Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Vlaamse en Belgische coördinatie  
     
  Europees milieubeleid  
     
  Multilateraal milieubeleid  
     
  Bilateraal milieubeleid  
     
  Interregionale samenwerking  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Beleid Internationaal milieubeleid LNE-zine - Artikels AIM Evaluatie van het Belgische milieubeleid door de OESO

Evaluatie van het Belgische milieubeleid door de OESO

— gearchiveerd onder: ,

Eind maart stelde de OESO haar tweede rapport over het Belgische milieubeleid officieel voor aan de vier Belgische ministers van leefmilieu en aan de Belgische pers.

Het OESO-rapport onderzoekt hoe België het er op milieuvlak heeft van afgebracht sinds de vorige milieubeleidsevaluatie van de OESO in 1998 en de mate waarin ons land voldoet aan zijn nationale doelstellingen en internationale verplichtingen. Het rapport geeft 47 aanbevelingen die zouden kunnen bijdragen tot een grotere ecologische vooruitgang in België.

We beschrijven in vogelvlucht de belangrijkste opmerkingen van dit OESO-rapport.

Successen

België heeft op diverse terreinen significante successen behaald. Wat lucht betreft, is de uitstoot van traditionele luchtvervuilers aanzienlijk verminderd. Zo daalden bijvoorbeeld de SOx-emissies sinds 1998 met meer dan 30 %. Die daling loopt op tot 60 % in vergelijking met 1990.

Inzake water is de infrastructuur voor de verwerking van afvalwater sterk uitgebreid. Dankzij de gezamenlijke inspanningen van de drie Belgische gewesten steeg het aandeel van de bevolking dat op een afvalwaterzuiveringsinstallatie is aangesloten in de laatste tien jaar van 26 tot 46 %. Er is wel nog een weg af te leggen om de EU-doelstellingen te halen. De OESO is ook vol lof over het feit dat België een van de weinige landen is die drinkbaar water betaalbaar houden voor iedereen, en dat het daarmee de toegang tot water erkent als een mensenrecht.

Wat natuur en biodiversiteit betreft, krijgt Vlaanderen goede punten van de OESO voor de ontwikkeling van de Vlaamse natuur- en bosstructuur (een netwerk van natuur- en bosgebieden, verwevingsgebieden en verbindingsgbieden). 12,1% van het nationale grondgebied werd aangeduid als deel van het Natura 2000-Netwerk. In vergelijking met andere EU-lidstaten is dat eerder een matig resultaat, maar omwille van de zeer hoge bevolkingsdichtheid, verstedelijking en economische activiteit in België beoordeelt de OESO dit cijfer als positief.

De zeer open economie en de ligging van België zorgen voor een grote onderlinge afhankelijkheid tussen België en andere landen binnen en buiten Europa. De OESO verwijst dan ook naar de erg proactieve houding van België tegenover internationale milieukwesties.

Positief nieuws dus. Volgens de OESO zijn deze successen gebouwd op factoren zoals stabiele milieu-instellingen, implementatie van Europese milieuregelgeving, samenwerking en partnerschappen met de maatschappij, een betere mix van beleidsinstrumenten, een uitgave van 1,7 % van het BBP om milieuverontreiniging terug te dringen en te beheersen, en een hoger aantal ratificaties van internationale milieuovereenkomsten.

Uitdagingen

Naast deze succesverhalen formuleert de OESO in haar rapport 47 aanbevelingen die zouden kunnen leiden tot een grotere ecologische vooruitgang in België. De OESO benadrukt in het bijzonder de noodzaak om milieuoverwegingen te integreren in sectoren zoals landbouw, energie, transport en in het fiscale beleid. De OESO suggereert met andere woorden dat deze sectoren kunnen vergroenen door een meer samenhangend beleid te voeren en door beter gebruik te maken van het vrijemarktmechanisme. Zo stelt de OESO dat de landbouwsector het pesticide- en nitraatprobleem moet aanpakken. Het gebruik van pesticiden en nitraten in de Belgische landbouw is het derde hoogste onder de OESO-landen.

Verder stelt de OESO dat de transportsector meer inspanningen moet doen om de uitstoot van fijn stof, NOx, vluchtige organische stoffen (VOS) en broeikasgassen te verminderen en het aantal periodes van verhoogde ozonconcentraties terug te dringen. De OESO beveelt dan ook aan om in de transportsector een tariferingsbeleid en fiscaal beleid (zoals accijnzen op brandstof of rekeningrijden) te ontwikkelen om de kosten voor de milieuschade te internaliseren.

Hoewel de transportsector een grote rol kan spelen in de klimaatsverandering, wordt de grootste inspanning hier toch verwacht van de energiesector. Momenteel bedraagt de energie-intensiteit van België 0,20 (dit is de verhouding tussen het equivalent verbruikte olie en de welvaart die daarmee wordt geproduceerd (BBP)). Ter vergelijking: de energie-intensiteit van Frankrijk en Duitsland bedraagt 0,17; die van Japan 0,15 en die van de VS 0,21. Bijkomende maatregelen inzake energie-efficiëntie zullen niet alleen een positief effect hebben op de uitstoot van broeikasgassen, maar ook op de traditionele luchtverontreiniging en de afhankelijkheid van de invoer van energie.

Ten slotte herinnert de OESO nog aan een aanbeveling uit het eerste OESO-milieurapport van 1998: er is nog geen actie ondernomen op het vlak van een groene belastingshervorming. Bedoeling van zulke hervorming is om de fiscale maatregelen zodanig aan te passen dat de druk op het milieu vermindert zonder dat de totale belastingsdruk stijgt.

Conclusie

Het rapport toont aan dat de Belgische inspanningen om de vervuiling te verminderen, de natuur en biodiversiteit te beschermen en duurzame ontwikkeling te stimuleren duidelijk vruchten afwerpen. Maar de noodzakelijke verdere vooruitgang inzake leefmilieu zal in toenemende mate afhankelijk zijn van het vergroenen van de economische ontwikkeling, waarbij vooral de landbouw-, energie- en transportsector en het fiscale beleid een hoofdrol kunnen spelen.

Het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse overheid heeft de conclusies en aanbevelingen uit het rapport naar het Nederlands laten vertalen. U kunt deze vertaling downloaden.

Joris Van Mierloo is beleidsmedewerker Internationaal Milieubeleid bij de afdeling Internationaal Milieubeleid.