Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Vlaamse en Belgische coördinatie  
     
  Europees milieubeleid  
     
  Multilateraal milieubeleid  
     
  Bilateraal milieubeleid  
     
  Interregionale samenwerking  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Beleid Internationaal milieubeleid Europees milieubeleid Europese besluitvorming - totstandkoming en regelgeving Inbreukprocedure wegens niet-naleving van het EG-recht

Inbreukprocedure wegens niet-naleving van het EG-recht

Op grond van artikel 226 EG-verdrag kan de Europese Commissie optreden tegen een Lidstaat wanneer deze de verplichtingen krachtens het verdrag niet nakomt. Een van meest voorkomende inbreuken is het feit dat de Lidstaat een richtlijn niet tijdig, volledig of correct heeft omgezet. Ook de gewone niet-tijdige mededeling, de zogenaamde notificatie, van de genomen omzettingsmaatregelen kan aanleiding geven tot een dergelijke inbreukprocedure. Tot slot kan de Commissie ook optreden tegen de Lidstaat wegens het onbehoorlijk praktisch omzetten of toepassen van een richtlijn. De Commissie handelt in het laatste geval meestal op basis van het onderzoek van een klacht.

Procedurestappen

Voorafgaand zullen de bevoegde juridische diensten van de Commissie hun eigen opmerkingen formuleren, informatie vragen en de antwoorden van de Lidstaat onderzoeken. Dit is een informele fase van overleg.

I. Indien er geen toereikende antwoorden worden verstrekt of indien nog geen implementatie door de Lidstaat in het vooruitzicht is gesteld, zal de Commissie een officiële brief toesturen. Daarbij verzoekt zij de Lidstaat binnen twee maanden haar opmerkingen te formuleren op de bezwaren van de Commissie. Op dat moment is er sprake van een formele ingebrekestelling (aanmaningsbrief). In deze fase wordt het onderwerp van het geschil bepaald. Het stelt de Lidstaten in staat om naar de nodige verdedigingsmiddelen te zoeken.

II. Indien de Commissie na studie van het antwoord van de Lidstaat bij haar standpunt blijft, of in geval er geen reactie van de Lidstaat ontvangen werd, zal de Commissie een met reden omkleed advies (MROA) uitbrengen. In dat advies zet de Commissie nog eens omstandig uiteen aan welke verplichtingen krachtens het verdrag de Lidstaat is tekort gekomen en verzoekt zij de Lidstaat binnen twee maanden gevolg te geven aan het advies.

III. Als de lidstaat het met redenen omkleed advies niet binnen de gestelde termijn is nagekomen, dan treedt de tweede – gerechtelijke – fase in en kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie. De Commissie kan deze beslissing nemen, ze is er niet toe verplicht. Het is dus de Commissie die de zaak inleidt.

IV. Het Hof onderzoekt de zaak met volle omvang en gaat na of aan de betrokken Lidstaat voldoende tijd werd verleend om de noodzakelijke maatregelen te nemen. Het Hof moet vaststellen of de Lidstaat zijn verplichtingen al of niet is nagekomen. Zelfs als de Lidstaat na het verstrijken van de termijn in het MROA en voor het instellen van het beroep de zaak regulariseert, is het beroep ontvankelijk. De reden hiervan is dat de veroordeling door het Hof kan dienen voor een aansprakelijkheidsvordering van een particulier tegen de overheid. Een eerste veroordeling heeft dus een declaratoir karakter. De Lidstaat wordt enkel veroordeeld in de kosten van het proces. Op grond van artikelen 10 en 228 EG-verdrag is de Lidstaat gehouden de nodige maatregelen te treffen ter uitvoering van het arrest.

V. De Commissie treedt opnieuw op tegen de Lidstaat die het arrest niet heeft uitgevoerd. Voorafgaand komen opnieuw – meestal – een waarschuwingsbrief (door het betrokken directoraat-generaal), en in ieder geval een aanmaningsbrief en daaropvolgend een MROA vanwege de Commissie. Sinds het Verdrag van Maastricht (1993) staat voor de Commissie op grond van artikel 228, lid 2, tweede alinea bij de tweede dagvaarding de mogelijkheid open om in de inleidende vordering aan het Hof voor te stellen een passende boete of een dwangsom op te leggen. De Commissie ziet zich zelden genoodzaakt om een dwangsom te vorderen aangezien de dreiging met deze mogelijkheid de betrokken lidstaat bijna steeds tot een snelle actie doet overgaan.

De dwangsom wordt geval per geval berekend en bestaat uit een gelijk forfaitair basisbedrag vermenigvuldigd met een coëfficiënt voor de ernst en een coëfficiënt voor de duur van de inbreuk. Het resultaat hiervan wordt vermenigvuldigd met een vaste factor per land, die zowel met de financiële draagkracht van de betrokken Lidstaat als het stemgewicht in de Raad rekening houdt. Voor België is het bedrag maximaal 186.000 Euro per dag oftewel 67.890.000 Euro per jaar.