|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Duurzame ontwikkeling: geen akkoord bij internationale onderhandelingen
—
gearchiveerd onder:
LNE-zine,
LNE-zine02
Vijf jaar na de wereldtop in Johannesburg boekt het multilaterale proces rond duurzame ontwikkeling nog maar weinig vooruitgang. Dat bleek tijdens de onderhandelingen in het kader van de Commission on Sustainable Development (CSD) in mei 2007 in New York. Sommige delegaties konden hun tegengestelde belangen moeilijk verzoenen. Uiteindelijk werd geen akkoord bereikt. Zowel de federale als de Vlaamse overheid neemt heel wat initiatieven om een duurzame ontwikkeling te realiseren. Denk maar aan de federale wet duurzame ontwikkeling die dit jaar 10 jaar bestaat, de evaluatie van het tweede federale plan duurzame ontwikkeling, het Vlaamse decreet Duurzame Ontwikkeling dat vorige zomer werd goedgekeurd en het onderzoek naar hoe de Vlaamse overheid duurzame ontwikkeling beter in haar werking kan verankeren. Op het internationale niveau daarentegen lijkt het elan wat zoek te zijn. Dat bleek duidelijk tijdens de Commission on Sustainable Development (CSD) in mei 2007 in New York, waaraan ook LNE deelnam. Een verslag. In 2003 stelden de Verenigde Naties voor het brede werkterrein van duurzame ontwikkeling een werkplan op waarbij voor vooraf vastgelegde thema’s gewerkt wordt met cycli van twee aar. In het eerste jaar wordt het beleid rond die thema’s (bv. water, energie, transport, biodiversiteit) geëvalueerd. Op basis daarvan worden in het tweede jaar beleidsaanbevelingen geformuleerd. Tijdens elke cyclus is er ook aandacht besteed voor horizontale onderwerpen zoals educatie, gelijkekansenbeleid, duurzame consumptie- en productiepatronen enzovoort. De thema’s van de nu lopende cyclus zijn: energie voor duurzame ontwikkeling, luchtvervuiling/atmosfeer, klimaatverandering en industriële ontwikkeling. Tijdens de huidige cyclus legt de Europese Unie de klemtoon op het luik ‘energie voor duurzame ontwikkeling’. De EU stelde voor om een bundeling te maken van alle nationale en regionale engagementen en doelstellingen rond energie. Tijdens de CSD-cycli 2010/2011 en 2014/2015 wil ze deze engagementen evalueren. Op de voorbereidende CSD-vergadering in februari werd al duidelijk dat het geen gemakkelijke opdracht zou worden om het EU-standpunt ingang te doen vinden. Eén van de elementen die zeker meespeelde, was de rol van de voorzitter. Het voorzitterschap werd waargenomen door Qatar- dat als OPEC-land specifieke belangen heeft, zeker in relatie tot de onderwerpen van deze cyclus. De eerste ontwerptekst van de voorzitter was dan ook, niet geheel onverwacht, een consensustekst die op weinig weerstand zou botsen, maar eveneens weinig uitdagingen inhield. De tekst ambitieuzer maken was het uitgangspunt van de EU voor de onderhandelingen in mei. De onderhandelingen in de VN werden gekenmerkt door twee elementen: de overheersing van het thema energie en het standpunt, of beter het ontbreken ervan, van de G77 en China. De groep van ontwikkelingslanden (G77) bereikte immers geen eensgezindheid over hun standpunten. Pittig detail: tot de G77 behoren ook de OPEC- en ontwikkelingslanden die een grote inhaalbeweging maken tegenover de geïndustrialiseerde landen zoals Mexico, India of Brazilië. Hierdoor werd het quasi onmogelijk om binnen het voorziene tijdskader de verschillende tekstamendementen op de nieuwe tekst van de voorzitter naast elkaar te leggen en de echte onderhandelingen te starten. Ook na het opsplitsen van de vergadering in kleinere werkgroepen rond de specifieke thema’s bleven deze twee vaststellingen de onderhandelingen overheersen. Omdat er geen eensgezindheid werd bereikt over het grootste deel van de tekst, deelde de voorzitter op de laatste dag van de onderhandelingen, een uur voor het voorziene einde, een nieuwe tekst uit met de duidelijke boodschap ‘take it or leave it’. De EU nam na overleg binnen de verschillende delegaties en na intern overleg de tekst niet aan, omdat niet kon toegegeven worden op wat eerder in Johannesburg in 2002 was overeengekomen. Andere lidstaten of groeperingen van lidstaten aanvaardden de tekst wel, hoewel sommige het standpunt van de EU steunden. Wat de gevolgen zullen zijn van het niet aannemen van de tekst van de voorzitter in deze cyclus, is nog niet helemaal te overzien. Wat wel duidelijk is, is dat CSD in de volgende cyclus voor een aantal uitdagingen staat. De controversiële kandidatuur van Zimbabwe voor het voorzitterschap van het eerste jaar van de volgende cyclus werd nipt goedgekeurd. Tijdens de volgende cyclus is er specifieke aandacht voor Afrika en onderwerpen die verband houden met landgebruik. Daarnaast is ook een evaluatie voorzien van de afspraken van 2005 rond het centrale thema ‘water’. CSD is erbij gebaat dat alle betrokken partijen aan tafel tegen de start van de nieuwe cyclus ervan overtuigd zijn dat een herhaling van de voorbije CSD-onderhandelingen nefast is voor het ganse proces. In de rand van de CSD-vergaderingen nam het Departement LNE ook deel aan een interactieve sessie van het Netwerk van Regionale Overheden voor Duurzame Ontwikkeling (nrg4SD) rond hernieuwbare energie. LNE gaf er een presentatie met een stand van zaken in Vlaanderen. Er waren ook presentaties over de gevolgen van het produceren van bio-ethanol in Sao Paolo (Brazilië), hernieuwbare energie in de Azoren en de werking van het Small Grants Programme van UNDP in relatie tot hernieuwbare energie. Naast het verzekeren van de Vlaamse inbreng binnen de Belgische standpunteninname, was er op die manier ook netwerking met andere regio’s op het multilaterale forum. Griet Verbeke is beleidsmedewerker bij de afdeling Internationaal Milieubeleid. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||