natuurdecreet worden ecologische doelen of instandhoudingsdoelstellingen (IHD) opgemaakt voor de SBZ. De goedgekeurde gewestelijke IHD worden vertaald op gebiedsniveau. Deze doelstellingen worden opgemaakt en vastgesteld op basis van een uitgebreide wetenschappelijke onderbouwing en in overleg met alle betrokken administraties en belangengroepen via een uitvoerig communicatieproces.

Beleidsmatig streeft Vlaanderen naar de creatie en het duurzaam beheer van een robuust netwerk van natuur- en bosgebieden en de creatie van een kwaliteitsvolle natuur. Dit gebeurt, in overleg met de relevante stakeholders, via gericht aankopen, inrichten en beschermen van natuur- en bosgebieden. Prioritaire gebieden worden in kaart gebracht met het oog op de bescherming van kwetsbare habitats en soorten, het bevorderen van de robuustheid van de ecologische netwerken en het verhogen van de connectiviteit (o.a. door de uitbouw van de groen-blauwe linten en het beheer van restgronden en van bermen en oevers).

Met het Vlaams Ecologisch Netwerk en de Natuurverwevingsgebieden wordt gestreefd naar een optimale natuurbeleving en een maximale afstemming met het Europees natuurnetwerk.
Een vernieuwd groenbeleid richt zich op het versterken van groen in de stad en verstedelijkte gebieden, uitbreiding van stads(rand)bossen, en opportuniteiten voor natuurverbinding. Samen met lokale overheden worden bijkomende speelzones afgebakend en ingericht in bossen en natuurgebieden.
De acties van het nieuw soortenbesluit worden ingezet voor het herstel en de gunstige staat van instandhouding van kritische soorten en soortengroepen, in bijzonder de soorten van Europees en internationaal belang.

Samenwerkingsovereenkomsten met andere overheden (versterken van aspecten „natuur, bos, groen‟) en met de private sector (privé-eigenaars, private beheerders en gebruikers, terreinbeherende verenigingen, …) worden uitgebreid en ingezet voor de opmaak van geïntegreerde gebiedsvisies, beheerplanning en -uitvoering van natuur- en bosgebieden.
Het geëvalueerde duurzaam faunabeheer voor jacht en visserij heeft als doel de samenwerking met wildbeheerseenheden en visserijcommissies te optimaliseren. Via technische en financiële ondersteuning van boseigenaars en de boscertificeringsprojecten wordt het duurzaam bosbeheer bevorderd.
Voor de domeinen in eigendom en beheer van ANB wordt een eenvormig statuut uitgewerkt en beheervisies per ecosysteemtype opgemaakt, die de krijtlijnen uittekenen voor het beheer van deze domeinen.
Voor de Natura 2000-gebieden en de evaluatie van het beheer wordt onderbouwend wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd. Met de aanwezige expertise wordt bijgedragen in de strategische planning, opvolging en rapportering van internationale verdragen en Europese processen m.b.t. biodiversiteit.
 

  • Aandachtspunten voor de komende planperiode

De instandhoudingsdoelstellingen (IHD's) staan centraal in de uitvoering van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Een prioriteitenkader laat toe om keuzes te maken over hoe deze doelstellingen kunnen gerealiseerd worden in een bepaald gebied of voor een bepaalde soort. De invloed ervan op het Vlaamse natuurbeleid is groot; ook andere beleidsdomeinen zullen moeten bijdragen aan de realisatie van de IHD's. Het bestaande instrumentarium voor natuur en bos wordt hiervoor geoptimaliseerd.

Een kwaliteitsvolle natuur wordt gerealiseerd door uitbreiding van de gebieden onder effectief natuurbeheer. Het aankopen van gronden door het Vlaamse Gewest en de terreinbeherende verenigingen ten behoeve van natuur en bos, blijft een strategisch belangrijk instrument. Ten eerste wordt het instrument aankopen prioritair ingezet voor het realiseren van de instandhoudingsdoelen voor leefgemeenschappen en soorten. Hierbij wordt extra aandacht gegeven aan gebieden waar het realiseren van hoogwaardige ecologische doelen een grote beheertechnische expertise en een structurele garantie op continuïteit van het beheer vergt. Ten tweede wordt dit instrument prioritair ingezet voor het realiseren van toegankelijke, geïntegreerde natuur-, bos- en groengebieden in de stadsrand met een evenwichtige invulling van hoogwaardige sociaal-recreatieve, landschappelijke en ecologische functies, i.s.m. met besturen, erkende terreinbeherende verenigingen en andere organisaties. Een systeem voor multifunctioneel natuurbeheer wordt opgezet.

Versterking van biodiversiteit mag zich niet beperken tot de SBZ-zones en andere belangrijke of kwetsbare natuurgebieden. Daarom wordt versterkt ingezet op biodiversiteit in de andere open ruimte-gebieden. Er wordt gefocust op de agrarische gebieden via samenwerking met de landbouwsector. Hiertoe werden een ambtelijke stuurgroep (beleidsdomeinen Leefmilieu en Natuur en Landbouw) en een klankbordgroep met het middenveld rond agrarisch natuurbeheer en agrobiodiversiteit opgericht.

Tegen 2015 wil Vlaanderen beschikken over een aangepast ondersteunend instrumentarium om de recreatie en de toegankelijkheid van de open ruimte beter te organiseren met respect voor de ecologische draagkracht en het functioneren van deze gebieden. De subsidieregeling m.b.t. de openstelling van erkende natuurreservaten wordt geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd. Het onthaal binnen de eigen domeinen wordt opgewaardeerd en er wordt toenadering, samenwerking en afstemming gezocht met andere initiatieven in de regio‟s. Het aanbod, uitbouw en de uitbating van bezoekerscentra wordt verder geoptimaliseerd. Via een vernieuwd groenbeleid wordt bijgedragen tot de ontwikkeling van een groen stedengewest met specifieke aandacht voor toegankelijke multifunctionele stads(rand)bossen, kwalitatief hoogstaande groene ruimte in de stedelijke gebieden en mogelijkheden voor natuurverbindingen. In het streven naar sociaal warme steden wordt aandacht gegeven aan de beschikbaarheid van nabije natuur, bos- of groenwaarden voor elke stadsbewoner. De vergroening van de leefomgeving wordt m.b.v. proefprojecten in gang gezet. De inzet van Regionale landschappen (m.i.v. de werking rond trage wegen) wordt gericht op de versterking van de beleving van de open ruimte en vergroting van het maatschappelijk draagvlak voor natuur- en landschapsbeleid.

Een natuurgerichte milieukwaliteit is een basisvoorwaarde voor het behalen van een gunstige staat van instandhouding van habitats en soorten is. Dit vereist een geïntegreerde aanpak van alle betrokken beleidsdomeinen en de uitvoering van de Europese integratiedoelstellingen. Via een geïntegreerde aanpak met het waterbeleid wordt ernaar gestreefd om zowel waterkwaliteit als -kwantiteit in beschermde gebieden te verbeteren.

Verder bouwend op het overlegmodel tussen alle betrokken partners, zal getracht worden de natuurlijkheid, de beveiliging tegen overstromingen en de bevaarbaarheid van waterlopen te laten samensporen met de uitvoering van het Sigmaplan, het Zwinproject, het Grensmaasproject en het rivierherstelplan voor de Leie.

De nieuwe regelgeving m.b.t. het soortenbeleid levert een juridisch kader aan voor een meer effectieve soortenbescherming om de toestand van kritische soorten en soortengroepen te verbeteren. Door overleg en samenwerking, al dan niet onder vorm van een beheerregeling, kan de impact op bedreigde of beschermde soorten vermeden of gemilderd worden. Met de opmaak en de uitvoering van soortenbeschermingsplannen en het nemen van beschermingsmaatregelen, prioritair voor de 108 soorten van internationaal belang, wordt beoogd de achteruitgang van deze soorten te stoppen, de gunstige staat van instandhouding van levensvatbare populaties te verzekeren of het herstel van (de populaties van) bedreigde soorten te bevorderen. Bestaande Rode Lijsten worden geëvalueerd; op basis van wetenschappelijke criteria worden nieuwe lijsten opgesteld. Voor de opmaak van de soortenbeschermingsplannen zullen prioritaire soorten worden gekozen op basis van een aantal criteria, zoals de mate van bedreiging van de soort en het leefgebied, het voorkomen van meerdere bedreigde soorten in één gebied en kostenbaten analyses van en draagvlak voor maatregelen. De bestrijding en het binnen de perken houden van invasieve exoten vormt een belangrijk gegeven, zowel naar economische schade als naar impact op bestaande natuur. Tegen 2012 wordt in uitvoering van de Europese bepalingen een strategie m.b.t. invasieve soorten opgemaakt. Een waarschuwingslijst en daaraan gekoppelde acties moeten het zich vestigen van nieuwe soorten vermijden of minstens beperken.

Bewustmaking en preventie zijn de hoekstenen van het te voeren beleid. Onderzoek naar potentieel schadebeheer en het voorkomen van mogelijke schade (bv. aan de land- en bosbouw) wordt verder uitgebreid. Al aanwezige invasieve soorten met een grote economische schade of schade aan de ecosystemen worden via aangepaste bestrijding aangepakt.
Op basis van de kwetsbaarheid van habitats en soorten voor klimaatverandering worden specifieke maatregelen getroffen om de instandhouding van de biodiversiteit (oa. via ontsnippering en verhoging van de connectiviteit) en goed functionerende ecosysteemdiensten te waarborgen. Acties en projecten, m.b.t. mitigatie van en adaptatie aan klimaatverandering, worden onderworpen aan een effectenbeoordeling m.b.t. natuurwaarden en ecosystemen.

Er wordt een onderzoekprogramma “nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen en globale milieuveranderingen en hun gevolgen voor de biodiversiteit” uitgewerkt en opgestart met specifieke aandacht voor klimaatverandering, recreatief medegebruik, en ecosysteemdiensten. Het concept „Ecosysteemdiensten‟ zal voor Vlaanderen geoperationaliseerd worden.
Certificering van bossen wordt met verhoogde inspanningen uitgebreid door het opstellen van criteria voor geloofwaardige en performante certificeringssystemen met het oog op een toename van de oppervlakte gecertificeerd bos in Vlaanderen als het bevorderen van het gebruik van gecertificeerd hout.
Voor het volledige beleidsveld natuur, inclusief bos, groen, riviervisserij en jacht (bescherming, beheer, ontwikkeling, samenwerking, toezicht en handhaving) wordt een communicatieplan en -strategie uitgewerkt.

Via specifieke partnerschappen wordt de participatie met sectoren en beleidsvelden vergroot. Er worden richtlijnen, opleidingen in wetgeving en begeleiding aangeboden, en voorbeeldprojecten aangeleverd. De samenwerking met andere administraties en met de private sector wordt uitgebreid om de integratie van natuurbehoud, natuurherstel en ontwikkelingsmaatregelen in hun projectplanning te versterken. Het instrument van de passende beoordeling zal geoptimaliseerd worden met de ontwikkeling van een effectenindicator om maximale transparantie, objectiviteit en rechtszekerheid te garanderen.

In aanloop naar 2012 zal Vlaanderen een ontwerpstrategie voorbereiden in het kader van internationale samenwerking. Hierin worden lopende initiatieven ingepast (bv het Vlaams Partnerschap Water voor Ontwikkeling en het Vlaams Fonds Tropisch Bos) Andere beleidsdomeinen (bv Buitenlands Beleid, Wetenschap en Innovatie) zullen hierbij betrokken worden. Afstemming met andere beleidsniveaus zal worden verzorgd en relevante betrokken actoren zullen aangesproken worden om insteken te leveren. Gewest- en grensoverschrijdende samenwerking en integratie wordt versterkt door mee te werken aan Europese cofinancieringsprojecten en door het inzetten van projecten rond de integratie van natuur- en recreatienetwerken.

Vlaanderen neemt deel aan biodiversiteitonderzoek van het 7e Europese kaderprogramma en de onderzoeksactiviteiten ter ondersteuning van de 2010-doelstelling.

Er worden instrumenten m.b.t. begeleiding en informatieverstrekking ontwikkeld om uitvoering te geven aan de bepalingen van het milieuhandhavingsdecreet.

adaptatie.png