|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Milieubeleidskosten: begrippen en berekeningsmethoden
—
gearchiveerd onder:
LNE-zine,
LNE-zine02
Milieubeleidskosten, opportuniteitskosten, milieukosten, indirecte kosten, maatschappelijke kosten… voor u gedefinieerd en samengebracht in één overzichtelijk rapport In juli publiceert de Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie het rapport “milieubeleidskosten – begrippen en berekeningsmethoden”. Het is een handig werkdocument voor iedereen die kostenstudies uitvoert of met deze kostenbegrippen geconfronteerd wordt. In het eerste deel worden de basisbegrippen gedefinieerd. Milieubeleidskosten zijn de totale kosten die verbonden zijn aan het voorbereiden, uitvoeren en handhaven van het milieubeleid. Ze bestaan uit milieukosten en reguleringskosten. Milieukosten zijn de kosten van de maatregelen die de verschillende doelgroepen en de overheid nemen. Hieronder vallen bijvoorbeeld de investeringskosten van technieken voor emissiereducties. Reguleringskosten zijn de bijkomende kosten voor de regulerende overheid en de verschillende doelgroepen die veroorzaakt worden door het gekozen milieubeleidsinstrument. Deze kosten dragen echter niet rechtstreeks bij tot het bereiken van de beoogde milieudoelstellingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om kosten van metingen en administratieve verplichtingen. Het rapport bevat een gedetailleerd overzicht van de verschillende kostentypes. Centraal hierin staat de tabel waarin de kosten ingedeeld worden volgens het onderscheid tussen milieukosten en reguleringskosten en tussen directe en indirecte kosten.
Verder wordt er kort ingegaan op enkele principes van kostenberekening. De nadruk hierbij ligt op het begrip opportuniteitskosten en de technieken om kosten te vergelijken die zich op verschillende tijdstippen situeren. De keuze van de discontovoet speelt hierbij een belangrijke rol. Wij bevelen een maatschappelijke discontovoet van 4% aan voor projecten met een tijdshorizon van minder dan 30 jaar, na deze periode wordt aanbevolen om te werken met een geleidelijk dalende discontovoet. Het rapport komt tot volgende raadgevingen voor kwaliteitsvolle kostenstudies:
Veel van de aanbevelingen en berekeningsmethoden in dit rapport zijn ook relevant voor de berekening van de baten van milieubeleid. Omdat er voor de meeste milieubaten echter geen marktprijzen zijn (je kunt bv. geen stilte kopen) vraagt hun berekening in geldtermen specifieke economische waarderingsmethoden. De technieken hiervoor en de ervaringen met waarderingsstudies in Vlaanderen worden dit najaar voorgesteld in een tweede rapport “Milieubaten of milieuschadekosten – waarderingsstudies in Vlaanderen”. Het rapport Milieubeleidskosten kan u gratis verkrijgen bij de Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid via een mailtje naar Bram.Putzeys@lne.vlaanderen.be of downloaden via http://milieueconomie.lne.be. Sara Ochelen en Bram Putzeys zijn milieueconomen bij de afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||