Sla navigatie over
www.lne.be
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Vlaamse en Belgische coördinatie  
     
  Europees milieubeleid  
     
  Multilateraal milieubeleid  
     
  Bilateraal milieubeleid  
     
  Interregionale samenwerking  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Beleid Internationaal milieubeleid Multilateraal milieubeleid Hoe verloopt de inbreng van een Vlaams standpunt in een internationaal milieudossier?

Hoe verloopt de inbreng van een Vlaams standpunt in een internationaal milieudossier?

Personen die deelnemen aan internationale onderhandelingen spreken nooit uit eigen naam. Zij vertegenwoordigen steeds een standpunt dat vooraf in hun land werd overeengekomen. Voor Vlaanderen en België geldt dat net zo.


Wanneer België deelneemt aan een multilaterale milieuvergadering, wordt eerst binnen Vlaanderen een standpunt gevormd over de agendapunten die aan bod zullen komen op die multilaterale vergadering.

Vervolgens neemt een Vlaamse vertegenwoordiger dit standpunt mee naar het overleg waar samen met de andere gewesten en de federale overheid een Belgisch standpunt wordt gevormd. Wanneer een overeenkomst wordt bereikt tussen de verschillende overheden, heeft de Belgische delegatie die zal deelnemen aan de multilaterale vergadering een mandaat om dat standpunt namens België te verdedigen. Wanneer geen consensus wordt bereikt over een bepaalde positie kan dit onderwerp niet opgenomen worden in de Belgische interventie.

Hoewel in sommige gevallen België rechtstreeks kan deelnemen aan de multilaterale vergaderingen (zoals bijvoorbeeld de wetenschappelijke voorbereidende vergadering SBSTTA binnen de Conventie voor Biologische Diversiteit), spreekt de Europese Unie tijdens multilaterale vergadering doorgaans met één stem via het land dat op dat ogenblik het voorzitterschap heeft van de EU of via de Europese Commissie als het een exclusieve Gemeenschapsbevoegdheid is. Dus ter voorbereiding van een multilaterale vergadering vindt niet enkel een Vlaamse en een Belgische coördinatie plaats, maar is er in de meerderheid van de gevallen ook een Europese coördinatie. Deze Europese afstemming gebeurt zowel voorafgaand aan de internationale vergaderingen in Brussel binnen de Working Party on International Environmental Issues (WPIEI), als op de vergaderlocatie voor en tijdens de internationale onderhandelingen. In de tweede helft van 2010 was België voorzitter van de Raad van de EU. Daardoor vertolkte Vlaanderen het standpunt van de EU tijdens milieu-gerelateerde multilaterale vergaderingen.

Hieronder zetten we de proceduregang nog even op een rijtje:

  • Vlaamse Coördinatie: De Vlaamse verantwoordelijke voor een dossier brengt verschillende Vlaamse ambtenaren-experten samen in een coördinatievergadering. Afhankelijk van de agenda is dit soms ook een interdepartementale werkgroep, waarin dus ook de niet-milieu-departementen zijn vertegenwoordigd (b.v. ambtelijke werkgroep duurzame ontwikkeling, ad hoc coördinatie “transport, Health & Environment”, …)
  • Intergewestelijke coördinatie: Voor een aantal dossier die tot de exclusieve bevoegdheid van de Gewesten behoren, wordt een coördinatie tussen de Gewestelijke overheden georganiseerd.
  • Belgische Coördinatie: De drie gewesten en de federale overheid brengen hun standpunten samen en destilleren daaruit één Belgisch standpunt. Dit gebeurt dikwijls in het kader van het Coördinatiecomité Internationaal Milieubeleid - CCIM (zie Belgische samenwerking) of in het kader van Coor-multi (de coördinatie van milieuaangelegenheden gelinkt aan duurzame ontwikkeling en mondialisatie binnen de FOD Buitenlandse Zaken)
  • Europese coördinatie: Voor de meerderheid van internationale dossiers wordt op EU-niveau in de WPIEI (Working Party International Environmental Issues) een EU-standpunt onderhandeld dat op de multilaterale vergadering door het EU-voorzitterschap naar voren wordt gebracht. Zo vindt in Brussel ongeveer maandelijks een WPIEI – “Klimaat” of “Biodiversiteit” plaats. De frequentie van deze vergaderingen verhoogt wanneer er een belangrijke internationale vergadering op de agenda staat (zoals een COP (Conference of the Parties - vergadering van lidstaten bij een verdrag) of een MOP (Meeting of the Parties – vergadering van lidstaten bij een protocol bij een verdrag) of wanneer er EU-raadsconclusies worden voorbereid als onderhandelingsmandaat voor de EU. Net voor en ook tijdens de multilaterale bijeenkomst vergaderen EU-lidstaten in de regel dagelijks om het EU-standpunt aan te passen aan de lopende onderhandelingen, om een strategie te bepalen voor de officiële besprekingen en om de resultaten van bilaterale gesprekken met de verschillende niet-EU-lidstaten te evalueren.
  • Het multilaterale niveau: Afhankelijk van de vergadering of het onderwerp dat besproken wordt, kan een lidstaat al dan niet zelf het woord nemen. Zo zal in het kader van de WTO de Europese Commissie het standpunt van de EU-Lidstaten vertolken. De Europese Commissie heeft namelijk de exclusieve bevoegdheid om te spreken in naam van alle lidstaten van de EU voor alles wat met externe handel (handel van EU(-lidstaten) met derde landen) te maken heeft. Doorgaans is de lidstaat die tijdens de multilaterale conferentie het voorzitterschap van de EU waarneemt de spreekbuis voor de EU, in een aantal gevallen kunnen individuele lidstaten het woord nemen, maar er is een duidelijke trend waar te nemen dat dit steeds minder en minder geaccepteerd wordt en vaak nog in uitzonderlijke gevallen overeengekomen wordt binnen de EU. . Wanneer een multilaterale conferentie een ministerieel segment heeft en er gedurende een aantal dagen ook ministers deelnemen aan de conferentie dan wordt binnen de Belgische delegatie een interventie voorbereid (waarmee alle overheden het eens zijn) die dan uitgesproken wordt door de minister in de plenaire vergadering. Wanneer er geen vertegenwoordiging is op ministerieel niveau wordt deze interventie gedaan door de ambassadeur of het delegatiehoofd.