- Info
Conventie biodiversiteit
De Conventie biodiversiteit (CBD) heeft drie doelstellingen:
- het behoud van de biodiversiteit,
- het duurzaam gebruik ervan en
- een billijke verdeling tussen Noord en Zuid van de voordelen die de variatie aan genetische rijkdommen ons biedt.
Artikel 3 van het Verdrag bevestigt het soevereine recht van elke Partij om zijn eigen hulpbronnen te exploiteren overeenkomstig zijn eigen milieubeleid, alsook de verantwoordelijkheid te verzekeren dat activiteiten die binnen zijn rechtsmacht of onder zijn toezicht vallen, geen schade aanrichten aan het milieu van andere staten of van gebieden die onder geen enkele nationale rechtsmacht vallen.
Het verdrag gaat in op een globale aanpak voor het natuurbehoud i.p.v. een sectorale en levert een kader voor de integratie van het natuurbehoud in overige beleidssectoren en de doorstroming van financiële middelen naar ontwikkelingslanden ten behoeve van natuurbehoud. Tevens wordt erkend dat biodiversiteit een intrinsieke waarde heeft en dat het behoud ervan een gemeenschappelijke zorg voor de mensheid vormt. Ook hanteert het verdrag als basis principes het voorzorgsbeginsel; beginselen van de voorkeur voor preventief handelen, voorkomen van effecten op biodiversiteit en brongerichte aanpak; en voorkeur voor in-situ behoud.
Het Verdrag bevat onder andere verplichtingen omtrent:
- samenwerking ten aanzien van gebieden die onder geen enkele nationale rechtsmacht vallen en met betrekking tot andere aangelegenheden van wederzijds belang, ten behoeve van het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit (artikel 5);
- het opstellen van nationale biodiversiteitstrategieën, plannen of programma’s (artikel 6);
- inventarisatie en toezicht (artikel 7);
- maatregelen voor behoud in situ, zoals het instellen van beschermde gebieden (artikel 8);
- maatregelen voor behoud ex situ (artikel 9);
- duurzaam gebruik van bestanddelen van de biologische diversiteit (artikel 10);
- het uitvoeren van milieueffectrapportages voor projecten die aanmerkelijke nadelige gevolgen zouden kunnen hebben voor de biologische diversiteit (artikel 14);
- toegang tot genetische rijkdommen (artikel 15) (dit artikel wordt momenteel verder uitgewerkt tot een internationaal regime
- uitwisseling van technologie en informatie en technische en wetenschappelijke samenwerking (artikelen 16, 17 en 18); en
- het beheer van biotechnologie en verdeling van de voordelen daarvan (artikel 19).
Daarnaast bevat het Verdrag financiële en organisatorische bepalingen en twee bijlagen die respectievelijk betrekking hebben op inventarisatie en toezicht (Bijlage I) en arbitrage (Bijlage II).
Er werden tot nu toe 8 thematische werkprogramma’s voor biodiversiteit uitgewerkt en vastgesteld: landbouw, bossen, droge landsystemen, inlandse watersystemen, eilanden, mariene en kustsystemen, bergsystemen, en voor beschermde gebieden. Elk werkprogramma bevat een visie en basisprincipes voor de uitvoering, en geeft de belangrijkste knelpunten en mogelijke resultaatgebieden en tijdsplanning aan voor uitvoering, en tevens indicatoren voor rapportering en evaluatie.
Daarnaast werden voor de belangrijkste horizontale aspecten principes, richtlijnen en uitvoeringsmaatregelen en –instrumenten ontwikkeld: 2010 doelstelling voor biodiversiteit, toegang tot en verdeling van winst uit genetische rijkdommen (ABS), traditionele kennis - art 8(j), toerisme, klimaatwijziging, economie en handel, ecosysteembenadering, globale strategie voor planten, taxonomie, effectenbeoordeling, indicatoren, invasieve exoten, beschermde gebieden, educatie en sensibilisering, duurzaam gebruik, transfer van technologie en samenwerking.
In oktober 2010 vond tijdens het Belgisch Voorzitterschap van de EU de 10de Conferentie van Partijen plaats in Nagoya (Japan). De vergadering was - ondanks moeizame onderhandelingen - een succes. Over de drie belangrijkste thema’s – een nieuw protocol inzake toegang en billijk gebruik van genetische bronnen (“Access and Benefit Sharing”, ABS), een Strategisch plan 2011-2020 en financiering - werden beslissingen genomen die de internationale samenwerking op het vlak van biodiversiteit een belangrijke stimulans geven. Na jarenlange onderhandelingen kon de COP een protocol afsluiten dat bindende afspraken inhoudt tot het reguleren van de toegang tot en de eerlijke verdeling van de winsten die voortvloeien uit het gebruik van genetische kennis en materiaal. Een nieuw strategisch plan voor de periode 2011-2020 werd aangenomen inclusief de zeer ambitieuze missie die inhoudt dat partijen acties ondernemen om het verlies aan biodiversiteit stop te zetten om te verzekeren dat tegen 2020 alle ecosystemen opnieuw veerkrachtig zijn om essentiële ecosysteemdiensten te kunnen blijven leveren. De afspraken over financiering zijn nog niet concreet. Het uiteindelijke besluit van COP-10 met betrekking tot financiering van alle bronnen (dus inclusief innovatieve financieringsmechanismes) geeft aan dat in 2012 (COP-11) verdere afspraken over financiële doelen zullen worden gemaakt.