|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Klimaatverandering
Klimaat en energiepakket – Roadmap 2050In januari 2007 bracht de Commissie een mededeling uit om klimaatverandering te beperken tot 2°C (tegen 2020); hierop volgend bracht de Commissie in januari 2008 een ambitieus “klimaat en energiepakket” uit (de befaamde mededeling “20 20 by 2020”) met als doel om tegen 2020 de uitstoot van broeikasgassen met 20% te reduceren, het aandeel hernieuwbare energie op te trekken tot 20% en de energie-efficiëntie te verbeteren met 20%. Op de Lentetop van maart 2007 werden deze 20-20-20- doelstellingen door de Staats- en regeringsleiders aanvaard. Hierop volgend stelde de Europese Commissie begin 2008 een pakket wetgevende maatregelen voor: (1) de herziening van de richtlijn inzake handel in broeikasgasemissierechten (“ETS, emission trading scheme”), inclusief het concept “cap and trade”, wat moet leiden tot een totale reductie van 21% in de EU (tegen 2020 in vergelijking met 2005); (2) een beschikking inzake de lastenverdeling voor broeikasgasemissiereducties over de verschillende lidstaten heen (voor nationale acties te ondernemen in deze sectoren die niet onder de EU ETS richtlijn vallen, zoals landbouw, transport, huisvesting) wat moet leiden tot een totale reductie van 10% in de EU , en 15% specifiek voor België (tegen 2020 in vergelijking met 2005); (3) een richtlijn inzake koolstofvastlegging en geologische opslag; en (4) de richtlijn inzake hernieuwbare energie. Tijdens de Europese Lentetop van maart 2007 is men ook overeen gekomen om de doelstelling om tegen 2020 20% minder broeikasgassen uit te stoten in vergelijking met 1990, te verhogen tot een reductie van 30% indien in een internationale context ook andere ontwikkelde landen zich tot vergelijkbare emissiereducties verbinden en economisch meer gevorderde ontwikkelingslanden een bijdrage leveren die in verhouding staat tot hun verantwoordelijkheid en capaciteiten. Dergelijke stappen hangen echter af van de uitkomst van de internationale klimaatonderhandelingen inzake een nieuw post-2012 akkoord – zie bij multilateraal beleid. In mei 2010 bracht de Commissie wel een mededeling uit met een analyse van de opties om te komen tot een broeikasgasemissiereductie van meer dan 20%. Onder het Belgische voorzitterschap werden hierover raadsconclusies aangenomen. In maart 2011 publiceerde de Commissie een routekaart om de EU tegen 2050 om te vormen tot een concurrerende koolstofarme economie: “Roadmap 2050”. De mededeling is, samen met het witboek vervoer en het energie-efficiëntieplan, één van de onderdelen van het vlaggenschip voor een efficiënt gebruik van hulpbronnen. De mededeling bevat een routekaart met mogelijke maatregelen tot het jaar 2050, die de EU in staat moeten stellen de uitstoot van broeikasgassen te verminderen met 80% ten opzichte van 1990, (waarbij de beoogde reductie binnen de EU zelf zal moeten worden gezocht, dus zonder compensatie op de koolstofmarkt). De mededeling stelt tussenliggende mijlpalen voor om tot het 2050-doel te komen en lijst enkele sectorale scenario’s op. Emissies transportSinds 1990 is de uitstoot van broeikasgassen flink gestegen in de wegtransport sector; momenteel bedraagt het aandeel van wegtransport in de totale CO2 uitstoot (als belangrijkste broeikasgas) binnen Europa één vijfde. Gelijktijdig met de wetgevende instrumenten van het klimaat- en energiepakket (zie hierboven), werd in april 2009 een verordening goedgekeurd tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe personenauto's. In deze verordening is vastgesteld dat, door verbeteringen van de motortechnologie en innoverende technologie (oa via eco-innovatie), de CO2-emissies van nieuwe personenauto’s moeten worden beperkt tot 130 g/km. Er wordt ook een langetermijndoelstelling van 95g CO2 / km in het vooruitzicht gesteld tegen 2020, te bevestigen via een voorstel op basis van een impact assessment in 2013. Deze verordening dient bovendien te worden aangevuld met aanvullende maatregelen (zoals een hoger gebruik van biobrandstoffen, een betere bandenspanning, …) om een extra verlaging van de CO2-emissies met 10 g CO2/km te bewerkstelligen. In 2011 werd een gelijkaardig voorstel aangenomen door Raad en EP, ditmaal omtrent de emissienormen voor lichte bedrijfsvoertuigen. Het onder Belgische Voorzitterschap bereikte compromis bepaalt dat lichte bedrijfsvoertuigen vanaf 2014 gemiddeld nog maximaal 175 g CO2/km mogen uitstoten (met een phase in periode tot 2017) en een lange termijndoelstelling, te bereiken tegen 2020, bepaald op 147g CO2/km. Scheepvaartemissies dragen wereldwijd bij tot ongeveer 3% van de totale CO2 emissies. Tijdens de onderhandelingen over het Kyoto protocol onder de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) werd er geen akkoord bereikt over de toewijzing van de emissies uit internationale lucht- en scheepvaart (steeds besproken onder het label ‘bunkers’ en ‘bunker fuels’). Het Kyotoprotocol heeft echter wel de opdracht gegeven aan de Annex I landen om via de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) te strijden voor de aanpak van de broeikasgassen afkomstig van scheepvaart. Binnen de International Maritime Organisation (IMO) wordt de aanpak van broeikasgasemissies van zowel bestaande als van nieuwe schepen besproken. Wat bestaande schepen betreft, liggen verschillende voorstellen op tafel waaronder een globaal emissiehandelssysteem en een CO2 heffing op brandstof. Tot op heden is er te weinig steun van de kant van ontwikkelingslanden om tot een compromis te komen over een globaal dwingend systeem. Voor nieuwe schepen werd in juli 2011 een Energy Efficiency Design Index (EEDI) goedgekeurd, die verplicht van toepassing is op alle nieuwe schepen. Binnen de onderhandelingen over een nieuw klimaatakkoord onder UNFCCC wordt ook nog steeds gepoogd om een akkoord te bereiken over de principes die een aanpak van de emissies van de internationale lucht- en scheepvaartsector moeten sturen. Deze discussies verlopen erg moeizaam door de aanhoudende onenigheid tussen ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen over de toepasbaarheid van het principe van gedeelde, maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid op deze sectoren. Doordat IMO noch UNFCCC erin slagen om een globaal akkoord voor de aanpak van deze emissies te bereiken, heeft de Europese Commissie het voorbereidingsproces gestart om ook voor de internationale scheepvaartsector een Europese maatregel uit te werken (voor de internationale luchtvaartsector is dit al gebeurd door een opname in het Europese emissiehandelssysteem). Men beoogt een voorstel van wetgeving klaar te hebben tegen begin 2012. Aanpassing aan klimaatveranderingDe strijd tegen de klimaatverandering vergt twee soorten maatregelen: eerst en vooral moeten we onze uitstoot van broeikasgassen verminderen (d.w.z. mitigatiemaatregelen nemen) en op de tweede plaats moeten we aanpassingsmaatregelen nemen om met de onvermijdelijke effecten om te gaan. In 2007 publiceerde de Commissie een Groenboek inzake “Aanpassing aan klimaatverandering in Europa – mogelijkheden voor EU-actie”. Hierop volgde in 2009 een witboek dat een kader voorstelt om de EU minder kwetsbaar te maken voor de gevolgen van klimaatverandering. Het witboek schetst de nood aan een strategie om ons aan te passen aan de onvermijdelijke gevolgen van klimaatsverandering. Door de klimaatverandering verhogen de land- en zeetemperatuur en veranderen de neerslaghoeveelheid en het neerslagpatroon, waardoor het wereldwijde gemiddelde zeepeil zal stijgen, het risico van kusterosie zal toenemen en het aantal door het weer veroorzaakte zware natuurrampen naar verwachting zal stijgen. De veranderingen van het waterpeil, de temperaturen en de stromingen hebben op hun beurt gevolgen voor de voedselbevoorrading, de gezondheid, de industrie, het vervoer en de integriteit van de ecosystemen. De klimaatverandering zal aanzienlijke economische en sociale gevolgen hebben, waarbij sommige regio's en sectoren wellicht bijzonder zwaar zullen worden getroffen. Naar verwachting zullen ook bepaalde sociale groepen (ouderen, gehandicapten en gezinnen met een laag inkomen) zwaar onder de klimaatverandering te lijden hebben. Het witboek stelt voor om te werken in twee fasen: in een eerste fase (2009-2012) is het de bedoeling dat er een basis wordt gelegd voor de ontwikkeling van een alomvattende EU-aanpassingsstrategie die tijdens fase 2 (vanaf 2013) zal worden uitgevoerd. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||