Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Vlaamse en Belgische coördinatie  
     
  Europees milieubeleid  
     
  Multilateraal milieubeleid  
     
  Bilateraal milieubeleid  
     
  Interregionale samenwerking  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Beleid Internationaal milieubeleid LNE-zine - Artikels AIM Onze vertegenwoordiging in Kopenhagen

Onze vertegenwoordiging in Kopenhagen

— gearchiveerd onder: ,

Van 7 tot 18 december vond in Kopenhagen de VN-Klimaatconferentie (COP15) plaats. Ruim 190 landen namen eraan deel. Er waren ook zes vertegenwoordigers van het Departement LNE. Twee van hen vertellen hoe het er op zo’n top aan toegaat.

Van wie gaat eigenlijk het initiatief uit om deel te nemen aan zo’n top en wie vertegenwoordigen jullie dan?

(Griet Verbeke – afdeling Internationaal Milieubeleid)
Als wij deelnemen aan internationale vergaderingen is het in naam van de minister. Wij vertegenwoordigen dus niet het departement, maar het beleidsdomein én de minister. Wij nemen daar geen persoonlijke standpunten in. Het is de bedoeling dat wij de reflectie en de mening van Vlaanderen in de Belgische context weergeven en die van België in de Europese context.


Wat is precies de rol van ons departement?

(Caroline Depuydt – afdeling Hinder, Lucht, Risicobeheer, Milieu en Gezondheid)
Dat is een heel brede vraag (lacht). Wij spelen daar eigenlijk heel veel verschillende rollen en dat is soms een schizofreen gegeven. Wij zijn onderhandelaars maar dan wel op 3 niveaus. Binnen de Belgische delegatie vertegenwoordigen wij de Vlaamse positie, binnen de Europese expertgroepen de Belgische positie en naar de buitenwereld toe - dus tegenover delegaties van buiten de EU - verdedigen wij het EU-standpunt. Als onderhandelaar moeten wij dus op drie niveaus denken, maar onze hoofdrol is en blijft om in het Belgische kader de Vlaamse nuances te integreren. Wij hopen onze belangen te laten wegen op het Belgische standpunt en zo ook weer het Europese standpunt te beïnvloeden. Anderzijds zorgen wij ook voor de informatiedoorstroming terug: van onderhandelingen naar minister - naar departement - naar middenveld …


cop-kopenhagen vertegenwoordiging departement lneHeel concreet: hoe verloopt zo’n top voor jullie?

(Caroline)
Allereerst nemen wij ‘s morgens vroeg deel aan de Belgische ochtendcoördinatie, waarvan het belangrijkste doel is om het hoofd van de delegatie (in dit geval Peter Wittoeck, hoofd van de dienst klimaatverandering bij de FOD Leefmilieu) te briefen over de vorige dag. Om 8.30 u gaat immers al de Europese coördinatievergadering door met alle hoofdonderhandelaars van de EU-lidstaten en moeten zij beslissingen kunnen nemen op basis van de informatie die zij van ons krijgen over wat er de dag voordien gebeurd is in de verschillende onderhandelingsgroepen. Anderzijds briefen zij ons ook over wat zij op hun niveau opvangen. Na die ochtendcoördinatie gaan we dus samen naar het conferentiecentrum. Aangezien we niet allemaal binnen kunnen tijdens de Europese coördinatievergadering, hebben we even tijd om te netwerken.
De VN-onderhandelingen in Kopenhagen vonden officieel plaats van 10 tot 13 uur en van 15 tot18 uur. In de praktijk liepen die liepen die echter vaak uit, zeker tijdens de laatste onderhandelingsweek. De onderhandelingen vinden parallel plaats. Hier waren er twee grote onderhandelingsgroepen met nog allerlei subgroepjes en -thema’s. De onderhandelaars volgen daar de thema’s op die zij in het departement ook intern opvolgen. Wijzelf spreken niet op die vergaderingen. De EU spreekt met één stem; België neemt daar niet het woord. De hoofden van de delegatie spreken vooraf af wie er spreekt voor de Europese Unie; dat is dan steeds een hoofd van een delegatie - doorgaans het land dat het voorzitterschap van de EU waarneemt of een ander Europees land dat de leiding heeft over een dossier - of iemand van de Europese Commissie. Wij volgen de vergadering op en proberen ondertussen zoveel mogelijk te netwerken. ’s Avonds komen we opnieuw in onze Europese expertengroep samen, bespreken we wat er gebeurd is en specificeren we de posities om de volgende dag te kunnen antwoorden. Er worden papers gemaakt, er wordt gediscussieerd, … We doen dus het voorbereidende werk voor de hoofden van de delegaties, die de volgende ochtend dan een beslissing zullen nemen over wat er gezegd zal worden.

(Griet)
Wat Caroline nu zei over de Klimaatconferentie, geldt eigenlijk voor alle internationale conferenties. En daarmee wil ik alvast één misverstand uit de wereld helpen: we hebben echt niet zo’n fantastisch aangenaam leven in het buitenland! We zijn doorgaans al om 7.15 uur in vergadering in Belgische coördinatie. Het zijn lange dagen. Alle vergaderingen zijn bovendien in het Engels, er is geen vertaling.
Onze rol zal dit jaar ook actiever worden naar aanleiding van de Belgische EU-voorzitterschap. Dan moet je niet alleen je dossiers, maar ook je onderhandelingsmarge goed kennen, aangezien je als voorzitter van de EU doorgaans de onderhandelingen leidt en de interventies doet voor de EU. Er wacht ons dus een serieuze taak.

 

Hoe hebben jullie de COP15 voorbereid?

(Caroline)
Onze onderhandelaars volgen het dossier eigenlijk het hele jaar door. Wij nemen ook deel aan de meeste van de voorbereidende conferenties: vorig jaar waren er dat in totaal 6, met Kopenhagen erbij. Voor ons was het dus eigenlijke de gewone dagdagelijkse opvolging van het dossier, dat zich intensifieerde voor Kopenhagen. Qua voorbereiding zorgen wij vooral voor de verfijning van het Belgische en Europese standpunt.

(Griet)
Het voorbereidingswerk van het programma zelf – met de minister - startte eigenlijk pas in oktober, omdat wij toen ook pas wisten dat de minister zou deelnemen. Wie voor ons land zal gaan en wie wat zal opvolgen wordt trouwens binnen België bepaald. Pas als daarover overeenstemming is, kan er een programma samengesteld worden. De klimaatonderhandelingen werden getrokken door federaal minister Magnette. Maar we moesten ook een programma opstellen voor onze eigen Vlaamse minister. Daar moesten vooral de Vlaamse prioriteiten voor het Belgische voorzitterschap in de kijker komen. Het was de bedoeling om al een aantal contacten te leggen, vooral op het vlak van biodiversiteit, waarop in 2010 de focus zal liggen. De minister wilde het hoofd van IUCN of de grote baas van de Conventie inzake biodiversiteit of de gastheer van COP-10 Biodiversiteit, Japan, dus nu al ontmoeten. Er waren ook bilaterales voorzien met andere ministers uit Frankrijk, Nederland, Spanje, Polen, Hongarije, … ook die afspraken moesten nog geregeld en voorbereid worden. Daar kroop flink wat tijd in. Er zijn dan ook altijd nog last-minute wijzigingen, dus de voorbereiding van het eigenlijke programma duurde eigenlijk tot op de avond voor we vertrokken zijn.


De resultaten van Kopenhagen waren teleurstellend. Hoe kijken jullie daartegenaan?

(Caroline)
Vóór Kopenhagen waren de verwachtingen eigenlijk al wat gezakt. De hoge verwachtingen van bijvoorbeeld twee jaar geleden zijn inderdaad niet ingelost, dus op dat vlak is er inderdaad een terecht gevoel van teleurstelling. De bedoeling is nu vooral om vooruit te kijken en toch verder te bouwen op het, weliswaar beperkte, akkoord dat er toch bereikt werd. Ten slotte hebben alle grote uitstoters en de partijen van alle continenten dat akkoord ondersteund. Ook al was er geen unanieme steun, er is een grote bereidheid om op dat akkoord en op de andere onderhandelingsteksten verder te bouwen.

(Griet)
Hoewel het resultaat minder was dan verwacht, was het voor mij persoonlijk eigenlijk een heel fijne zending. Het was het eerste buitenlandse optreden van de nieuwe minister van leefmilieu, zelfs buiten de EU, en het is heel goed gegaan. Een top kenmerkt zich door ongelooflijk veel wijzingen in de agenda en het programma. De minister is daar heel flexibel mee omgegaan. Ze was goed begeleid en voorbereid. Een “goeie” zending dus wat dat betreft.


(Caroline)
Voor ons was de sfeer in Kopenhagen heel anders dan bij vorige zendingen. In meer technische zendingen heb je enkel de onderhandelaars die elkaar al goed kennen. Op een COP is er heel wat meer volk: NGO’s, staatshoofden, media, … Er is wel meer “ambiance”, maar het is heel druk. En de laatste week was er voor ons als onderhandelaars eigenlijk minder werk, omdat de onderhandelingen op het niveau van de ministers kwamen. Dat is een beetje bevreemdend: je zit daar met zoveel en er is minder te doen. Je moet je wel klaar houden om eventueel input te kunnen geven als er een Europese ministerraad is. Je moet dus langer aanwezig zijn, ook ’s nachts, maar het is vooral wachten.
Het was een uitputtende, maar boeiende ervaring. Ik kan het aanbevelen!


Interview: dienst Communicatie en Informatie

Via "De klimaatconferentie in Kopenhagen in 10 vragen en antwoorden" vindt u meer informatie over deze belangrijke klimaatconferentie.