Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Vlaamse en Belgische coördinatie  
     
  Europees milieubeleid  
     
  Multilateraal milieubeleid  
     
  Bilateraal milieubeleid  
     
  Interregionale samenwerking  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Beleid Internationaal milieubeleid Multilateraal milieubeleid Dossiers multilateraal milieubeleid Milieu-effectrapportage in grensoverschrijdend verband - Verdrag Espoo en SEA protocol

Milieu-effectrapportage in grensoverschrijdend verband - Verdrag Espoo en SEA protocol

Het verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband (Espoo, 25 februari 1991)

Het verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband (Espoo,  25 februari 1991) -  ook wel afgekorttot het ‘Verdrag van Espoo’) – legt de nadruk op de voorkoming, beperking en beheersing van belangrijke nadelige grensoverschrijdende milieueffecten. Het Verdrag van Espoo is tot stand gekomen binnen UNECE (Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties) en is in werking getreden op 10 september 1997. België is partij bij het verdrag. Het verdrag is in België in werking getreden op 30 september 1999.

Het verdrag verplicht de partijen een milieueffectrapportage uit te voeren voor een aantal door het verdrag genoemde categorieën van activiteiten, in zoverre die activiteiten belangrijke nadelige grensoverschrijdende milieueffecten kunnen hebben en vooraleer de activiteit wordt vergund.

De milieueffectrapportage is een procedure die uitmondt in een milieueffectrapport waarin de grensoverschrijdende milieueffecten van de activiteit worden beschreven en beoordeeld. Met het milieueffectrapport moet rekening worden gehouden bij de finale beslissing over de activiteit. In essentie voorziet het Verdrag van Espoo in een regeling op gebied van grensoverschrijdende informatie-uitwisseling en overleg.

Het Verdrag van Espoo regelt de rechten en verplichtingen van de verdragspartijen en andere belanghebbenden tijdens de opeenvolgende fasen van de grensoverschrijdende milieueffectrapportageprocedure.

De eerste fase is deze die aan het opstellen van het milieueffectrapport voorafgaat. Wanneer een activiteit belangrijke nadelige grensoverschrijdende milieueffecten kan hebben, dan is de verdragspartij op wiens grondgebied de activiteit zal plaats vinden (“Party of Origin”) verplicht elke mogelijk benadeelde verdragspartij (“Affected Party”) daarvan in kennis te stellen. Deze kennisgeving moet het de potentieel getroffen verdragspartijen mogelijk maken te participeren aan de procedure. De verdragspartij op wiens grondgebied de activiteit zal plaats vinden, moet vervolgens aan de mogelijk benadeelde partijen die willen participeren aan de procedure de relevante documentatie over de voorgenomen activiteit en over de procedure van milieueffectrapportage bezorgen. De mogelijks getroffen verdragspartij verschaft desgevraagd informatie over de mogelijke grensover­schrijdende milieugevolgen in zoverre dat noodzakelijk is voor het opstellen van het milieueffectrap­port. In geval van onenigheid over de vraag of er sprake is van een activiteit met mogelijk belangrijke nadelige grensoverschrijdende milieueffecten kan het advies van een onderzoekscommissie worden ingewonnen. Tijdens deze fase wordt tevens in participatie door het publiek voorzien.

De tweede fase betreft het opstellen van het milieueffectrapport. Het verdrag vermeldt waarover het milieueffectrapport informatie moet bevatten.

In de derde fase plegen alle betrokken verdragspartijen overleg, onder meer over de maatregelen die zouden kunnen worden genomen om de grensoverschrijdende milieueffecten te milderen of te voorkomen. De partijen dienen een termijn af te spreken over de duur van het overleg. Wanneer een finale beslissing worden genomen over de activiteit, moet rekening worden gehouden met het milieueffectrapport, met de commentaren en met het resultaat van het overleg. De genomen beslissing wordt aan alle mogelijks getroffen partijen meegedeeld. Het verdrag voorziet ook nog in de mogelijkheid dat de partijen overeenkomen een evaluatie van de werkelijke gevolgen van de uitgevoerde activiteit uit te voeren (monitoring).

Tijdens de tweede Meeting of the Parties (MOP-2 in Sofia, 2001) en MOP-3 (Cavtat, 2004) werden besluiten aangenomen die het Verdrag wijzigen (Amendement van Sofia en Amendement van Cavtat). In juni 2011 waren de Amendementen van Sofia en Cavtat nog niet in werking getreden. België was in juni 2011 nog geen partij bij de Amendementen van Sofia en Cavtat. Vlaanderen heeft reeds met beide Amendementen ingestemd door middel van de decreten van 27 februari 2011.
 

Het Protocol inzake strategische milieubeoordeling bij het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband (Kiev, 21 mei 2003)

Het Protocol inzake strategische milieubeoordeling bij het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband (het ‘SEA Protocol’), werd op 21 mei 2003 te Kiev aangenomen. Het SEA Protocol is toegevoegd aan het Verdrag van Espoo.

De doelstelling van het Protocol is te voorzien in een hoge mate van bescherming van het milieu, met inbegrip van de gezondheid, door te verzekeren dat milieuoverwegingen, met inbegrip van gezondheidsoverwegingen, nauwgezet in aanmerking worden genomen bij de ontwikkeling van plannen en programma’s en bij te dragen tot het in overweging nemen van aangelegenheden op het gebied van milieu, met inbegrip van gezondheid, bij de voorbereiding van beleid en wetgeving.

Het Protocol heeft tot doel duidelijke, transparante en effectieve procedures voor strategische milieubeoordeling in te stellen en te voorzien in inspraak van het publiek bij strategische milieubeoordeling. Op die wijze worden aangelegenheden op het gebied van milieu, met inbegrip van gezondheid, geïntegreerd in maatregelen en instrumenten die bedoeld zijn om duurzame ontwikkeling te bevorderen.
Een ’Strategische milieubeoordeling’ bestaat uit
(1) de evaluatie van de waarschijnlijke milieugevolgen, met inbegrip van gezondheidsgevolgen,
(2) de bepaling van de reikwijdte van een milieurapport en de opstelling ervan,
(3) de uitvoering van inspraak en raadpleging van het publiek
(4) het in aanmerking nemen van het milieurapport en de resultaten van de inspraak en raadpleging van het publiek in een plan of programma.

Het SEA Protocol verplicht de Partijen ertoe toezicht te houden op de aanzienlijke milieu- en gezondheidsgevolgen van de uitvoering van plannen en programma’s om onder andere onvoorziene nadelige gevolgen in een vroeg stadium te kunnen vaststellen en passende herstelmaatregelen te kunnen nemen (monitoring).

Hoewel de strategische milieubeoordeling door het SEA Protocol in de eerste plaats wordt gekoppeld aan de totstandkoming van plannen en programma’s, worden de Partijen bij het Protocol toch opgeroepen aandacht te besteden aan de milieu- en gezondheidsimpact van beleid en wetgeving.

Het SEA Protocol is in werking getreden op 11 juli 2010. België was in juni 2011 geen partij bij het SEA Protocol.